Brakwateraquarium

Echte mangroveomstandigheden zijn in huiskameraquaria niet of nauwelijks te imiteren. De in mangrovegebieden voorkomende dieren worden zelden door liefhebbers gehouden en doorgaans onder sterk van de natuurlijke omstandigheid afwijkende condities. Zo ontbreekt bijna altijd het eb- en vloedregime en de daarmee gepaard gaande ritmische veranderingen in waterhoogte, watertemperatuur en chemische samenstelling van het water. Overigens lijken deze periodieke veranderingen niet strikt noodzakelijk voor het welzijn van de dieren. Mits gehouden onder brakke omstandigheden blijven zij jarenlang in goede conditie. Tot voortplanting komen zij echter niet.

Vooraanzicht van het brakwateraquarium van C. de Snoo; hij nam er in 2002 mee deel aan de Landelijke HuiskeuringMijn ervaringen en de kweek met de vierogenvis (Anableps anableps Linnaeus 1758): Dit is geen semi-wetenschappelijk verhaal, maar een verslag van een liefhebber, die probeert om zijn dieren in een zo goed mogelijk nagemaakte biotoop te houden. De biotoop, die ik probeer na te bootsen, is het mangrovegebied en dan het brakwatergedeelte daarvan.
Het aquarium, waarin het geheel gestalte heeft gekregen, is 220 x 65 x 65 cm groot met een watergedeelte van circa 20 cm en een oplopende oever. Daarop groeien mangroveplanten, zoals de rode mangrove (Rizophora mangle), een struikmangrove (Aegiceras comiculata) plus nog twee soorten planten, die plaatselijk in het mangrovegebied kunnen voorkomen, nl. Colocasia esculenta en Acanthus ilicifolius. Op dit moment (2003) ben ik bezig Cryptocoryne ciliata te wennen aan een bestaan in de brakke grond van het oeverdeel.
Vissen voor deze biotoop zijn nog wel eens in aquariumwinkels te koop, maar als ze in zoet water worden gehouden, leven ze niet lang en de kleurenpracht is lang niet zo mooi als bij dieren die in brakwater worden gehouden. Om aan planten te komen die in dit unieke gebied voorkomen, is overigens zeer moeilijk. Zoals bekend mag worden verondersteld, groeit mangrovevegetatie naar verhouding zeer langzaam. Vandaar dat mangrovegebieden ecologisch zo kwetsbaar zijn. Zo ook in mijn aquarium. Het duurde zeker vijf tot zes jaar, totdat er boompjes en struiken van enige omvang waren bereikt.

Een viertal vierogenvissen bij laag water schuilend onder eeen aantal wortelsIn de bak heeft een aantal slijkspringers (Periophthalmus shlosseri), bijtjes (Brachygobius xantazona) en vierogenvissen (Anableps anableps) een onderkomen gevonden. De dieren hebben het goed naar hun zin. Ze groeien en leven, dat het een lust is. Zo goed zelfs, dat de vierogenvissen regelmatig voor nakomelingen zorgen. Op dit moment zijn de dames in blijde verwachting van de vijfde generatie. Drie stuks zijn voortgekomen uit een man en een vrouw van eigen kweek. De dieren zijn niet aan elkaar verwant.
Nu is het niet zo, dat als een mannetjes- en vrouwtjesvierogenvis bij elkaar worden gezet, dit ook automatisch tot jonge vissen leidt. Mannetjes kunnen hun geslachtsorgaan (gonopodium) òf alleen naar links òf alleen naar rechts bewegen en de vrouwtjes zijn alleen òf links òf rechts te bevruchten. Dus een 'links' mannetje kan alleen een 'rechts' vrouwtje bevruchten. Een rechts georiënteerde man zoekt een linkse vrouw op.
Ze zijn levendbarend en ik heb een enkele keer mogen zien hoe de geboorte plaatsvindt. Het vrouwtje begint enkele dagen tot één week voor het werpen zeer onrustig door de bak heen te zwemmen en zeer regelmatig ligt ze op het ondiepe oevergedeelte. Geen vis mag in haar buurt komen. Ze worden met gemene staartklappen weggejaagd.
Vlak voor het moment dat het jonge visje geboren wordt, begint het vrouwtje heftig te kronkelen en er komt bloed uit de cloaca, die flink uitstulpt. Dan verschijnt het staartje als eerste. De ene keer komt de rest vrij vlot, maar het komt ook voor, dat moeder enige minuten met alleen het staartje eruit blijft rondzwemmen. De meeste van mijn jongen zijn in 'staartligging' geboren, maar een enkele keer kwam een 'kopligging' ook voor.

