Snoekkruid | Nederlandse Bond Aqua Terra

Snoekkruid

Alles is relatief. In de rijstvelden van Zuid-Amerika is snoekkruid (Pontederia) een lastig onkruid, dat moeilijk te bestrijden is. Voor ons is het een prachtige vijverplant. Een gewas dat met zijn schuine habitus en glanzend groene bladeren voor structuur zorgt en de waterpartij een exotisch cachet geeft.

Solitair of in groep, snoekkruid staat altijd even prachtigSnoekkruid behoort tot de Pontederiaceae. Dit is een kleine familie, die van nature in alle werelddelen, behal ve Europa, voorkomt en behoort tot de klasse van de eenzaadlobbigen.
Naast de geslachten Pontederia en Eichhornia behoort nog een zevental weinig bekende andere geslachten tot deze familie. Eén ervan, Monochoria, kwam ik herhaaldelijk tegen tijdens een reis door Burkina Faso (West-Afrika). Een blauw bloeiende Monochoria leek op afstand erg op snoekkruid. De in Burkina Faso eveneens voorkomend, wit bloeiende Monochoria vaginalis wordt als groente gegeten in sommige delen van Azië. Geen van beide heb ik echter in leven kunnen houden, wellicht door gebrek aan warmte en vooral licht. Al de familieleden uit de Pontederiaceae leven in zoetwatermilieus en een aantal kan overleven in brak water. Het geslacht Pontederia stamt uit de Nieuwe Wereld. De genusnaam werd in 1737 gegeven door Linnaeus ter ere van zijn tijdgenoot Guilio Pontedera (1688 - 1757), professor in de botanie te Padua. De meeste soorten uit dit geslacht groeien ook in of aan de rand van brak en zelfs zout water. 'Moerashyacint' zou volgens sommigen eigenlijk de officiële Nederlandse naam zijn, maar de handel en de meeste vijverboeken gebruiken de naam snoekkruid. Zijn Engelse naam is pikkerel weed. In het Duits luistert de plant naar de naam herzblärtriges Hechtkraut, terwijl de Fransen hem benoemen met pontédérie à feuille en coeur.

De langzaam opengaande bloeiwijze verzekert een lange bloeitijdPontederia cordata groeit in het wild in grote delen van de oostelijke Verenigde Staten en Canada. De variëteiten P. cordata var. cordata en P. cordata var. lancifolia komen beide voor tot in Nova Scotia. De laatste variëteit is overal in de minderheid. In de eindeloze meren van de Everglades in Florida gedijen de snoekkruiden opperbest. Cordata betekent hartvormig, duidend op de hartvorm van de bladeren.
P. cordata var. cordata komt ook voor in Midden- en Zuid-Amerika. Planten uit deze streken ingevoerd waren minder winterhard dan die uit noordelijkere gebieden. Planten uit het uiterste noorden van het verspreidingsgebied bleken daarentegen volkomen winterhard te zijn in onze streken, wat te verwachten was. Snoekkruid valt door zijn wat exotisch uiterlijk en schuine habitus echt op in de vijver. Het kruipende rhizoom drijft gesteelde, hartvormige tot lepelvormige bladeren boven de waterspiegel. De bladeren zijn mooi glanzend, tot 20 cm lang en tot 15 cm breed en staan op gladde ronde stelen van zo'n 60 cm hoog.

Snoekkruid bloeit van juli tot september. De zachtblauwe bloemaren van 8 - 15 cm bekoren ons dus van de zomer tot in de herfst. Het is dan ook een onmisbare plant om kleur te brengen in de vijver op een moment dat een groot deel van de oeverplanten al uitgebloeid is. Onder de bloeiwijze staat een bloemschedeachtig hoogteblad. De hyacintblauwe bloemen zijn tweeslachtig. Bij Pontederia is er driestijligheid. Dit wil zeg gen dat er stijlen in drie verschillende lengtes voorkomen; kort, middel en lang. Ook de meeldraden doen mee aan dit lengteverschil. Over het nut van deze variatie is het laatste woord nog niet gezegd. Na de bloei vertoont de bloemas een benedenwaartse kromming en de vruchten rijpen onder water (hydrocarpie). De zaden hebben een rechte kiem en overvloedig kiemwit.

De witte cultivar 'Alba' is vrij zeldzaamDe steel met uitgebloeide bloem knikt naar beneden, zodat de zaden in het water rijpen (foto Leo van den Berkmortel)Er bestaat een witte cultuurvorm 'Alba', maar deze is vaak moeilijk te vinden. Hij groeit minder goed, blijft beduidend kleiner en geeft een kleinere, eigenlijk veel minder opvallende bloeiwijze. Niet echt de moeite dus, tenzij voor de verzamelaar van rariteiten.

