De zwaarste wandelende tak

Ooit werd in Het Aquarium de mooist gekleurde wandelende tak besproken, de 'rode varentak' Oreophoetus peruana. De langste is Phobaeticus serratipes, met een maximaal 33 cm lang lichaam en met 55 cm totale lengte (inclusief poten). De raarst gevormde is moeilijk, want aan stekels en flappen is in het Phasmidenrijk geen gebrek. De zwaarste wandelende tak is daarentegen overduidelijk: met een gewicht tot 65 gram wint het vrouwtje van Heteropteryx dilatata: de 'woudnimf'. Dit is een boom- en struikbewoner van Malakka.

Hoewel bij de één de kweek met laatstgenoemde soort niet wil lukken, gaat het bij een andere takkenliefhebber op rolletjes. Ook mij is het de eerste drie keer niet gelukt. Eieren kwamen niet uit en herhaaldelijk werd een bijna volwassen vrouwtje zwak en viel dood. Waarschijnlijk heb ik toen de dieren te vochtig gehouden. Omdat het bij de vierde poging bijzonder goed lukte, beschrijf ik de gebruikte methode.

Uiterlijk

Mijn dikke, volwassen vrouwtje woog 'slechts' 44 gram.Een volwassen Heteropteryx dilatata-vrouwtje heeft een 15 cm lang lichaam, weegt 45 tot 65 gram en is het op een na zwaarste insect.Het is groen tot groengeel van kleur. De vleugels bedekken eenderde van het achterlijf. De mannetjes (5 tot 15 gram) worden 9 cm. Zij zijn veel slanker en bruin met lichtbruine banden op de lange voorvleugels. De geopende achtervleugels zijn rood met zwarte aders. Als het belangrijkste verdedigingsmiddel, camouflage, niet meer werkt, kiest H. dilatata voor de actieve afweer. Beide geslachten houden bij bedreiging de sterk gestekelde achterpoten in de lucht en slaan die dicht zodra er iets tussenkomt, bv. een vinger. Vrouwtjes striduleren dan luid sissend met hun vleugels, mannetjes klappen hun achtervleugels open.

Heteropteryx dilatata in dreighouding. Het vrouwtje striduleert met haar vleugels.Hanteren

Deze wandelende tak wil bij verstoring niet lopen en moet dus gepakt worden om te verplaatsen. Het simpelst is het verplaatsen van een plantentak, waarop het dier zit. Lukt dit niet, dan kan H. dilatata stevig tussen midden- en achterpoten vastgepakt worden, eventueel met handschoenen. Trek wandelende takken echter nooit los van hun ondergrond.

Bij gevaar toont het mannetje soms de roodzwarte achtervleugels.Huisvesting

Het belangrijkste bij de huisvesting van wandelende takken is de hoogte van het insectarium. In verband met de vervelling moet een bak minimaal driemaal zo hoog zijn als de tak lang is. Dit vergt enige uitleg. Wandelende takken hebben, net als alle andere insecten, een harde huid die niet kan groeien. Daarom moeten ze geregeld vervellen. Vrouwtjes doen dat meestal zes keer, mannetjes vijf keer.
Als een wandelende tak al enige tijd op dezelfde plek stil hangt en krommende bewegingen maakt, is het moment van vervellen nabij. De huid scheurt vlak achter de kop open, waarna de prothorax (de hals) naar buiten wordt geduwd. De kop en de voelsprieten volgen, waarna ook de rest van het borststuk en het achterlijf zich uit het vel naar beneden laten zakken.Een Heteropteryx dilatata vrouwtje tijdens de vervelling.
Het achterste puntje van het achterlijf blijft in de oude huid zitten. De poten moeten nog uit het oude vel worden getrokken. Daarna laat de tak zich nog enkele uren opdrogen, voordat hij zich verplaatst. Dit opdrogen moet in de juiste houding gebeuren. Het krom opdrogen van eenn of meer lichaamsdelen kan een fatale afloop hebben. Dit kan o.a. gebeuren als er iets in de weg zit, omdat het terrarium te vol of te laag is of omdat de wandelende tak een verkeerde plek heeft gekozen. Als de misvormingen meevallen (slechts één looppoot onbruikbaar bv.) kan een correctie plaatsvinden bij de volgende vervelling. Verloren ledematen zijn na drie vervellingen weer helemaal terug (geregenereerd).

