Geschiedenis aquariumliefhebberij III

Niet alleen de NBAT ging het voor de wind. Ook de UVA profiteerde, zij het in mindere mate, van de hoogconjunctuur in onze hobby. Telde deze unie in juni 1951 nog 25 aangesloten verenigingen, maart 1952 zouden dit er 50 zijn. In de daaropvolgende jaren stagneerde echter de groei van de UVA. In 1955 ontstonden de eerste problemen. De UVA wilde het tijdschrift Waterweelde, tot dan toe eigendom van Deutz en zijn mederedacteur J. Lever, in eigen beheer nemen. Lever ging hiermee akkoord en ook Deutz legde zich tegenstribbelend neer bij de door de ledenraad van de UVA genomen beslissing. Een nederlaag accepteren was echter voor Deutz onaanvaardbaar. September 1956 verliet hij de UVA en meldde zich weer bij de NBAT. Enkele verenigingen volgden Deutz en sloten zich eveneens aan bij de NBAT. Het was het begin van een ware uittocht van UVA-verenigingen. In 1962 moest deze unie de ongelijke strijd staken en werd opgeheven. Inmiddels had zich een grotere concurrent aangediend, de televisie. In menig huisgezin moest het aquarium wijken voor de kijkbuis. Dit had tot gevolg, dat voor het eerst in 10 jaar het ledental van de bond daalde.

Begin 1959 geraakte de bond in een onverkwikkelijke situatie en beleefde een diepe crisis. Wat was er gebeurd? Een van de HB-leden, H.W.F. Kniestedt, kwam in conflict met zijn medebestuurders. Het aan hem gestelde verzoek zijn functie ter beschikking te stellen, wees hij af. Daarop namen de overige leden van het hoofdbestuur het besluit hun mandaat ter beschikking te stellen om zodoende een oplossing voor het probleem te forceren. H.H. Murris, door de geschillencommissie als 'kabinetsformateur' aangewezen, moest trachten een team samen te stellen van kandidaten, die goed konden samenwerken en het vertrouwen van de bond bezaten. Op een extra ledenraad, gehouden 23 mei 1959, werd een nieuw hoofdbestuur gekozen met dr I. Kristensen als voorzitter. Van het oude hoofdbestuur keerden slechts drie leden terug. Dr Kristensen zou het voorzitterschap slechts korte tijd vervullen. Maart 1960 vertrok hij naar Curaçao om de leiding van het daar gevestigde marien-biologische instituut op zich te nemen. Zijn functie in het hoofdbestuur werd tijdelijk vervuld door P. Heersema. Op de ledenraad van 1960 werd M. Bot, die in de maanden daarvoor het hoofdbestuur als adviseur had bijgestaan, tot voorzitter gekozen. Met het nieuwe bestuur keerde voor langere tijd de rust in de NBAT terug.

Het Aquarium 34ste jrg. februari 1964, blz. 182: Kampioen van de eerste Nederlandse landelijke huiskeuring, A.J. Albers, lid van Danio Rerio Delft. (foto Aad Bouman)