Groot snoekkruid of reuzensnoekkruid, Pontederia cordata var. lanceolata, vindt men in de handel onder de naam Pontederia lanceolata en ook wel onder zijn oude naam Pontederia augustifolia. Zijn bladeren zijn groter en langer en missen daardoor de hartvorm.
Het is echt een monumentale plant, met een hoogte van 1 à 1,2 m. Er wordt wel eens geopperd dat reuzensnoekkruid minder sterk zou zijn dan het gewone snoekkruid. Persoonlijk heb ik daar nog niets van ondervonden. Snoekkruid is in ieder geval een plant die tot de aller mooiste moerasbewoners behoort en in de meeste boeken veel te weinig aandacht krijgt. Eigenlijk zou het in geen enkele waterpartij mogen ontbreken. Weken aan één stuk kunnen de bloemaren bloeien en dat midden in de zomer. Samen met kattenstaart vormt de plant een prachtige kleurschakering. Snoekkruid houdt van een zonnige, warme plek en prefereert dan ook niet te diepe vijvers, die snel opwarmen.

Groot snoekkruid, Pontederia cordata var. lancifolia, is een monumentale plant. Het heeft geen hartvormige bladerenIn het moeras, in echt ondiep water (bijvoorbeeld 2 cm) worden de planten het beste afgedekt met loof tegen de winter als bescherming tegen beschadigingen door vorst.
Eigenlijk is een standplaats in het vlakke water meer aanbevolen. Snoekkruid staat daar het beste 20 - 40 cm diep in goede, lemige, modderige grond. Zelf gebruik ik een ander systeem. Om de planten zoveel mogelijk te laten genieten van de warmte van de bovenste waterlagen plaats ik hem in de zomer in grote manden met slechts 5 à 10 cm water boven hun kroon. Dit wordt beloond met een werkelijk uitbundige groei en bloei. In de herfst plaats ik ze dan een trap dieper in de vijver. Zo zijn ze goed beschermd tegen winterijs. Vaak lopen de planten te vroeg uit in de lente. Bij strenge vorst in het voorjaar worden de boven water uitstekende bladeren nogal eens beschadigd. Daarom breng ik de manden met snoekkruid dan ook niet te vroeg in het voorjaar naar een hoger niveau. Meestal doe ik dat pas na half mei.

Snoekkruid kan alleenstaand toegepast worden, als solitair. Zeker groot snoekkruid, dat bijna een kubieke meter ruim kan worden, verdient een ereplaats als blikvanger. Pure schoonheid in structuur, glans en kleur. In kleine groepen kan ook. Van woekeren is in onze contreien geen sprake.

Groot snoekkruid bloeit hemelsblauwVermeerderen gebeurt voornamelijk vegetatief door delen van de wortelstokken. Scheuren gebeurt het beste in het late voorjaar. Zorg dat de toppen die men van de wortelstok snijdt, niet te klein zijn en al eigen wortels hebben. Klei of leem wordt erg gewaardeerd. Zaaien lukt ook aardig. Volgens mij moet het zaad wel heel vers zijn en mag niet uitdrogen. Daarom zaait men het, na het van de steel te hebben geritst, direct in modderige grond. In verband met de vorstgevoeligheid overwintert men de zaaibak in een serre. In de late lente kiemen de zaden dan pas. Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat er tegenwoordig veel kruisingen tussen beide (onder)soorten in de handel komen. Echt zeker ben ik er echter niet van. Het zou ook kunnen gaan om een derde (onder)soort, die door een aantal Amerikaanse auteurs wordt vermeld. In ieder geval geef ik daarom de voorkeur aan vegetatieve vermenigvuldiging, want zelf heb ik nog de 'echte' lanceolata in mijn vijverplantenverzameling en wil dat zo houden.
De fraaie bloemen worden door insecten bestoven en vertonen opvallende honingmerken op de bloemdeksegmenten. Snoekkruid wordt in zijn natuurlijke habitat onder meer bestoven door de solitair levende bijensoort Dufourea novaeangliae, die geen enkele andere plant bezoekt en haar levenscyclus afstemt op de bloei van snoekkruid. Naast bijen bezoeken hommels en vlinders de aren met blauwe bloemen.Deze in Burkina Faso gefotografeerde Monochoria sp. lijkt op afstand erg veel op snoekkruid (foto: Edwin Maes)

Van dichtbij merkt men dat Monochoria sp. er toch anders uitziet dan PontederiaVoor degenen die niet genoeg hebben aan kijken alleen, maar de sappig groene planten ook met de tong willen proeven volgt een smakelijke tip: jonge bladstelen kunnen als groente worden gegeten en de zaden als nootjes.
Tot het geslacht Pontederia horen nog een viertal andere, weinig verbreide soorten. Het is niet uitgesloten dat een of meer van deze soorten geschikt zou kunnen zijn voor (zomerse) buitencultuur. Pontederia sagittata, met pijlvormig blad, komt alleen voor in Midden-Amerika. Pontederia parviflora heeft kleine witte bloemen en komt uit de kustgebieden van Panama en Colombia. Pontederia rotundifolia heeft op kikkerbeet lijkende blaadjes en vrij kleine bloemhoofdjes. Deze soort komt uit Midden- en Zuid-Amerika. Pontederia subovata is een klein plantje met eerder eivormige blaadjes en komt alleen in Zuid-Amerika voor.

Tags: 
Auteur: 
Guido Lurquin
Fotografie: 
Guido Lurquin