Anableps anablepsDe jongen zijn opmerkelijk groot. Zo'n 4 à 4,5 cm. Meestal worden er drie à vier geboren, maar van mijn grootste vrouwtje heb ik ook al eens zeven jongen gehad. Sommige van de jongen zakken naar de bodem en blijven daar enkele dagen onder een tak of iets dergelijks liggen, maar er zijn er ook die direct naar de oppervlakte gaan en lustig rondzwemmen. Na een dag gaan ze al op zoek naar iets eetbaars. Eén keer is er een jong geboren, dat waarschijnlijk zo in de verdrukking had gezeten, dat het als een hoepel zo krom werd geboren. Ik dacht aan een misgeboorte en dat het wel niets meer zou worden. Ik wilde het uit zijn lijden verlossen, maar mijn vrouw zei, dat ik het zeker nog enkele dagen moest aanzien, want dat het wel zou bijtrekken.

Bevalling van Anableps anablepsEn waarachtig, na een halve week zwom het, alsof er niets aan de hand geweest was kaarsrecht rond. Hoewel de andere vissen de jongen met rust laten, vang ik ze er toch uit en zet ze in een aparte bak met een flauw oplopende zandoever met slechts enkele centimeters water. Zo gauw ze in dat aquarium zitten, doe ik er wat waterluis bij. Ze eten alleen levend voer en na enkele dagen is de eetlust enorm groot. Ik zorg er dan ook voor, dat ze zeker de eerste weken 'in het voer staan'. Goed te eten, op een strandje liggen, zwemmen, wat wil een vierogenvissenjong nog meer? Brak water!

Omdat ze in de natuur in het noordoosten van Zuid-Amerika in brakwatergebieden voorkomen, tot zelfs in volle zee, laat ik ze ook in brakwater opgroeien. Variërend vanaf 1,003 tot 1,010 ppm zouttoevoeging. Dit alles zorgt ervoor, dat de jongen in goede conditie opgroeien en ik uit de eerder geboren jongen ook weer jonge vis heb gekregen. Ik hoop, dat ik ook deze succesvol groot mag brengen.

Naschrift
De heer De Snoo is in het NBAT-wereldje geen onbekende. Al geruime tijd onderzoekt hij de mogelijkheden en onmogelijkheden van het brakwatermilieu voor de aquaristiek. Niet zonder succes. Met zijn brakwateraquarium wist hij diverse keren de aandacht op zich te vestigen. Eerder al werd een artikel aan zijn aquarium gewijd in onder het Palmblad. Met de Landelijke Huiskeuring 2002 behaalde hij de vijfde plaats in de afdeling speciaalaquaria. En dat is geen geringe prestatie als je bedenkt hoe moeilijk het is om een mangrovevegetatie te doen aanslaan. Hierboven laten we hem zelf aan het woord over zijn hobby, de kweek van de vierogenvis Anableps anableps. Dat alles in het kader van een verzoek, dat we kregen van drs Paul Timmermans van de Universiteit van Nijmegen, om onze medewerking te verlenen aan een onderzoek onder schuttervissen. Voor De Snoo was dit een uitdaging. Hij stelde zijn expertise beschikbaar voor dit onderzoek en nam op zich het onderzoek met eventuele andere aquaristen die medewerking willen verlenen, te coördineren. In het juninummer 2003 van Het Aquarium stelt dr Timmermans zich voor en geeft uitleg over zijn onderzoek. Het zal wel duidelijk zijn dat we een en ander in uw belangstelling aanbevelen.
Naar de opvatting van de NBAT hebben specialismen in de hobbybeleving en de wetenschap elkaar veel te bieden. We volgen dit eerste samenwerkingsverband met grote interesse.
Bent u geïnteresseerd en/of wilt u uw medewerking verlenen, geef dan even een seintje: c.desnoo@12move.nl

Auteur: 
Cees de Snoo
Fotografie: 
zwart-wit: Cees de Snoo, kleur: Carel Sauer