Langzaam, maar zeker krabbelde de bond uit het dal. De invloed van de televisie op het verenigingsleven werd geringer en in de volgende jaren steeg, mede door een ledenwerfactie, het aantal leden van bij de bond aangesloten verenigingen van 13.000 tot ruim 20.000. Het 35-jarig bestaan van de NBAT werd op sobere wijze gevierd. Geld voor een receptie was er niet. Wel werd in de Vleeshal in Haarlem een nationale aquariumtentoonstelling, NAT '65, georganiseerd. Het pronkstuk van deze tentoonstelling was een aquarium van maar liefst 6 meter lengte bevolkt met grote scholen karperzalmen. De traditie, een jubileum van de bond te laten samenvallen met een aquariumtentoonstelling, waarmee bij het 25-jarig jubileum was begonnen, werd bij het 40-jarig jubileum in 1970 voortgezet met de nationale aquariumtentoonstelling Aqua Keur in het Zeister Slot.
Klaarblijkelijk was het inmiddels beter gesteld met de financiën, want voorafgaand aan de in Zeist gehouden bondsdag en congresdag werd een receptie gegeven in hotel Boschlust.
De problemen in de bond beïnvloedden gelukkig niet de gang van zaken bij Het Aquarium. Wel wisselde tussen 1960 en 1970 de samenstelling van de redactie voortdurend. Redacteuren kwamen en gingen, sommigen reeds na enkele maanden. Toch zag men kans de kwaliteit van Het Aquarium op peil te houden en zelfs nog te verbeteren. In de 30ste jaargang bv. verschenen enkele speciale nummers, waarin thema's werden behandeld als Ceylon, Afrika en Florida. Het maartnummer van die jaargang was geheel gewijd aan het kweken van vissen. Niet ongenoemd mogen ook blijven de uitstekende artikelenseries over het genus Cryptocoryne van prof. dr H.C.D. de Wit en over de Aponogetonaceae van H.W.E. van Bruggen. Een revolutie in de aquariumbouw, zo luidde de titel van het artikel over het lijmen van aquaria, dat W.A. Tomey schreef in mei 1970. Inderdaad een revolutie, die grote gevolgen zou hebben. Stond men aanvankelijk nog wat sceptisch tegenover gelijmde aquaria, thans zijn ze niet meer uit onze hobby weg te denken. Het zou te ver voeren alle namen te noemen van redacteuren, die in de periode 1950 - 1975 hun bijdrage hebben geleverd aan ons bondsblad en ervoor zorgden, dat dit iedere maand opnieuw bij de leden in de brievenbus viel. Een uitzondering wil ik echter maken voor dr J.D. van Ramshorst, die van 1955 tot 1976, dus meer dan 20 jaar, als redacteur en als eindredacteur ontzaglijk veel werk voor Het Aquarium heeft verricht.

Uit het bondsarchief: als u denkt dat zwartwerkers iets van de laatste tijd zijn, hebt u het mis. Voor personen in loondienst moest ook loonbelasting enz. betaald worden. Bovendien waren er speciale voorschriften voor gehuwde, vrouwelijke personen met vermelding van de data harer bevallingen! (foto Aad Bouman)Het bondskantoor, een belangrijk onderdeel in de organisatie van onze bond, werd in 1957 van Den Haag naar Rotterdam verplaatst en verhuisde in 1962 naar Hilversum, waar het sindsdien is gevestigd.
Nadat 18 jaar daarvoor, in 1954, de World Federation of Aquarists was opgericht, die zelfs het tijdschrift 'World Aquarist' uitgaf, maar reeds na enkele jaren moest worden opgeheven, werd in 1972 een nieuwe poging gedaan om tot een internationale samenwerking te komen. De gelegenheid daartoe was gunstig. In Rotterdam vond namelijk dat jaar de bondsdag plaats waar, behalve bezoekers uit eigen land, ook vertegenwoordigers uit België, Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk en Polen aanwezig waren. H.M.A. van Lier, commissaris voor internationale betrekkingen, nam het initiatief en voerde besprekingen met de buitenlandse gasten, wat leidde tot de oprichting van Aqua Terra International (ATI). Nadat in eerste instantie 7 landen te weten België, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Luxemburg, Nederland en Polen zich bij ATI aansloten, volgden in een later stadium de Scandinavische landen, Oostenrijk en Zwitserland.
Aan de vreedzame samenwerking binnen het hoofdbestuur van de jaren zestig kwam in het begin van de jaren 70 een abrupt einde. Het boterde niet tussen bondsvoorzitter Bot en enkele andere bestuursleden, onder wie Van Lier. Meningsverschillen over de structuur van de NBAT, o.a. over invoering van het districtenstelsel, leidden tot irritaties. Weliswaar werd aanvankelijk, dat was in 1972, de onderlinge strijd bijgelegd, maar ondergronds smeulde het conflict verder. Tot een openlijke uitbarsting kwam het in de jaren 1974/75. Een aantal hoofdbestuursleden was van mening, dat de prijs, die de drukker voor Het Aquarium berekende, nogal aan de hoge kant was. Bij een aantal drukkerijen werd een offerte gevraagd, waaruit na vergelijking bleek dat een kostenbesparing mogelijk was. Men wilde daarom het contact met de drukker beëindigen. De redactie, die een goede verstandhouding had met de drukker, was fel tegen dit plan. Bot koos de kant van de redactie, verzamelde een aantal gelijkgezinden en trachtte een extra ledenraad bijeen te roepen. Zijn verzoek hiertoe werd door het hoofdbestuur verworpen, maar later onder druk vanuit den lande alsnog toegewezen. Wat daarna gebeurde, kan als een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de NBAT worden bestempeld. Er werd, voorafgaande aan de extra ledenraad, flink gelobbied en de daarbij gebruikte argumenten en methoden waren niet altijd fraai.

