Quarantaine: een goede start

Onderstaand artikel gaat over quarantaine, een term die door aquaristen vaak wordt gebruikt. De ervaring heeft me echter geleerd dat vele aquaristen niet precies weten wat 'quarantaine' betekent en hoe je dit moet toepassen. Vandaar dat ik dit artikel heb geschreven, dat hoofdzakelijk op eigen ervaringen berust.

In het verleden werden mensen, die in aanraking geweest waren met lijders aan besmettelijke ziektes (vooral ten gevolge van pestilente ziektes, zoals pest, cholera, tyfus, pokken) gedurende een bepaalde periode afgezonderd. Deze periode was op empirische wijze vastgesteld op 40 dagen: 'une quarantaine' (Fr.). Thans duurt deze afzondering geen 40 dagen meer, maar beperkt zich tot de incubatieperiode en verschilt dus voor elke ziekte. (incubatieperiode = periode vanaf het besmet raken door een ziekteverwekker en het uitbreken van een ziekte - red.)

Een discusvrouwtje met 'discuspest'Elke gemotiveerde aquarist(e) zal nieuw aangekochte dieren eerst een quarantaineperiode laten doormaken. Niemand wil immers zijn visbestand in gevaar brengen en het gevaar is reëel: heimelijk, onzichtbaar en vaak ook onbekend met als gevolg de onverklaarbare dood van discussen.

Bij de aanschaf van nieuwe discussen, met zowel wildvang- als nakweekdieren (zelfs je beste vriend-aquarist is verdacht!) loop je steeds het gevaar een miskoop te doen: iedere discus brengt immers zijn eigen al dan niet schadelijke bacteriën mee.

Voor de nieuwe aanwinst eraan komt, dient men een quarantainebak klaar te zetten. Deze bak is volledig kaal met alleen een verwarmer en een filter erin. Het water heeft bij voorkeur een hardheid tussen 5 en 10 °DH en is neutraal tot licht basisch (pH 7,1 à 8,0): zuur water beïnvloedt immers de werking van eventuele medicamenten. Een ruime zuurstofvoorziening wordt aangeraden; de watertemperatuur bedraagt 28 °C. Licht is er alleen nodig om de vissen af en toe te observeren. Bij toediening van sommige medicamenten is het raadzaam om het licht uit te laten.

Na aankomst van de vissen zal men de druppelmethode toepassen om ze te wennen aan de nieuwe omgeving. Daarna verplaatst men ze met de hand in de quarantainebak of laat ze uit de lege plastic zak glijden. Een schepnet kan immers de slijmhuid beschadigen: dit is een open poort voor bacteriën en schimmels. Voeg het transportwater niet bij het aquarium om elk risico op besmetting te vermijden. Als de discussen in de bak beland zijn, zal men ze een halfuurtje moeten observeren om te zien of er zich niets abnormaals voordoet.

Gedurende de quarantaineperiode zullen de parameters zich langzaam en automatisch wijzigen. Het water verversen gebeurt gedeeltelijk en progressief: ± 10% per dag. Men kan het beste telkens de geleidbaarheid meten, een precieze en betrouwbare parameter. De geleidbaarheid mag nooit lager zijn dan 80 µS, noch mag de KH lager zijn dan 2 °DH om voldoende buffering te behouden. Beneden deze waarden is er een reëel gevaar voor een te grote daling van de pH (4,5 of lager), wat vermeden moet worden.

Tijdens de quarantaineperiode mogen de vissen slechts spaarzaam gevoederd worden. Houdt de uitwerpselen goed in het oog. Een gezonde discus toont geen enkel ziekteverschijnsel, is licht van kleur, eet goed, produceert donkere uitwerpselen en hangt niet triest in een hoekje. Na 3 à 4 weken is hij 'klaar voor gebruik'.

Hetzelfde vrouwtje na volledig herstel met jongen op de huidVaak ziet het er echter minder goed uit. Voor de 'gewone' visziektes (stip e.d.) is een discus niet erg bevattelijk. Zijn kwalen zijn meestal veel venijniger en moeilijker te diagnosticeren. Het begint meestal met een donkere verkleuring, lusteloos gedrag en/of een versnelde ademhaling. Geen paniek en vooral geen spurt naar de dichtstbijzijnde apotheek: "je weet immers niet, wat er mis is met je vis!"

