Chinese danio

Ik had eens een vijvertje in de tuin gemaakt, te klein om er bijvoorbeeld goudvissen in te houden. Nu was mij bekend dat Chinese danio's kleine, tot 4 cm groot wordende koudwatervisjes zijn, dus proberen maar. Het verhaal is immers dat ene meneer Tan op een wandeling door de nevelbergen dit visje ontdekte. Aldus ook de herleiding van de wetenschappelijke naam Tanichthys albonubes: Tan = Chinese naam, ichthus = vis (Grieks), albo = wit en nubes = wolken (beide Latijn). Een gebergte duidt op lage temperaturen en China ligt toch al niet echt in de tropen. Maar in de herfst werd ik toch bang voor ze. Ik heb ze in een bakje van 30 x 20 x 20 cm in mijn studeerkamer gezet om te overwinteren. Een laagje fijn grind, water en verder niks. Ja, twee keer per dag een beetje stofvoer (micromin), want daar had ik nog een busje van staan. Al gauw was de voorruit zo bealgd dat-ie ondoorzichtig werd. Ik was te lui om even te poetsen.

Tanichthys albonubes

Maanden heeft het er zo bij gestaan, hoog op een plank, maar wel zo dat ik er net bij kon om te voeren en dat deed ik werkelijk zonder ook maar één keer over te slaan. In maart ging het voorjaar kriebelen, de vijverplantjes begonnen te groeien en te bloeien en de Chineesjes moesten maar weer eens van de plank gehaald. Wat in het najaar nog een paartje was, was tot mijn stomme verbazing nu een veertigtal. Een massa jongen van een halve tot een centimeter groot. Oud en jong zagen er blakend van gezondheid uit. Conclusie: het kweken van Chinese danio's is niet moeilijk, je hoeft de ouders niet eens weg te halen als je ze voldoende en vaak genoeg voert. En twee keer per dag is vaak genoeg. Er is wel een voorwaarde: dieren van verschillend geslacht moeten bij elkaar zwemmen.

Geslachtsonderscheid

Prettig is dat de mannetjes en vrouwtjes van deze soort zeer makkelijk te onderscheiden zijn. Het vrouwtje heeft een bol buikje en een relatief klein kopje. De mannetjes hebben meer aars- en rugvin; niet langer, maar de inplant wel over een grotere lengte op de rug en achter de buik, dus toch een stuk groter dan die van het vrouwtje. De gele randen langs deze vinnen zijn ook veel prominenter bij het mannetje. Ten slotte zijn de lichaamskleuren van het volwassen mannetje veel 'valer' dan bij het vrouwtje, maar op zich wel kleuriger. Mooi uitgekleurde mannetjes hebben een prachtige lila lengtestreep op het lijf. Een kennis van mij heeft eens zijn Chinese danio's in de vijver laten overwinteren. Ze overleefden dat uitstekend en niet alleen dat want de dieren waren na de winter onherkenbaar mooi van kleur en postuur. (Of deze vijver was toegevroren, vermeldt de auteur niet. Mijn ervaring is dat na flinke vorst in een kleine vijver geen Chinese danio's meer overblijven. LB)
In de vijver heb ik slechts af en toe jongen gezien. En als ze er zijn, dan laten ze zich makkelijk zien, want zodra de dooierzak op is, zoeken ze de open ruimte vlak onder het wateroppervlak. Maar ze zijn heel klein en ze groeien niet heel snel. Vijvers worden altijd bevolkt door allerlei, overigens interessante beestjes, zoals watertorren en andere insecten(larven). Ik denk dat de jonge danio's een makkelijke prooi zijn voor al die beesten.