De NBAT heeft ook diverse boekjes en brochures uitgegeven. Zeer succesvol was 'Beginregels' van J. Vlasblom. Hier de 4de druk. (foto Aad Bouman)Op 30 augustus 1975 vond in Utrecht de extra ledenraad plaats. Met een grote meerderheid van stemmen besliste de ledenraad om alle HB-leden, met uitzondering van de heer Bot, uit hun functie te ontheffen. Er werd een interim-HB gevormd, dat tot de volgende ledenraad de lopende zaken moest afhandelen. Hiermee waren echter de problemen niet opgelost en het gevoel van onbehagen over de gang van zaken, met name bij de stemming, bleef. Zo had bv. de vertegenwoordiger van het grootste district de opdracht, die hij van een aantal verenigingen had gekregen, naast zich neer gelegd en voor de ontheffing van de HB-leden gestemd. Hij werd hiervoor beloond met een functie in het interim-HB maar kon kort daarna als districtsvoorzitter zijn biezen pakken. De vergaderingen van het interim-HB met de vertegenwoordigers van de districten, die na de extra ledenraad volgden, stonden voornamelijk in het teken van de vorming van een nieuw HB. Naarstig werd naar geschikte kandidaten gezocht. Omdat Bot te kennen had gegeven het voorzitterschap van de NBAT niet te willen prolongeren, moest voor deze belangrijke post een ander worden gevonden. Er waren twee kandidaten, Ouwendijk, die o.a. de steun had van districten in het westen van het land, en Griep, die door het district Amstelland en een groot deel van het interim-HB werd gesteund. De ledenraad 1976 verliep in een gespannen en geprikkelde sfeer. De partijen stonden vaak lijnrecht tegenover elkaar. Toen de telling van de stemmen tot resultaat had dat Ouwendijk met een ruime meerderheid tot voorzitter was gekozen, trok een aantal kandidaat-HB-leden, die Griep als voorzitter hadden gewenst, hun kandidatuur terug en trachtte op deze wijze de vorming van een HB onmogelijk te maken. Nadat de vergadering voor korte tijd was geschorst, bleek het echter mogelijk voldoende nieuwe kandidaten te vinden en kon ten slotte, zeer tot ongenoegen van de oppositie, toch een HB worden benoemd. Daarmee was het echter niet gedaan. Het volgende confliet diende zich reeds kort daarna aan. De redactie van Het Aquarium, verontrust door het feit dat enkele oud HB-leden in het nieuwe bestuur waren gekozen, nam stelling tegen het hoofdbestuur. In Het Aquarium sprak Van Ramshort zijn voorkeur uit voor het interim-HB en liet zich kritisch uit over het nieuwe HB. Dat dit de verhouding tussen hoofdbestuur en redactie niet ten goede kwam, spreekt vanzelf.