Twee 'zachte' geneesmethodes: de warmtekuur en de osmotische shock

Deze twee behandelingen zou men bij nieuw aangeschafte discussen eigenlijk systematisch moeten toepassen. In ieder geval vooraleer men gebruik gaat maken van 'grof geschut', zoals antibiotica, sulfamide enz.

Een warmtekuur omvat het volgende: 'door de temperatuur op te drijven tot zo'n 34 °C, met zeer betrouwbare verwarmingsapparatuur'. Dit mag gebeuren in 24 uur tijd, doch mits men de zuurstofvoorziening verhoogt. De verdraagzaamheid van de discus ten opzichte van de temperatuur wordt hier uitgespeeld tegen die van verschillende parasieten, die meestal lager is. Deze warmtekuur mag 5 dagen duren. De verlaging van de temperatuur naar 28 °C - 30 °C gebeurt geleidelijk.

De osmotische shock houdt in dat men 10 gram zout per liter water moet toe voegen gedurende maximaal 30 minuten. Men kan bijvoorbeeld 100 gr zout oplossen in een emmer met 10 l aquariumwater. Zeer goed beluchten en dan de vis inbrengen. De vis zal zeer donker kleuren, plat gaan liggen en eventueel ronddraaien. (Hij moet uiteraard blijven ademen: zo niet, hem er onmiddellijk weer uithalen!) Blijvend toezicht is noodzakelijk. Na 30 minuten wordt de vis er met de hand weer uitgehaald en terug in de quarantainebak gezet. Discussen verdragen dit zeer goed, terwijl veel bacteriën en parasieten deze behandeling niet overleven. Gebruik synthetisch zeezout (vooral geen zout met additieven en bewaarmiddelen, ook geen grof keukenzout).

Na deze toepassingen zijn er vaak al veel problemen opgelost. Men kan de vissen eventueel nog behandelen tegen kieuwwormen en tegen darminfecties (het laatste alleen in geval van witte ontlasting). Dit zijn de twee meest voorkomende kwalen bij discussen en men zal ze behandelen met de gekende middelen.
Andere aandoeningen, zoals stip, schimmels, vinrot enz. zal men bestrijden met malachietgroen, met FMC of met... de schaar!

De nieuwe vissen overbrengen naar je aquarium

Je nieuwe vissen zitten nu ongeveer een maand in quarantaine, ze hebben alle preventieve behandelingen gehad en zien er schitterend uit. Natuurlijk begint het nu te kriebelen en wil je ze in je gezelschapsaquarium onderbrengen. Indien je geen andere discussen hebt, zijn ze nu klaar om naar hun definitieve verblijfplaats overgebracht te worden.

Had je al discussen, dan moet je nog wat geduld oefenen, want bij een onvoorbereide vermenging van discussen uit verschillende milieus dreigt de zo gevreesde 'discusziekte' of 'discuspest'. Deze termen blijven hardnekkig gehandhaafd en de straffe verhalen hierover zijn legio. Toch bestaat deze 'ziekte' niet. Het is een uitbreken van allerlei kwalen tegelijkertijd door de vermenging van verschillende bacteriën, virussen en parasieten.

Elk organisme - hetzij mens, dier of plant - heeft zijn specifieke bacteriën, waarvan vele van levensbelang zijn voor een natuurlijk evenwicht. Er zijn niet-pathogene ('goede') en pathogene ('slechte' of ziekteverwekkende) bacteriën. De goede bacteriën hebben zich perfect aangepast aan de levende wezens waarbij zij te gast zijn. Men noemt ze ook 'commensalen', letterlijk tafelgenoten. Een gezond organisme is gastheer van miljoenen commensalen (de bacteriële microflora) en bouwt een eigen immuniteit op tegen vreemde indringers en/of pathogene bacteriën.

