Dendrobates lehmannii

Als kind al had ik belangstelling voor de natuur en sinds 1953 een voorliefde voor aquarium en terrarium. Ik begon net als de meesten van ons met een klein bakje - nu vinden we dat tenminste - maar 80 x 40 x 40 was toch al een redelijke afmeting. Na veel ups en downs ging het de goede kant op en kwamen er de eerste amfibieën in ons huis. Eerst kikkerdril en natuurlijk salamanders, later ook hagedissen, kameleons en slangen.

Dendrobates lehmanniIn 1979 kwam ik in aanraking met de zogenaamde pijlgifkikkers. Ik begon er de literatuur op na te slaan, althans wat er beschikbaar was, en ik kan u vertellen, dat was niet bijzonder veel. Maar ik heb na enige tijd toch de stoute schoenen aangetrokken en ben overgegaan tot de aanschaf van drie Dendrobates auratus. Dit bleek een gunstige koop te zijn geweest. Ik schrijf dit artikel anno 2000. De kikkers waren al volwassen en tot heden leven ze nog steeds in blakende gezondheid.
Dus pijlgifkikkers kunnen behoorlijk oud worden.
In 1994 kocht ik twee Dendrobates lehmanni (helaas maar twee). Dit was enigszins een gok, daar van D. lehmanni alleen mannen kwaken en bij de vangst in het wild gaat men op het geluid af, vandaar dat men over het algemeen vooral mannen vangt. Toen ik ze aanschafte, zag ik toch iets verschil: het dier dat de man bleek te zijn, had grotere tenen dan de vrouw en zijn rug was wat hoekiger gebouwd, vandaar toch de koop.
Opgetogen ging ik naar huis, want iets nieuws is altijd weer een uitdaging, ook al zit je 40 jaar in de hobby. Nu is D. lehmanni volgens velen een moeilijk houdbare kikker, laat staan dat je ermee zou kunnen kweken. Tot heden is mij alleen maar een enkel kweekresultaat in Duitsland bekend.
Als plantjes, Ficus repensIk bracht de juweeltjes onder in een terrarium van 105 x 50 x 60 cm. De wanden zijn gemaakt van tempex, beschilderd met schoolbordenzwart en - terwijl ze nog nat waren - ingesmeerd met turfmolm. Zo verkreeg ik mooie, natuurlijk gekleurde achter- en zijwanden. Dit is relatief goedkoop en een goede vervanger van de peperdure varenwortel. De wanden blijven zeer lang intact. Tot nu zijn ze nog niet vervangen, maar mocht het wel nodig worden, dan ben je voor een paar gulden weer klaar. Daar plantjes als Ficus repens zeer gemakkelijk hechten op deze wanden, zie je er al snel niets meer van, hetgeen door de dieren op prijs wordt gesteld. Ook vind ik zelf een begroeid terrarium mooier en beter. Op de bodem van de bak komt eerst een verwarmingskabel van 5 m lang; deze wordt geregeld via een thermostaat. Over de kabel komt een laag hydrocultuurkorrels. Eenmaal op temperatuur houden ze de warmte goed vast.
Dan een laagje turfplaten van ongeveer 1 cm dik en dan nog een laag beukenblad en eikenblad (het beste is half verteerd, daar dit veel micro-organismen bevat; uw kikkers zijn u er dankbaar voor). U moet zoiets eens bekijken door een vergrootglas; u weet niet wat u ziet. Het krioelt van het leven en is dus zeer geschikt voor de opfok van jonge kikkers.
Verder nog wat eikenstobben, wat petrischaaltjes met hierover halve kokosnoten en wat zwarte filmkokertjes. Ten slotte wordt de bak beplant met Bromelia's, bijv. Neoregelia guzmanni. Ik zie graag ook een beetje kleur, anders wordt het een saai, groen geheel. En de inrichting is compleet. Boven het terrarium brandt een tl kleur 83, verder niets. De half verteerde bladeren ververs ik om de acht weken. Zo blijf je constant microvoer in de bak houden.
De bodemtemperatuur is bij mij 27 graden, hetgeen nogal afwijkt van wat de meeste hobbyisten hanteren. Die houden D. lehmanni veel koeler, namelijk bij ongeveer 20 graden. Ik verwarm mijn terraria liever wat meer, ik vind de kikkers dan actiever.
Ik heb dit geprobeerd met diverse soorten, o.a. Dendrobates auratus, D. leucomelas D. pumilio, D. ventrimaculatus, Epipedobates tricolor, Phyllobates vittatus enz.