Uit het NBAT-archief: programmaboekje van het jubileumcongres t.g.v. het 50-jarig bestaan, gehouden op 13 en 14 september 1980 in Den Haag. (foto Aad Bouman)Toen dan ook korte tijd daarna door de redactie ter opvulling van bestaande vacatures een tweetal kandidaten voor het redactieteam werd voorgesteld, die tot de oppositie behoorden, weigerde het HB deze te benoemen. Hiermee kwam het conflict tot een uitbarsting. De redactie bood en bloc haar ontslag aan, het HB aanvaardde dit. Na langdurige gesprekken vond het HB ten slotte vier personen, J. Hameeteman, F.F. Schmidt, J. Vente en B. Wezeman, bereid het redactiewerk op zich te nemen. Het argument dat leden van bij de NBAT aangesloten verenigingen niet de dupe mochten worden van het geruzie in de bond, gaf daarbij de doorslag. Het was overigens geen gemakkelijke taak. Door de vele strubbelingen was de belangstelling om aan Het Aquarium mee te werken nauwelijks nog aanwezig. De kopijvoorraad was sterk verminderd - vrijwel nihil. Met wat nog voorradig was plus bijdragen van enkele redactieleden kon met moeite en nood het eerste nummer door de nieuwe redactie worden gevuld. Gelukkig keerde al na korte tijd het vertrouwen terug, de kopijstroom kwam weer op gang en in dit opzicht waren de moeilijkheden opgelost. Helaas, veel tijd om op adem te komen werd de nieuwe redactie niet gegund. Begin 1977 stortte het HB zich in een nieuw avontuur. Daartoe aangemoedigd door de drukker, die waarschijnlijk wel iets zag in een vergrote oplage, kwam het HB met plannen Het Aquarium op de vrije markt te brengen. De oplage zou worden vergroot met 10.000 exemplaren, die via tijdschriftenverkopers, boekhandel en vakhandel moesten worden verkocht. De redactie, slechts zijdelings bij deze affaire betrokken, kreeg de opdracht met ingang van april 1977 over te gaan op 'full colour', hetgeen een niet onbelangrijke vermeerdering van de hoeveelheid werk betekende, met name voor degene die de lay-out verzorgde. Hoewel de tijd gunstig leek, de aquariumliefhebberij was op haar hoogtepunt, bleek het aantal extra gedrukte exemplaren te hoog gegrepen. Al na enkele maanden rezen er twijfels over de gang van zaken bij de verkoop. De bondsvoorzitter hiernaar gevraagd wuifde alle bezwaren weg en diste alleen enthousiaste verhalen op. De verkoop zou boven alle verwachtingen lopen. Nu, dat bleek alras. Het was HB-lid mevrouw A.W. van Esseveld uit Hilversum, die alarm sloeg. Bij haar regelmatige bezoeken aan het bondskantoor kwam ze tot de ontdekking, dat de zolder van het pand bijna doorzakte van de retour gekomen exemplaren van Het Aquarium. September 1977 barstte de bom. Ouwendijk moest toegeven, dat hij de verkoopcijfers onjuist had geïnterpreteerd. Hij diende, het enige wat hij nog kon doen, onmiddellijk zijn ontslag in. Boven het hoofd van zijn medebestuursleden, die van de gang van zaken niet of nauwelijks op de hoogte waren, barstte het onweer los.

Een hoogtepunt van het 50-jarig jubileum was de uitreiking in opdracht van Hare Majesteit de Koningin van de 'Erepenning van verdiensten'. (foto Aad Bouman)Onmiddellijk werd de vrije verkoop gestaakt en de oplage op het oude niveau teruggebracht, maar het kwaad was inmiddels geschied. De NBAT had o.a. door de extra drukkosten een enorm geldelijk verlies geleden. De financiële klap kwam des te harder aan, omdat in 1975 door het toenmalige HB het pand Havenstraat 83, waarin nu het bondskantoor in Hilversum is gevestigd, was gekocht en verbouwd. Wat men aan vermogen bezat, stak in het bewuste pand. Om aan een faillissement te ontkomen, moest er drastisch worden bezuinigd. Ook Het Aquarium moest een flinke stap terug doen: full colour werd half colour.
Op de extra ledenraad van 17 december 1977 ging het er warm toe. Het hoofdbestuur, onder leiding van de tijdelijke voorzitter A. van der Hoorn, kreeg het zwaar te verduren. Gelukkig drong allengs het besef door dat met verwijten alleen de NBAT niet gered kon worden. Dat was slechts mogelijk indien alle leden de schouders eronder zouden zetten en zouden trachten de catastrofe af te wenden. Wonder boven wonder kwam de bond, hoewel flink aangeslagen, deze klap te boven. De onvrede bleef echter en dat was bij de nu volgende ledenraadsvergaderingen goed merkbaar. Op de ledenraad van mei 1978 werd na langdurige debatten A.T. Anema tot voorzitter gekozen. Hij begon zeer enthousiast aan het karwei, maar gaf er nog geen negen maanden later de brui aan. Zijn opvolger werd de heer J.A. Verhoog.
Het geschermutsel op de ledenraad van 1978 bracht 5 aquariumverenigingen uit het district Amstelland ertoe de NBAT te verlaten. Een gevoelige klap, want inmiddels was de teruggang van het ledental ingezet. Het hoogtepunt lag in 1976 toen de tentoonstelling Aqua-Monda bijna 50.000 bezoekers uit binnen- en buitenland trok en de NBAT bijna 24.000 leden telde. In de jaren daarna taande de belangstelling voor het aquariumhouden en daalde het aantal leden. Eerst ging het nog in een langzaam tempo, later versnelde dat echter. Het jaar 1979 bracht een wisseling in de redactie. B. Weezeman, die in drie moeilijke jaren als eindredacteur had gefungeerd, trad terug.