Tanichthys albonubes

In het gezelschapsaquarium

Ook in het (tropisch) aquarium is de Chinese danio een heel leuke vis. Vooral als er wat stroming in de bak is door een flink filter of een forse uitstromer voelt een schooltje zich al gauw zichtbaar lekker. Ze zoeken graag het deel met de sterkste stroming op. En het scholen kan gestimuleerd worden door ze als gezelschap een wat grotere soort te geven (dan zoeken ze bescherming in de school. Natuurlijk een niet te roofzuchtige, want dan wordt het schooltje snel kleiner, zoals mijn zoon kortgeleden ondervond. Binnen een week had hij nog 5 van de 12 Chineesjes over. Het gezelschap in zijn tweemeterbak bestaat onder meer uit Thorichthys ellioti (een nauwe verwant van de vuurkeelcichlide Thorichthys meeki), Aequidens metae en kwiekwie Hoplosternum thoracatum, een flinke pantsermeerval. Wie nu precies de boosdoener is geweest, dat hebben we niet kunnen achterhalen. De vijf zitten inmiddels apart in een klein bakkie in de vensterbank, samen met al flink wat jongen.

Speciaalaquarium, onverwarmd

Tanichthys albonubes houdt men het beste in een schooltjeEenvoudig en voordelig zijn de Chineesjes te houden in een speciaal voor ze bestemd bakje van bijvoorbeeld 60 x 30 x 30 cm. Geen verwarming, maar liefst wel waterstroming in de bak. Een laagje fijn grind voor het wortelen van plantjes. Er komen ondanks het koude water genoeg soorten planten in aanmerking: Hottonia, Myriophyllum, waterpest, hoornblad, penningkruid, gele plomp en nog veel meer leuke en geschikte planten kun je tegenwoordig bij het tuincentrum vinden. Maar ook bijvoorbeeld Echinodorus horizontalis en Vallisneria spiralis doen het goed in onverwarmd water. Als u gezelschap zoekt voor de Chinese danio's, bedenk dan dat er niet veel soorten in aanmerking komen. Guppen bijvoorbeeld zijn echte tropische visjes en horen absoluut niet thuis in een onverwarmd aquarium! Vaak overleven ze wel, maar dat ze lage temperaturen verdragen, betekent zeker niet dat ze zich er wel bij voelen.
Veel mogelijkheden zijn er niet. Ik heb het zelf geprobeerd met schijfbaarsjes Enneacanthus chaetodon en dat stond leuk (maar jongen kun je dan wel vergeten!). Als de temperatuur niet onder 15 graden komt (huiskamer) kun je ze nog wel Corydoras aeneus en paradijsvissen Macropodus opercularis als gezelschap geven. Zwaarddragers komen ook uit streken met wat lagere temperaturen, maar ik vind ze qua lichaamsvorm en tekening absoluut niet passen bij Chinese danio's. Nee, gewoon alleen Chineesjes, daar is toch het meeste plezier aan te beleven, omdat er dan ook van voortplanting sprake is.

Tanichthys albonubes - foto R. Wildekamp

Kweken

Zoals de meeste scholenvisjes als ze bij een constante temperatuur (geen seizoensinvloeden) worden gehouden, zetten danio's dagelijks een gering aantal eitjes af. Omdat ze nauwelijks kannibalistisch zijn, is het goed mogelijk om op eenvoudige wijze een behoorlijk aantal jongen op te kweken. Maar het is ook mogelijk om in één klap twee- tot zelfs driehonderd jongen te krijgen van één paartje. Dan moeten man en vrouw drie weken gescheiden gehouden worden en vooral goed en gezond gevoerd. Na twee dagen in de kweekbak zal de buik van het vrouwtje flink afgeplat zijn. Het is dan wel beter de ouders te verwijderen, want bij zo'n overdaad zullen ze zich zeker aan hun jongen vergrijpen. Het opkweken van een groot aantal jongen is moeilijker, want meer voer veroorzaakt meer afvalstoffen en dus is het moeilijker om de waterkwaliteit goed te houden. Daar komt bij dat de jonge dieren hun voedsel vooral aan het wateroppervlak zoeken. De volwassen dieren zoeken overal en dat maakt de meer natuurlijke kweek met de ouders erbij een stuk makkelijker.

Auteur: 
Henk van der Bijl
Fotografie: 
Angel Canovas