Amplexidiscus fenestrafer

Oorpoliepen zijn in het zeeaquarium in veel soorten en kleuren te houden. Een bak met voornamelijk oren als bewoners kan een plaatje zijn, doordat kleuren als gifgroen, blauw, steenrood, bruin, grijs in combinatie een waar kleurenpalet kunnen vormen. Oren die geïmporteerd worden voor ons aquarium, houden in het algemeen van veel licht. Generaliserend kunnen we stellen dat 'gladde' oren weinig tot geen voedsel tot zich nemen en meer licht nodig hebben dan de 'ruwe' soorten.

Deze oranje, gladde oren staan gevaarlijk dicht tussen de wieren. Houd oren altijd vrij van wieren!Wetenschappelijke naam:
Amplexidiscus fenestrafer
Nederlandse naam: Groot olifantsoor
Verspreidingsgebied: Filippijnen, Palau, Indonesië, Groot Barrièrerif
Houdbaarheid: uitstekend
Belichting: veel licht, ook tl voldoet prima
Stroming: matig tot zwak
Kleur: bruin/groen
Vermeerdering: d.m.v. knopvorming
Afmeting: 25 cm (tot 45 cm)

Oorpoliepen leven in combinatie met symbiotische algen waarvan zij grotendeels afhankelijk zijn. De 'ruwe' oren, die ook in combinatie met de symbiotische algjes leven, hebben korte tentakels, waarmee ze voedsel kunnen aannemen. Deze oren kunnen met wat minder licht toe en, zoals al gememoreerd, accepteren ze in de meeste gevallen fijn, dierlijk voedsel. Hoewel er ook oren bestaan die zonder zoöxanthellen leven (deze leven solitair op grotere diepten), worden er tot nu bij mijn weten alleen oren geïmporteerd die lichtbehoeftig zijn.
De beste manier om oren, die voedsel accepteren, te voeren is de volgende. U geeft het desbetreffende oor een heel klein beetje voedsel, bv. door middel van een spuit. Het oor reageert hierop door zich als een tulp op te bollen. Vissen zullen proberen het voedsel op te eten, voordat het oor de gelegenheid krijgt dat zelf te doen. Spuit daarom nu nog wat voedsel in de opening, niet te veel (het oor heeft niet veel nodig) en het oor zal zich sluiten, totdat het voedsel is opgenomen. Dit bijvoeren hoeft maar sporadisch te gebeuren, omdat de oren nog altijd hun symbiotische algjes gebruiken.

Deze gladde exemplaren hebben doorgaans wat meer licht nodigOren vermenigvuldigen zich spontaan in het aquarium: aseksueel door knopvorming of deling of seksueel d.m.v. ei- en sperma-uitstoting. Sommige soorten zullen al binnen enkele maanden een tapijt gaan vormen. De vermenigvuldiging door middel van deling is vaak goed waar te nemen. Het oor krijgt eerst twee mondopeningen die zich van elkaar gaan scheiden. Zo ontstaan er twee oren.
De kleinere soorten, en dat is heel belangrijk, moeten vrij van algen, wieren en grof vuil (zoals zand) worden gehouden en niet in een te sterke stroming staan. Wanneer oren constant op en neer bewegen door waterstroming, zullen ze op den duur wegkwijnen of loslaten. Oren zijn gevoelig voor te veel vrij in het aquariumwater zwevende netelcellen, is mijn ervaring. Wanneer u veel sterk netelende dieren in de bak hebt, zal dat merkbaar zijn. Oren zijn over het algemeen genomen niet gevaarlijk voor medebewoners, hoewel sommige wel door te netelen hun plekje kunnen verdedigen of uitbreiden. Maar, zoals altijd, er bestaat een uitzondering die de regel bevestigt.


Oren kunnen ook tentakels bezitten. Deze oren kunt u met fijn voedsel, zoals plankton, watervlooien en artemia voeren. Het is niet noodzakelijk.

Aquariumervaringen

Deze keer wil ik even een van die uitzonderingen aanhalen, nl. het groot olifantsoor. Deze soort, Amplexidiscus fenestrafer, is de grootste onder de oren en kan ruim 25 cm in doorsnee worden. Grotere exemplaren, tot zo'n 45 cm, komen ook voor. Het zijn gemakkelijke dieren die gevoerd kunnen en moeten worden en bijna allerlei dierlijk voedsel tot zich nemen. Hier schuilt echter ook het gevaar. Dit oor kan een visje of een garnaal in de val lokken. Wanneer een argeloos visje wat voedselrestjes van het oor wil pikken, kan het oor plotseling gaan bollen en het visje dat dan wordt opgesloten kan, wanneer het niet snel naar boven het oor weet te verlaten, als voedsel worden geconsumeerd. Dit is meermalen voorgekomen, ook in mijn bakken. Op deze manier ben ik een Royal gramma en een dwergkeizer kwijtgeraakt. Maar een gewaarschuwd mens telt voor twee, dus houd hier rekening mee. Oren benoemen met de juiste wetenschappelijke namen is een moeilijke opgave. Veel oren zijn nog niet op naam gesteld en helaas blijken er in de handel ook verkeerde benamingen gebruikt te worden. Tot de 'rooforen', zoals de hierboven beschreven soort, behoren ook Rhodactis howesii en de Actinodiscus-soorten.

Dit diepgroene oor kan wat grotere afmetingen krijgen, tot zo'n 15 cm. Het is geen roofoor. Het linker, grote olifantsoor heeft zojuist een visje verschalkt.

Onder in het aquarium groeien en vermeerderen deze oren zich zonder problemen.

Auteur: 
J.H. van Ommen
Fotografie: 
J.H. van Ommen