De zeilvinmolly Poecilia velifera

De zeilvinmolly werd in 1914 voor het eerst beschreven door Regan als Mollienisia (!) velifera en wordt vaak beschouwd als de mooiste van alle levendbarenden. In 1963 werd de naam door Rosen en Bailey veranderd in Poecilia velifera.

Cenote Paraiso, Xel-Ha, dichtbij Tulum. In deze cenote waren geen zeilvinnen te zien. Deze cenote stond ook niet in open verbinding met de zee. De bodem is bedekt met algen. In focus: Een zwart gevlekt, kortvinnig mannetje, waarschijnlijk Poecilia orriDe soort komt volgens de Mexicaanse visdeskundige Juan Schmitter-Soto (persoonlijke mededeling) voor in de noordelijke kuststreken van het Yucatan-schiereiland in Mexico, van de Laguna de Terminos aan de westkust tot de omgeving van Tulum aan de oostkust. Hij wordt voornamelijk gevonden in zoutwaterbiotopen zoals moerassen, lagunen en mangrovemoerassen. Gedurende twee reizen naar Mexico in december 2003 en april 2004 was ik in de gelegenheid de soort op locatie te bestuderen.

De lagune Nichupté, tussen het vasteland bij Cancun en het hotelcomplex aan zee, is een uitgestrekte, typische biotoop. De vissoort komt er naar mijn ervaring erg veel voor, vaak in grote scholen en soms zijn de biotopen druk bevolkt. De soort wordt ook gevonden in zogeheten cenotes, diepe natuurlijke zoetwaterbronnen die zijn verbonden met de open zee. Het voorkomen verder landinwaarts in cenotes schijnt het gevolg te zijn van het uitzetten tegen malaria (Hubbs, 1936). Deze cenotes bevatten normaal gesproken erg hard, artesisch water, wat belangrijk schijnt te zijn als het water niet brak of zout is.

Tussen Tulum en Cancun, de streek die wordt aangeduid met Riviera Maya, is natuurlijk zoet water schaars. Er zijn geen grote meren en ook geen grote rivieren. Maar er zijn wel verschillende zoetwaterbronnen, de al genoemde cenotes. Het water staat zelden in contact met grondwater, maar er is ten minste één uitzondering: Tres Rios (drie rivieren). Tres Rios is een goed onderhouden ecopark op een 60 km ten zuiden van Cancun aan de hoofdweg naar Tulum. De naam slaat op de aanwezigheid van drie kleine rivieren, die worden gevoed door drie verschillende cenotes en die in zee uitmonden.

Cenote Aguila, Tres Rios, zeilvinnen, Poecilia velifera, in de schaduw Cenote Aguila, Tres Rios, zeilvinnen, Poecilia velifera, in de diepte

Heb je er ooit van gedroomd tussen molly's te zwemmen? Zo ja, ga dan naar Tres Rios. Dat moet wel de ultieme droom van elke mollyliefhebber zijn: zwemmen tussen honderden molly's van verschillende afmetingen en met verschillende vinvormen. Je duikt in de cenote Aquila, snorkel op en kurkgordel om en laat je dan met de stroom richting zee drijven, pakweg 1,200 m verderop. Tijdens die trip krijg je al rondkijkend in het kristalheldere water vele ideeën over hoe je een molly-aquarium zou moeten of kunnen opzetten. Ik had verwacht hier kortvinnige molly's aan te treffen, maar zag alleen zeilvinnen. Bij mijn volgende bezoek in 2004 zocht ik naar kortvinnigen in de nabijgelegen mangrovemoerassen, maar ook daar vond ik alleen zeilvinnen. Ook trof ik er Gambusia aan. De grootste zeilvinnen vind je in de delta, waar zij grazen tussen de mangroves. Tot mijn verbazing waren sommige vissen voorzien van zwarte vlekken.
De cenote Aquila is 4-5 m diep en je zwemt tussen de molly's, niet alleen dicht aan het oppervlak en tussen de mangrovewortels, maar ook dieper.

Een school zeilvinnen, Poecilia velifera, in de delta van Tres Rios

Het gaat hier om een tamelijk grote soort; volgens recente handboeken kunnen de mannetjes 15 cm groot worden, de vrouwtjes 18 cm. Daarom moet een aquarium voor deze vissen wel tamelijk groot zijn en niet te druk bevolkt worden. Het best richt je voor deze vissen een speciaalaquarium in. Toch zag ik geen exemplaren groter dan 7- 8 cm. De meeste waren klein. In geen van de biotopen waarin de vissen voorkwamen, kon ik waterplanten ontwaren, alleen groene en bruine algen. Die algen werden door de vissen afgegraasd. Maar ik zag ook verdronken insecten aan het oppervlak en die stonden zeker ook op het menu van deze vissen. De hoofdschotel zal uit algen bestaan, maar een stukje vlees zullen ze zeker niet versmaden. Daarom raad ik aan de vissen gedroogd groenvoer aan te bieden, afgewisseld met bijvoorbeeld gevriesdroogde muggenlarven. Vanzelfsprekend zal er in hun aquarium algengroei moeten zijn.

