Aardbeikoraal | Nederlandse Bond Aqua Terra

Aardbeikoraal

Tot de aantrekkelijkste koralen, zowel voor beginners alsook voor de gevorderde liefhebbers, behoren de felgekleurde oranje of rode koralen uit de familie Dendrophylliidae. Met name de geslachten Dendrophyllia, Astroides en Tubastraea zijn vanwege de kleur zeer aantrekkelijk om in het aquarium te zetten. In de handel komen we meestal het tropische aardbeikoraal Tubastraea coccinea tegen en soms Astroides calycularis, het in de Middellandse Zee voorkomende oranje sterkoraal. Aan deze soorten koralen kleeft echter een probleem, dat voor vele aquaristen nog niet op te lossen is. In de meeste bakken zien we, dat dit koraal er een klein poosje met uitgestoken poliepen instaat. Maar na een tijdje gaan de poliepen zich sluiten en niet meer open. We zien dan na verloop van enige tijd, dat het dier snel achteruitgaat en vervolgens belandt het in de vuilnisbak.

Een opname uit Bonaire, waar we het aardbeikoraal T. tenuilamellosa onder de rots zien zitten met een veerster Davidaster rubiginosa en een rode korstspons Spirastrella coccinea

Waar te plaatsen in een aquarium

Natuurlijk weten we al lang, dat dit dier weinig licht vraagt en in de vrije natuur meestal voorkomt in grotten of op grotere diepte in zee, waar wat minder licht komt. Het koraal op de foto's is gevonden op Bonaire, waar het voorkomt onder de pier bij Kralendijk. Het leeft daar in plakkaten van soms meer dan een ½ m² Er zaten daar veel van deze kolonies zo'n ½ meter onder water. Meestal vinden we ze op grotere diepte, zo tussen de 1 en 40 meter - dus op plekken waar het wat donkerder is. Onder de pier is dat zo en het is blijkbaar een plaats waar deze dieren zich op hun gemak voelen. Misschien is dit dan ook iets om in onze aquaria na te bootsen, dus geen egaal licht boven de bak.
De methode die veel aquaristen toepassen, is dat ze deze dieren als het ware aan het plafond van een kunstmatig gemaakte grot in het aquarium plakken, gebruikmakend van een tandartsenlijm (Optosil/Bayer of K-Sil/Dreve), die daarvoor geschikt is. De secondenlijm, die ook in onze hobby gebruikt wordt voor het vastzetten van bv. solitaire koralen, werkt hier niet zo goed. Maar hiermee zijn we er nog niet. Wanneer een koraalsoort min of meer in het donker leeft, betekent dit ook, dat ze geen symbiontische algen hebben, zodat ze een gedeelte van het voedsel - dat wat andere dieren via hun symbionten ontvangen - moeten missen. Voeding voor het aardbeikoraal
Dit tekort aan voedsel moet dus aangevuld worden en hier begint dan het probleem. Het dier moet min of meer in het voer staan en dan het liefste nog levend voer ook (plankton). Wanneer dat er niet is, zul je ze zelf regelmatig moeten voeren, waarbij in de literatuur te lezen valt, dat mensen daar soms tot 3 uur per dag voor nodig hebben. Ze accepteren fijn dierlijk diepvriesvoer, maar dat moet dan handmatig toegediend worden. Het aardbeikoraal heeft dan ook niet voor niets de bijnaam 'gepensioneerdenkoraal'.

De gele punten die over de gehele tentakels van T. tenuilamellosa verspreid zijn, bevatten de poliepen, waarmee het dier zijn prooi vangt.Die tijd, die ervoor nodig is, hebben velen van ons niet vanwege de dagelijkse werkzaamheden of om andere redenen. Daar komt nog bij dat deze tijd over de hele dag uitgesmeerd moet worden. Wanneer we deze dieren toch willen houden en niet de tijd hebben om ze op deze manier te voeren, is er wel een alternatief en dat is levend voer kweken. Dit levend voer mag echter ook weer niet te groot zijn. Volwassen pekelkreeftjes en mysis zijn te sterk voor de tentakels van het dier. Wanneer ze daarin gevangen worden, zullen ze zich vrij makkelijk losrukken.