Petrischaaltjes met halve kokosnoten en zwarte filmkokertjes als eilegplaatsen.

De kweek

Het mannetje begon vrijwel meteen te kwaken. Het geluid lijkt wat op dat van een eend: gak, gak, gak. Meestal zat hij kwakend op een kokosnoot om het vrouwtje te lokken. Al snel reageerde het vrouwtje op het gekwaak en spoedig werden er eieren afgezet op de bekende plaatsen in Bromelia's en in de filmkokertjes, maar niet in de petrischaaltjes. Ook waren de legsels verdeeld, dus niet alles bij elkaar.

Tweemaal per dag word er geneveld met een ultrasone luchtbevochtiger.Na ± 14 dagen kwamen de eitjes uit, ik schat althans deze tijd, want zo snel had ik geen resultaat verwacht. De larven liet ik door de ouders zelf grootbrengen, wat mij beter leek dan de zogenaamde eigeelmethode. Meestal ging het vrouwtje om de dag naar de larven toe en deponeerde er dan een eitje bij. Hiermee werden de larven de eerste tijd gevoed. De man zat dan altijd op zijn favoriete plek op de kokosnoot, waarbij hij zijn luide gekwaak liet horen.
Bij mij werden ongeveer 20 eitjes in totaal afgezet. Drie waren onbevrucht, twee beschimmelden, vijftien larven zijn uitgekomen. Twee ervan zijn doodgegaan om voor mij onbekende reden, dertien stuks zijn blijven leven en zijn na 57 tot 64 dagen goed door de metamorfose gekomen.
Het is een formidabel gezicht om dat kleine grut door de bak te zien huppelen. De kikkers doen het buitengewoon goed op de humusrijke, half verteerde laag van beukenblad en eikenblad. De kikkervisjes heb ik echter wel bijgevoerd in de Bromelia's en kokertjes met zeealgenpoeder.

Domme pech

De kikkers werden verder gevoerd met fruitvliegen en weideplankton. De fruitvliegen werden bestrooid met gistocal. Ik sproeide de kikkers eenmaal per drie dagen. Ook werd er tweemaal per dag beneveld met een ultrasone luchtbevochtiger - gesproeid werd altijd met regenwater. De dagtemperatuur wast 27° C en de nachttemperatuur zo'n 22° C.
De methode was wel succesvol, maar er kwam bij mij helaas een technische storing in de thermostaat. Hierdoor verloor ik zo'n 400 kikkers en larven. Ik kan u vertellen, dat je daar niet vrolijk van wordt.

Ten slotte

Beginners zouden moeten starten met een makkelijke soort Epipedobates tricolor. Hier een mannetje bij de eieren.Ik hoop hiermee een bijdrage geleverd te hebben aan onze bijzondere hobby. En de aandacht gevestigd te hebben op deze unieke kweek van mijn kroonjuweeltjes uit het regenwoud. Deze niet makkelijke kikker verdient toch zeker wat meer onze aandacht. Al is dit pronkertje uit Colombia uit het westelijke deel van het Anchicajadal - op zo'n 650 tot 1200 m hoogte - echter geen kikker voor de beginner. Mijn advies is: begin eerst met een makkelijker soort bijvoorbeeld Epipedobates tricolor.
Verder wens ik een ieder die hier toch mee wil beginnen veel plezier en geluk. Ze zijn zeker de moeite waard.

Auteur: 
Willem van Dijk
Fotografie: 
Eugène Bruins