Een van de jongen een jaartje later: een juiste behandeling laat dus beslist geen sporen na!Ter verduidelijking twee voorbeelden:

1. Een baby groeit gedurende enkele jaren op in een min of meer beschermd milieu, vertrouwd met de micro-organismen, waartegen hij stilaan immuniteit opbouwt. Dan gaat hij naar de kleuterschool. Plotseling bevindt hij zich dagelijks tussen twintig of meer kindjes, allen met hun eigen bacteriën. Zijn lichaam moet nu tegen vele vreemde indringers tegelijkertijd een immuniteit opbouwen. We zien dan ook vaak dat kindjes, die pas naar school gaan, dikwijls ziek worden in die eerste periode, omdat hun organisme zoveel vreemde 'belagers' tegelijkertijd niet aankan.
2. Je gaat met vakantie naar een exotische bestemming. Tijdens een wandeling drink je een slok water uit een nochtans zuiver uitziend beekje. De volgende dag ben je geveld door een darmontsteking, terwijl de autochtone gids, die van hetzelfde water heeft gedronken, er glimlachend en kerngezond bijloopt.

Hetzelfde gevaar lopen discussen (en ook andere vissen, maar discussen schijnen hier gevoeliger voor te zijn), die vaak uit verschillende werelddelen worden geïmporteerd en dan pardoes - zonder enige quarantaine- bij andere vissen gekieperd worden. Ze hoeven echter niet uit Brazilië of Thailand te komen om deze problemen te veroorzaken. Elke discuspopulatie in elk aquarium heeft ook haar eigen, vertrouwde bacteriën en de plotselinge vermenging hiermee kan voor problemen zorgen. Het houdt dus geen steek om discusliefhebbers lukraak te beschuldigen als verspreiders van de 'discuspest', want het is de nieuwe eigenaar die onvoorzichtig te werk is gegaan! De discuspest breekt ook nooit 'zomaar' uit, maar steeds na het inbrengen van nieuwe discussen, die overigens perfect gezond kunnen zijn.

Welke voorzorgen kun je nu nemen om van dit onheil gespaard te blijven?
- probeer te informeren naar de voorgeschiedenis van de vissen,
- breng de nieuwkomers onder in een quarantainebak, het liefst in een andere ruimte (besmetting kan zich ook via het kweekhok van de vissen verspreiden),
- elk aquarium moet zijn eigen toebehoren hebben (schepnet, afzuigslang, emmer, elektronische meter, maatbeker voor het voedsel, temperatuursonde enz.),
- observeer de vissen grondig tijdens de quarantaineperiode en behandel ze tegen de meest voorkomende discuskwaaltjes voor zover je die hebt kunnen vaststellen.
Wanneer na enkele (± 4) weken alles goed gaat, kun je de vissen - mits er sprake is van een progressieve gewenning - met elkaar in contact brengen. De verschillende aquaria moeten als het ware 'geënt' worden met elkaars water. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door dagelijks een kleine hoeveelheid (de eerste dag één glas, de tweede dag twee glazen enz.) aquariumwater van het gezelschapsaquarium naar de quarantainebak over te brengen. Dit is eigenlijk het principe van een vaccinatie (zoals wij spuitjes moeten krijgen als we naar de tropen gaan): de ziekteverwekkers worden in minimale hoeveelheden toegediend om het organisme te verplichten immuniteit op te bouwen. Na een tweetal weken gebeurt het enten in omgekeerde richting. Als ook dit gedurende enkele weken goed gaat, zullen de nieuwkomers waarschijnlijk zonder al te veel problemen bij de oorspronkelijke vissen kunnen worden gezet.

Indien toch de hel losbarst, schakel dan een deskundige in, die zal trachten te achterhalen welke geneesmiddelen er kunnen worden gebruikt. Er dient dan een antibiogram opgemaakt te worden, dat uitsluitsel zal moeten geven over het toedienen van de antibiotica, waar de vissen nog niet resistent tegen zijn.
Na inachtneming van de quarantaineperiode en de progressieve gewenning van je nieuwe vissen in het gezelschapsaquarium, zul je hopelijk vele jaren ongestoord kunnen genieten van je nieuwe aanschaf.

Auteur: 
Annie De Maesschalck
Fotografie: 
Annie De Maesschalck
Literatuur: 
Briffa, M. & R.W. Elwood, 2001. Decision rules, energy metabolism and vigour of hermitcrab fights. Proc. R. Soc. London B 268, 1841-1848.