Het kweken van voedseldieren

We moeten dus jonge dieren kweken. Dit laatste is mogelijk door een constante kweek van pekelkreeftjes te maken. Hiervoor heb ik een klein bakje gemaakt 20 x 20 x 20 gevuld met zeewater en als voer heb ik bakkersgist gebruikt, hiervan iets opgelost in water en dit in het bakje gegoten. Het water wordt wat troebel, maar na verloop van tijd wordt de bak weer helder en is het voer opgegeten. In dit bakje laten we deze kreeftjes volwassen worden, dan zien we net zoals dat bij libellen gaat, dat ook bij deze dieren het mannetje het vrouwtje vastpakt om zo samen door het water te gaan en even later zwemmen er jonge pekelkreeftjes ofwel naupliuslarven in de bak. Pekelkreeftjes zijn levendbarend. Wanneer we willen voeren, kunnen we de nauplii eruit zeven, waarbij de grotere kreeftjes een prachtig voedsel vormen voor vissen en stevigere, lagere dieren. De nauplii zijn uitstekend voer voor het aardbeikoraal. Ook Cyclops voldoet als voedsel goed. Deze zoetwaterkreeftjes blijven echter niet lang leven in zout water en moeten daarom ook min of meer gericht gevoerd worden. Wanneer we de jonge kreeftjes in onze gezelschapsbak doen, zullen we zien, dat andere dieren het voedsel heel snel opeten, zodat er voor deze koralen veel te weinig overblijft.

Een specialistenbak?

Een macro-opname van Tubastraea tenuilamellosa, waarvan de poliep tussen 1,5 en 2 cm groot kan worden.We moeten dan ook eigenlijk zeggen, dat aardbeikoraal alleen geschikt is voor een aparte bak, een specialistenbak dus. Wat kan er nog meer in zo'n speciaalbak, want het nadeel van deze methode is, dat er al snel te veel voer in de bak zit dat niet werd gegeten door de bovengenoemde dieren, zodat er vrij snel watervervuiling kan optreden. Om dit probleem weer op te lossen, zouden we naast onze technische hulpmiddelen, zoals de eiwitafschuimer, gebruik kunnen maken van natuurlijke opruimers in de bak. Als opruimers kunnen we denken aan zakpijpen, slangsterren, haarsterren, gorgonen en kokerwormen. Misschien zijn er nog wel meer, die min of meer op één plaats zitten en ditzelfde voedsel eten.
Natuurlijk moet er wel gezorgd worden voor een redelijke stroming in de bak, zodat het voer naar de dieren stroomt, opdat ze het kunnen pakken, maar dus geen turbelle met een grote capaciteit, want dan hebben de dieren geen tijd om voer te vangen. Een rustige, maar toch een constante stroming, min of meer door de hele bak, moet wel aanwezig zijn. Ook zie je in de literatuur als zuiveringsmethode een algenfilter weer tevoorschijn komen.
De grootste vijand in zee voor aardbeikoraal is de eveneens zeer mooie naaktslak Phestilla melanobrachia, die dezelfde oranjerode kleur heeft. Deze slak zal echter voor ons geen probleem opleveren, want naaktslakken houden is op zich al een probleem. In onze aquaria behoren ze niet tot de gemakkelijkste dieren, eigenlijk zijn ze niet houdbaar.

Auteur: 
Joop Brokke
Fotografie: 
Chris Brokke
Literatuur: 
Paul Humann (1994). Reef Coral Identification. (Florida, Caribbean, Bahamas). New World Publication' inc. Vaughan Press, Orlando, Florida
Great Barrier Reef (1987). Readers Digest, Sidney. George, David en Jennifer (1980). Leven onder de zeespiegel Zuidgroep uitgevers Best-Den Haag
Wilkens, P. (1987). Niedere Tiere: Steinkorallen, Scheiben- und Krusten-Anemonen. Engelbert Pfriem Verlag Wuppertal.