De tweekleurige lipvis | Nederlandse Bond Aqua Terra

De tweekleurige lipvis

In de zeewateraquaristiek is meer en meer een ontwikkeling gaande, die resulteert in het houden en verzorgen van sessiele, ongewervelde dieren.De holtedieren van de tropische zeeën bieden ook talrijke voordelen, vergeleken met het houden van koraalvissen. Onder goede levensomstandigheden, die met de huidige stand van de techniek verhoudingsgewijs eenvoudig te realiseren zijn - vooropgesteld dat aquaristen al vanaf het begin een hoge elektriciteitsrekening incalculeren - groeien de ongewervelden snel en laten zich relatief eenvoudig vermeerderen. Zelfs de verzorging van steenkoralen is met de huidige stand van de techniek niet al te ingewikkeld, hetgeen bewezen wordt door de vele publicaties over successen in dit opzicht in de belangrijkste vaktijdschriften. En de vissen?

Op jeugdige leeftijd ziet de Hemigymnus melapterus er zeer aantrekkelijk uit en nodigt uit deze te kopen.

Hier schijnt het - althans volgens mijn waarneming - zo te zijn, dat ze intussen een steeds kleinere plaats innemen. Niet alleen is hun verzorging lang niet altijd zo eenvoudig als die van veel neteldieren, maar bovendien gaan veel vissen verloren door ziekten, slechte transport- en opslagomstandigheden en parasieten, die bij verzwakte koraalvissen de dood tot gevolg hebben. In het koraalrifaquarium is behandeling tegen ziekteverwekkers nu eenmaal niet mogelijk door de aanwezigheid van neteldieren. Zij ondervinden namelijk schade van dezelfde medicijnen die ziekteverwekkers moeten bestrijden.
Bovendien produceren vissen, vooral de grotere, nogal wat afvalstoffen, die het watermilieu verslechteren, waardoor de ongewervelde dieren gevaar kunnen lopen. Toch denk ik, dat de verzorging van vissen in gezelschap van neteldieren belangrijk is om een volledig beeld van een stukje koraalrif zo verantwoord mogelijk na te bootsen.Diverse vissen kunnen goed in een koraalrifgezelschap verzorgd worden en een goed beeld daarvan completeren. Enkele vissenfamilies hebben door hun dikke slijmhuid een relatief grote weerstand tegen huidparasieten en zijn daardoor voor dit doel interessant.

Zo'n familie is die van de lipvissen, wetenschappelijk bekend als Labridae. In deze familie vinden we naast grote, voor de koraalrifaquaristiek ongeschikte soorten ook een overvloed aan kleine, prachtig gekleurde vertegenwoordigers, die naar mijn mening uitstekend voor dit doel geschikt zijn. Vaak echter doet de aquarist in dit opzicht een misgreep. Dat zo'n misgreep soms heel aardig kan uitpakken, toont de volgende ervaring.
Al na enkele maanden is het jong al van vier naar zeven cm gegroeid en laat zich al in zijn pre-volwassen kleurstadium zien.Vooraf vermeld ik dat ik in mijn L-vormige aquarium gewend ben maandelijks 20-30% water te verversen, samengesteld met een uitstekende kwaliteit zeezout van Hause Aquarium Systems. Dit zout heet 'Reef Crystal' en voldoet aan de hoogste eisen. De wekelijks verbruikte hoeveelheid sporenelementen wordt aangevuld met een speciaal voor leder- en softkoralen samengesteld mengsel van de firma Korallin. Ook in mijn aquarium gaan er helaas af en toe vissen dood. Echter onder de lipvissen wordt de sterfte meestal veroorzaakt door de hoge leeftijd, zoals bijvoorbeeld een Macropharyngodon ornatus, die kort geleden na acht jaar verzorging overleed. De daardoor ontstane ruimte wilde ik weer met een lipvis opvullen. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om naar een geschikte lipvis uit te kijken, toen mijn vriend, de handelaar Franz Högerl, een zending uit Indonesië binnenkreeg.
Twee ongeveer vijf cm lange dieren daarin vielen mij meteen op, doordat ze door hun gedrag duidelijk lipvissen moesten zijn, maar er anderzijds ongewoon uitzagen met hun hoge rug en zeer dikke lippen. Omdat de dieren aantrekkelijk gekleurd waren - bijzonder fraai waren de grijsblauwe, dunne ringen om de ogen - kocht ik beide exemplaren.