En dan de eeuwige vraag: hebben deze vissen echt tamelijk hard of zelfs brak water nodig? Het antwoord is beslist ja! De reden is eenvoudig: dat is nu eenmaal het water, waarin de vissen van nature voorkomen. Heb je alleen relatief zacht water tot je beschikking, voeg dan zeezout toe!
Misschien is voor deze vissen het totale gehalte aan mineralen belangrijk en niet zozeer het gehalte aan natrium. In de cenotes is er een constante stroom artesisch water (= water dat hoger in het landschap in de grond dringt om er lager weer uit te voorschijn te komen; vertaler) vanuit het onderliggende rotsgesteente en dat water is kristalhelder. Het schijnt ook een constante temperatuur te hebben. Dus, waarom zou je niet proberen die situatie te imiteren: kristalhelder, hard water met een temperatuur die niet onder de 25 °C komt. Vervang de opstijgende waterstroom door een bruissteen en vervang twee keer per maand eenderde van het water door tamelijk hard water. Voeg zeezout toe als het water niet hard genoeg uit de kraan komt. Houd de bak zo schoon mogelijk wat betreft het gehalte aan afvalproducten. Molly's verdragen ammonia namelijk erg slecht. Als het water vervuild raakt, dan zie je dat aan hun schommelende gang. Ze raken dan ook gevoelig voor schimmels. Regelmatige waterverversing is voor molly's het beste medicijn! Een goed beplante bak is natuurlijk ook geen slecht idee om afvalproducten als nitraat kwijt te raken, maar als gevolg van het toe te voegen zeezout is dat een minder eenvoudige zaak. De te gebruiken planten zullen daar wel tegen moeten kunnen. Zelf gebruik ik Cryptocoryne pontederifolia.

Tabel 1
Plaats: Tres Rios, Riviera Maya, Mexico
(Cenote Aguila)
Datum: 16 april 2004 Tijdstip: 11.00 u
Luchttemperatuur: 24 °C
Watertemperatuur: 25 °C
pH: 7, 4
Elektrisch geleidingsvermogen: > 1999 µsiemens
Berekende hardheid: 58 DH ± 12%
Berekende hardheid: 410 mg/l ± 12%
Calcium: 150 mg/l ± 6%
Magnesium: 160 mg/l ± 5%
IJzer: < 0,01 mg/l ± 40%
Strontium: 1,1 mg/l ± 5%
Kalium: 42 mg/l ± 5%
Natrium: 1200 mg/l ± 5%

 

 

De voortplanting is bij molly's geen probleem: de jongen worden in het algemeen niet opgegeten en ze zijn bij de geboorte al tamelijk groot. Het probleem is grote exemplaren te krijgen, vooral mannen. Zoals bij vele andere molly-soorten is het tijdstip waarop de vissen aan voortplanting gaan doen genetisch bepaald. Voor sommige mannen is dat al vroeg, bij andere later. De vroege mannen krijgen nooit hoge vinnen en blijven klein, de late mannen doen er wel een jaar over om tot volle wasdom te komen en krijgen hoge vinnen. De jonkies nemen vanaf het begin gretig vers uitgekomen Artemia, maar ze groeien langzaam.

Tabel 2 Tabel 3
Plaats: Tres Rios, Riviera Maya, Mexico
(Estuary)
Datum: 1 december 2003 Tijdstip: 15.00 u
Plaats: Cenote Paraiso, Xel-Ha, Riviera Maya, Mexico
Datum: April 15, 2004 Tijdstip: 13.00 u.
Luchttemperatuur: 25 °C Luchttemperatuur: 26 °C
Watertemperatuur: 25 °C Watertemperatuur: 26,5 °C
pH: 7,1 pH: 7,4
Elektr. geleidingsvermogen: > 1999 µSiemens Elektr. geleidingsvermogen: > 1999 µSiemens
Berekende hardheid: 100 DH ± 12% Berekende hardheid: 120 DH ± 12%
Berekende hardheid: 740 mg/l ± 12% Berekende hardheid: 860 mg/l ± 12%
Calcium: 150 mg/l ± 12% Calcium: 200 mg/l ± 6%
Magnesium: 360 mg/l ± 5% Magnesium: 400 mg/l ± 5%
IJzer: < 0,03 mg/l ± 7% IJzer: < 0,01 mg/l ± 40%
Strontium: 2,1 mg/l ± 5% Strontium: 2,7 mg/l ± 5%
Kalium: 120 mg/l ± 5% Kalium: 110 mg/l ± 5%
Natrium: 3000 mg/l ± 6% Natrium: 3200 mg/l ± 5%

Ik hoop, dat mijn adviezen van nut zijn voor die liefhebbers, die deze echte schoonheid houden of willen gaan houden.

Alle foto's werden op locatie gemaakt. Daarbij gebruikte ik een Nikonos III- onderwatercamera en film met gevoeligheid ISO 400. De wateranalyses werden uitgevoerd met behulp van ICP-OES (Inductively Coupled Plasma - Optical Emission Spectrometry) (= inductief gekoppeld plasma - optische emissiespectrometrie; vertaler).

 

Auteur: 
Ronny Lundkvist
Fotografie: 
Ronny Lundkvist
Vertaling: 
Loek van der Klugt
Literatuur: 
Hubbs, C.L. (1936) Fishes of the Yucatán Peninsula. Carnegie Inst. Wash. Publ. 157-287.
Rosen, D.E. & R.M. Bailey (1963). The poeciliid fishes (Cyprinodontiformes), their structure, zoogeography, and systematics. - Bull. Am. Mus. Nat. Hist. 126: 49-53, 55, 150.