Ook als het insectarium te vochtig is, kan het dier tijdens de vervelling vallen, omdat het oude vel te week is of de hangplaats te glibberig. Op de grond liggend is een vervellende tak ten dode opgeschreven. Mits op tijd ontdekt, kan een wandelende tak met zijn klauwtjes in een wasknijper aan een tak worden bevestigd. Is het te laat, voer dan het dier aan een insectivoor (bv. vogelspin, bidsprinkhaan, hagedis) of maak het af (invriezen).
In een te vol insectarium bestaat de kans, dat de wandelende tak tijdens de vervelling door andere takken wordt gestoord. Ook dan kan het dier vallen of worden beschadigd. Ook sproeien met water kan een fatale storing zijn. Tot slot kan een insectarium te droog zijn. Daardoor begint de nieuwe huid al op te drogen, voordat het dier helemaal uit de oude huid is gekropen. Het is meestal onmogelijk de oude huid van het dier te verwijderen en afmaken is weer de beste oplossing. Vermijd dit euvel door het terrarium vlak voor de vervelling te bevochtigen. Een insectarium mag dus niet te vol met voedseltakken of medebewoners zitten. Voor een in totaal 22 cm lang H. dilatata-vrouwtje dat aan een 17 cm lang vel hangt moet de bak minimaal 40 cm hoog zijn. Maar dan moet het dier wel bovenin hangend vervellen. Vandaar dat de minimumhoogte driemaal de lengte bedraagt, in dit geval dus 65 cm.
Mijn takkenbak is een rechtop gezet aquarium van 120 cm hoog. De bovenzijde en twee stroken in de voorzijde zijn van gaas. Op het terrarium staat een lichtkapje met daarin een 40 watt-gloeilamp en een 25 watt-spotje. Dit geeft een mooie temperatuurgradiënt van 28° C bovenin tot 23° C onderin. De bodem is 21 - 23° C. Ik sproei een- of tweemaal per week. Dit gaf weinig problemen met de vervelling. Eén vrouwtje kwam bij de laatste vervelling tegen een bramentak. Het laatste stadium moest ze daardoor verder met slechts 1,5 achterpoot, gekreukelde vleugels en drie littekens van wonden. Het dier kon zich overigens nog prima voortplanten. Soorten die de eieren in de grond steken (dat zijn o.a. de geslachten Aretaon, Eurycantha, Haaniella en Heteropteryx) hebben minimaal 5 cm matig vochtige, oude potgrond of cactusgrond gemengd met zand op de bodem nodig. In mijn takkenbak ligt 15 cm oude potgrond, ongeveer zo vochtig als verse potgrond en iets aangedrukt.

Heteropteryx-achterlijven tijdens de paring. Ook een vrouwtje van Eurrycantha calcarata (verwant aan H. dilatata) steekt haar eieren in de grond.

Combineren

Hoewel de meeste soorten wandelende takken met elkaar gecombineerd kunnen worden, is dat met H. dilatata wat moeilijk. Door de grote stekels worden vrij snel andere insecten beschadigd. Ik heb de soort met succes gecombineerd met de eveneens dikke Eurycantha calcarata, met de gewone wandelende tak Carausius morosus, met de sprinkhanen Chondracris rosea en Zonocera elegans, met miljoenpoten en met kleine bidsprinkhanen Miomantis abyssinica.

Een Heteropteryx dilatata, mannetjeVoedsel

Ik voer deze soort alleen braam en laurierkers Prunus laurocerasus, maar ze eten ook meidoorn, klimop, eik, laurier, roos, beuk, iep, peer, appel, pruim, guave, dwergmispel, rododendron, sneeuwbal, hazelaar en lijsterbes.
Zoals elke takkenliefhebber zet ik takken van de voedselplant in een pot met water. Ik dek die af met filterwatten, zodat de insecten niet kunnen verdrinken. Men kan eventueel één eetlepel suiker per liter water toevoegen, zodat de voedseltakken langer goed blijven. Ververs voedseltakken zo gauw ze op of verdord zijn. Bij het verversen van de oude braamtakken moet ieder blaadje afzonderlijk worden nagekeken. H. dilatata-nimfen hebben namelijk de vervelende eigenschap om op en tussen deze verdorde bladeren te kruipen en daar erg veel op te lijken.

Voortplanting

Twee tot vier weken na de laatste vervelling zijn de dieren geslachtsrijp en paren. Tijdens een paring rijdt het mannetje op het vrouwtje mee. Hij kromt zijn achterlijf om het hare en maakt met het uiteinde van zijn achterlijf aan haar onderzijde contact. Daarbij wordt een wit spermapakketje (spermatofoor) overgedragen. De paring kan uren tot dagen duren. Een vrouwtje kan sperma opslaan en daarmee nog maandenlang eieren bevruchten. Het vrouwtje prikt de eieren, ongeveer 1 cm hoge tonnetjes, tot 4 cm diep in de bodem. Nogal wat hobbyisten graven regelmatig de eieren op en duwen ze met de deksel boven in putjes, die ze in vochtige turf of cactusgrond hebben gestoken. Op deze manier is prima het uitkomstpercentage te berekenen. Alleen had ik op deze manier redelijk veel schimmelgroei op de eieren. Bovendien kost het veel tijd en worden de eieren verstoord. Toen ik de eieren in de 22° C warme, matig vochtige, oude potgrond in het terrarium liet liggen, liepen er op een gegeven moment zo'n 50 nimfen rond. Nogal naar tevredenheid dus.

Heteropteryx dilatata, vrouwtje net na haar laatste vervelling. Ze laat nu haar nieuwe huid drogen. Drie eieren van Eurrycantha calcarata. Ze lijken erg veel op die van H. dilatata.

De eerste nimfen kwamen 8 tot 12 maanden na de eerst geschatte eileg uit. Soms schijnt de incubatie echter wel 3,5 jaar te kunnen duren! De nimfen zijn 2 cm groot. Zoals gezegd, controleer de verdorde voedseltakken blaadje voor blaadje op nimfen. Overdag nemen nimfen in trosjes een slaaphouding aan. Al vroeg zijn bij de mannetjes een licht achterlijfssegment en insnoeringen tussen de segmenten te zien. Vrouwtjes hebben meteen een legboor en zijn de laatste drie stadia groen i.p.v. bruin. Vrouwtjes zijn bij mij na plm. 1,5 jaar volwassen.

Tot slot

Heteropteryx dilatata is slechts een van de geweldig mooie takken, die worden gekweekt binnen de Europese 'Phasmid Study Group' en de Nederlandse afsplitsing 'Phasma'. Bij beide clubs moet vrij snel aan eieren gekomen kunnen worden.

Auteur: 
Eugène Bruins
Fotografie: 
Eugène Bruins