Het bekende ritueel van gewenning en vrijlaten in het aquarium verliep zonder problemen. Toch moest ik toekijken hoe drie dwergkeizervissen van de soorten Centropyge acanthops en C. flavicauda de beide nieuwkomers niet gunstig gezind waren. Heftige aanvallen leidden na twee dagen tot het verlies van de grootste van de twee lipvissen. Maar een week na de vrijlating hielden deze aanvallen plotseling op. Vanaf dat moment kon de overgebleven lipvis zich ongestoord door het aquarium bewegen en voedsel opnemen. In de tussentijd had ik de soort kunnen determineren en dat deed mij aanvankelijk haast het bloed in de aderen stollen. Het bleek te gaan om een lipvis, die in de natuur tot 95 cm groot kan worden: Hemigymnus melapterus, de tweekleurige lipvis.
Deze soort komt voor in het gehele Indo-Pacifische gebied en er zijn grote kleurverschillen tussen jonge en volwassen dieren. Terwijl de jonge vissen overwegend zwartwit gekleurd zijn, zijn de volwassen dieren eerder grijsblauw met wit. Karakteristiek voor alle soorten van het geslacht Hemigymnus (Günther, 1861) is de bek met de uitzonderlijk dikke lippen. Ook de gedrongen lichaamsvorm kan als kenmerk van dit geslacht beschouwd worden. Zo is de tweede soort van het geslacht Hemigymnus fasciatus eenvoudig te herkennen. Deze soort is met ca 50 cm volgroeid. Hemigymnus sexfasciatus werd door Kuiter (2002) als derde soort in dit geslacht beschreven.

Na 26 maanden verzorging is de lipvis al twaalf cm groot en begint zijn volwassen kleur aan te nemen. Het is verbazend, dat de vis in de groei wat is gestagneerd. Een reden daarvoor kan zijn, dat de hoge visbezettingsgraad met grote vissen de oorzaak is. Nadat enkele van deze vissen aan de dierentuin waren weggeven, explodeerde de groei weer naar behoren.De jonge vissen leven in groepen tussen de koraaltakken, de volwassen dieren speuren langs de zandvlakten en steengruishellingen van de koraalriffen naar wat eetbaars. Het menu is afwisselend en veelzijdig, zodat het in het aquarium geen probleem kan vormen de soort over te wennen op diepvries- en droogvoer. Ook het gezelschap van holtedieren kan na meer dan twee jaar verzorging nog steeds als probleemloos en zonder beperking aanbevolen worden. Hoewel de vis er tamelijk robuust uitziet, kon ik bij enkele gelegenheden waarnemen, dat het hier om een zachtaardige soort lipvis gaat.
Naast een lage transportgevoeligheid - bij importen kan het bij exemplaren boven tien cm tot grote verliezen komen - valt het speciaal op, dat bij de voedering niet het voor vele lipvissen typerende, schrokkerige gedrag vertoond wordt, maar dat ze veeleer een aarzelende en afwachtende houding aannemen. Met agressieve voedselconcurrenten en territoriumverdedigers kan de tweekleurige lipvis de strijd niet aan; zelfs als de aanvallende vis kleiner is. Maar het belangrijkste is wel de grootte en de uiteindelijk te verwachten lengte van de tweekleurige lipvis. Hierboven vermeldde ik al, dat de soort tot 95 cm of langer kan worden. In de 26 maanden, dat ik het dier nu bezit, is het dier alleen al twaalf cm in lengte gegroeid. Een ongelooflijke toeneming. Niet in de laatste plaats, doordat de lengte van het aquarium een behoorlijke groei toelaat.
In de toekomst zal blijken of de lengtegroei zal vertragen of zelfs tot stilstand kan komen. Ook zal het interessant zijn om waar te nemen hoe deze Hemigymnus melapterus zal reageren op een tweede of zelfs een derde soortgenoot, die in ieder geval veel kleiner zal zijn. Samenvattend kan de tweekleurige lipvis, Hemigymnus melapterus, voor de verzorging in een koraalrifaquarium zeer geschikt genoemd worden, waarbij men in ieder geval wel de uiteindelijk te verwachten lengte in aanmerking moet nemen.