Hier de nog voorradige jubileumnummers van Het Aquarium. (foto Aad Bouman)

Zijn plaats werd ingenomen door N.H. de Jong. In 1980 bestond de NBAT 50 jaar, een gouden jubileum. Ondanks de donkere wolken die nog steeds boven de bond hingen, werd het jubileumfeest op gepaste wijze gevierd. Het jubileumcongres, gehouden op 13 en 14 september 1980, bracht een keur van sprekers en werd goed bezocht. Het septembernummer van Het Aquarium was een extra dik nummer gevuld met bijdragen van binnenlandse en buitenlandse auteurs. Ondanks de aanvankelijke kritiek, zoals waarom al die vertaalde artikelen, bleek dit nummer nog jaren later een bestseller te zijn. Het decembernummer van Het Aquarium was het laatste nummer, dat bij drukkerij Phoenïx en den Oudsten van de pers liep. Hiermee kwam een einde aan jarenlange samenwerking. De nieuwe drukker werd Bosch & Keuning. Indien niet het HB in een hoofartikel ('Door de voorruit') op de verandering van drukker attent had gemaakt, was het waarschijnlijk slechts weinigen opgevallen. En dan te bedenken dat 5 jaar tevoren alleen het plan al om van drukker te veranderen tot heftige commoties aanleiding had gegeven en bijna tot een scheuring leidde. Het kan verkeren! Onder het voorzitterschap van J.A. Verhoog ging de NBAT een wat rustiger tijd tegemoet. Weliswaar bleven de sterk geslonken geldmiddelen en de gestage terugloop van het ledental zorgen baren, maar aan het geruzie scheen een einde te zijn gekomen. Mei 1981 moet Verhoog, die dan 3 jaar lang het schip van de NBAT langs de klippen heeft geleid, op medische indicatie zijn functie neerleggen. Hij wordt vervangen door M. van Dam. Om het ledenverlies te stoppen worden er enkele ledenwerfacties op touw gezet, echter allemaal tevergeefs. De daling zet zich onverminderd voort. Het midden van de jaren tachtig stond voor de NBAT in het teken van 'het kwartje'. Enerzijds door de gestegen kosten, anderzijds door de ten gevolge van ledenverlies sterk gedaalde inkomsten was een verhoging van de bondscontributie dringend gewenst. In plaats van de afdracht voor de leden in één keer met het noodzakelijke bedrag te verhogen werd gekozen voor een meerjarige verhoging van ƒ 0,25. Het gevolg? Op iedere ledenraad die in die jaren werd gehouden, hetzelfde beeld: eindeloze debatten en irritaties bij de verenigingen, die het kwartje weer aan hun leden moesten doorberekenen.
Een op zichzelf onbeduidend verschil van mening tussen enkele HB-leden was de spreekwoordelijke druppel, die de emmer deed overlopen. Op verschillende plaatsen in het land kwamen verenigingen in opstand tegen het beleid van het hoofdbestuur. Er was een extra ledenraad voor nodig, gehouden op 11 oktober 1986, om de gemoederen tot bedaren te brengen en de verenigingen ervan te overtuigen, dat het allemaal een storm in een glas water was. Vier verenigingen echter, twee uit het district Midden-Nederland en twee uit het district Oost-Brabant, wachtten het resultaat van de extra lederraad niet af, maar traden uit de bond. Zij stichtten een nieuwe bond, de VATV. Omdat er geen andere verenigingen tot de nieuwe bond toetraden, was deze maar een kort leven beschoren en ging na enige tijd ter ziele. Van de vier verenigingen keerde er één al spoedig naar de NBAT terug. Twee zijn opgeheven.

Auteur: 
J. Vente
Fotografie: 
Aad Bouman & Co v.d. Velden