Eerste ervaring met reuzensprinkhanen

Het houden en kweken van geleedpotige dieren is de laatste tijd erg in opkomst en ook ik heb reeds aardig wat ervaring kunnen opdoen met schorpioenen, spinnen, wandelende takken en sprinkhaanachtigen. Door verhuizing was ik echter genoodzaakt alle dieren op te ruimen en weer opnieuw te beginnen. Na enkele jaren zonder geleedpotigen door het leven te zijn gegaan, bood een Zwitserse kennis me in 1999 een reuzensprinkhaansoort aan en omdat de diertjes er prachtig uitzagen, nam ik dit aanbod aan. Twintig exemplaren verhuisden naar Nederland, waar ze hun nieuw tehuis vonden in een klein terrarium van 40 x 40 x 40 cm.

Reuzensprinkhaan kort na aankomstHun naam deden ze op dat moment nog geen eer aan, want ze maten slechts 16 tot 18 mm. Reeds na een week vervelden de eerste exemplaren en zagen er toen totaal anders uit. Waren de dieren bij aankomst roodzwart gekleurd, nu waren ze zwartgeel en bezaten al korte vleugelstompjes. In dit stadium meten ze ongeveer 40 mm.
Omdat deze soort uit de oerwouden van Venezuela afkomstig is, is het noodzakelijk de temperatuur hoog te houden tot zo'n 30° C met een afkoeling 's nachts tot 20° C. Ook de luchtvochtigheid moet hoog zijn. In mijn terrarium bereikte ik dit door minimaal eenmaal per dag, meestal echter twee keer, met een plantenspuit te sproeien. Bij de nog niet uitgegroeide dieren was de inrichting van het verblijf Spartaans en bestond slechts uit een flesje met daarin de voedselplanten. In Zwitserland hadden ze uitsluitend braambladeren te eten gekregen, maar uit Duitsland kreeg ik de informatie dat ze ook framboos en eikenblad zouden eten. Braam en eik heb ik ze allebei gegeven en ze aten het ook inderdaad.
Reuzensprinkhaan volwassenNa de eerste vervelling nam hun eetlust enorm toe en het werd nodig iedere dag nieuw loof in de flesjes te plaatsen. Na nog eens 2 weken volgde weer een vervelling en nu zagen ze er opnieuw totaal anders uit. Ze groeiden tot 75 à 85 mm met grote vleugels en waren groenrood gekleurd. Om de kweek mogelijk te maken werd het nu tijd een 'legbak' in het terrarium te zetten. Uit de ervaringen opgedaan in Zwitserland en Duitsland wist ik dat deze bak minstens 8 cm diep moest zijn.
Als afzetsubstraat nam ik een mengsel van 50 procent potgrond en 50 procent zand, maar helaas is het bij mij niet zover gekomen. Binnen een week tijd stierven plotseling alle reuzensprinkhanen, zowel volwassen als nog niet volgroeide dieren. Als oorzaak denk ik aan een vergiftiging of een infectieziekte, hoewel er geen uiterlijke verandering was vast te stellen.

Gelukkig zijn er in Duitsland en Zwitserland nog enkele kolonies in gevangenschap, dus wellicht kan ik nog eens een poging wagen. Ik moet echter wel wachten tot daar eipakketjes (met ieder zo'n 50 eitjes) zijn uitgekomen en dat schijnt bij deze soort nogal lang te duren, nl. in ieder geval 10 maanden!
Over de precieze soortbepaling is men het nog niet eens. Wel is duidelijk dat ze tot het geslacht Tropidacris behoren, maar zelfs een natuurhistorisch museum in Venezuela kon ze niet nader op naam brengen.

Reuzensprinkhaan na vervelling

Aanvulling door Eugène Bruins, lid redactieraad Het Aquarium:

Artis kweekt al jaren Tropidacris violaceus. Ik heb het vermoeden dat het om deze soort gaat.
Ze zijn vooral overdag actief en echte zonaanbidders, behorend tot de familie Acrididae (veldsprinkhanen).
Het legsel moet in behoorlijk vochtige grond liggen. Het duurt inderdaad vele maanden, voordat de eieren uitkomen. Vrouwtjes zijn groter, mannen maken zelden geluid en dan redelijk zacht. Dit laatste is nogal belangrijk voor sprinkhanen: het sjirpen van sommige soorten kan nogal doordringend zijn en een schreeuwlelijkerd wil men immers liever niet als huisdier.
De vergiftiging kan goed komen door met gif of afvalstoffen vervuilde voedselplanten. Het blijft noodzakelijk langs autowegen, in tuinbouwgebieden, steden of plantsoenen geen voer te vangen of te plukken.

Auteur: 
Maarten de Ruiter
Fotografie: 
Maarten de Ruiter