Hemigymnus melapterus, kort voordat de vis in een 4000-literaquarium werd gehuisvest. Het oude aquarium met een inhoud van 1500 liter werd gewoon te klein.

Tot besluit vermeld ik nog een gedragspatroon van Hemigymnus melapterus dat mij, maar niet de vissen in mijn aquarium, bijzonder verraste. Tijdens mijn gebruikelijke waarnemingen in de avonduren stelde ik vast dat een nieuw in het aquarium gebrachte doktersvis doelbewust de tweekleurige lipvis naderde, ervoor stilstond met gespreide vinnen en zo het typische gedrag vertoonde, dat normaal wordt vertoond voor poetslipvissen, bijvoorbeeld van de soort Labroides dimidiatus. Dit gedrag werd door de tweekleurige lipvis onmiddellijk beantwoord met het daadwerkelijk afzoeken en schoonmaken van de doktersvis. Het poetsgedrag was niet zo intensief en overvloedig als bij diverse verwante soorten, maar elementen van poetsgedrag waren onmiskenbaar aanwezig. Niet alleen de doktersvis, maar ook andere aquariumbewoners komen regelmatig aanspraak maken op de poetsdiensten van het dier. Hoe lang dit gedrag valt waar te nemen, kan niet vooraf worden voorspeld, maar het is altijd weer fascinerend hoe vissen de waarnemer kunnen verrassen.

Auteur: 
Joachim Frische
Fotografie: 
Joachim Frische
Vertaling: 
N.H. de Jong
Literatuur: 
Baensch, H. A. & Debelius, H., 1992. Meerwasser Atlas. Mergus Verlag. 1207 p.
Burgess, W. E. & Axelrod, H. R. & Hunziker, R. E., 1988. Dr. Burgess Atlas of Marine Aquarium Fishes. T.F.H. Publications Inc. 736 p.
Debelius, H. & Kuiter, R., 1995. Fischführer Südostasien. Tetra Verlag. 321 p.
Debelius, H., 1993. Fischführer Indischer Ozean. Tetra Verlag. 321 p.
De Graaf, F., 1976. Tropische Zierfische im Meerwasseraquarium. Verlag Neumann-Neudamm. 468 p.
Esterbauer, H., 1993. Wrasses: Their Biology and Ecology. Tropical Fish Hobbyist. 42(11), 54-69
Fossa, S. A. & Nilsen, A. J., 1993. Korallenriff - Aquarium Band 3. Birgit Schmettkamp Verlag. 332 p.
Frische, J., 1995. Lippfische aus der Gattung Macropharyngodon. DATZ 48(11), 709-710
Göthel. H., 1994. Farbatlas Meeresfauna Fische Rotes Meer Indischer Ozean (Malediven). Eugen Ulmer Verlag. 336 p.
Kühling, D., 1991. Gut haltbare Lippfische. Tetra International Nr. 105, 27-29
Kuiter, R., 2002. Lippfische. Ulmer Verlag. 208 p.
Masuda, H. & Allen, G. R., 1993. Meeresfische der Welt. Tetra Verlag. 528 p.
Myers, R. F., 1991. Micronesian Reef Fishes. Coral Graphics. 298 p.