Het roodwier Phyllophora

Decoratieve zeewieren zijn tegenwoordig niet zo populair in zeewateraquaria met vissen en ongewervelde dieren. Toch zijn diverse intensief gekleurde zeewieren bijzonder aantrekkelijk in hun natuurlijke schoonheid en geven een aardige indruk van sommige zeebiotopen in de vrije natuur.

De zeeflora omvat een brede variatie aan zeewierkleuren van groen tot donkerrood en een aantal soorten van deze bonte verzameling kan in het aquarium buitengewoon interessant zijn. Het intensief wijnrood gekleurde zeewier Phyllophora kan heel geschikt zijn voor zeewateraquaria. Dit genus omvat vier soorten en behoort tot de roodwierenfamilie PHYLLOPHORACEAE. Deze wieren hebben geen wortels zoals de hogere planten, maar groeien vegetatief door cellen, die zijtakken laten groeien. Deze vertakkingen vormen gezamenlijk kleine struikjes, die dikke lagen kunnen vormen. Deze struikjes kunnen soms los in het water zweven. Zelfs kunnen er vrij zwevende lagen van struikjes in de buurt van de zeebodem voorkomen, die soms slechts met een enkel plekje vastzitten aan het substraat.

Soorten

De in de literatuur bekendste soort is Phyllophora nervosa, endemisch in het Middellandse Zeegebied. De laatste tijd (2006) echter begint deze soort zich eveneens via het Suezkanaal in de Rode Zee te verspreiden en via Tanger en Cadiz voorbij Gibraltar. De andere soorten, P. brodiaei, P. traillii en P. pseudoceranoides zijn typisch voor het noorden van de Atlantische Oceaan. Ze leven in de Noordzee op een geringe diepte van ongeveer 0,5-8 meter in water van circa 6-10 °C. Maar in de Zwarte Zee groeien deze soorten op grote diepte van 20-50 meter. Mijn eerste exemplaren van levende Phyllophora-soorten verkreeg ik van de botanische afdeling van de Universiteit van Odessa. Het was Phyllophora nervosa.

Laboratoriumonderzoek

Biologen in Odessa hebben onderzoek gedaan naar deze zeewieren en hun verzorging in het aquarium met natuurlijk zeewater uit de Zwarte Zee met een zoutgehalte van ongeveer 1,5-1,7%. Het zeewater was voor dit zeewier zeer schoon en werd in het aquarium regelmatig ververst. Het aquarium bevatte geen zand- of grindbodem en iedere soort werd apart gecultiveerd zonder andere zeewiersoorten of dieren. De verlichting was matig, verstrooid natuurlijk licht zonder enige vorm van kunstlicht. Onder deze omstandigheden groeit Phyllophora bijzonder langzaam. De biologen uit Odessa stonden zeer sceptisch tegenover de mogelijkheid om Phyllophora langere tijd in kunstmatige zeewateraquaria te verzorgen, zoals in Kiev gebeurde. Ze adviseerden voor een succesvolle kweek natuurlijk zeewater en zwakke verlichting, omdat dit wier in diepere delen van de zee voorkomt. In Kiev werd Phyllophora nervosa gehouden in kunstmatig zeewater en er werd niets waargenomen van de voorspelde afbraak van de vertakkingsstructuur van dit wier. Ook werd er geen enkele zichtbare schade waargenomen van wijzigingen in het zoutgehalte. Alleen moet het zoutgehalte van het zeewater niet onder 1,5 % komen, gewoonlijk 1,8-2,0 % tot zelfs 2,5 %. Vermoedelijk geven ze de voorkeur aan het zoutgehalte in hun natuurlijke biotoop nabij Odessa: ongeveer 1,7-1,9 %. Het zoutgehalte is evenwel variabel in andere delen van het verspreidingsgebied van Phyllophora: de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan.

Belichting

Phyllophora-soorten die gekweekt worden onder zwakke belichting (natuurlijk licht) hebben weinig succes in combinatie met groenwieren, omdat die in zwak verlichte aquaria snel doodgaan. Afbraakproducten van dode planten en/of dieren zijn zeer schadelijk voor Phyllophora en maken snel een einde aan hun voortbestaan. Phyllophora nervosa zelf kan zich wel in de loop van de tijd aanpassen aan sterkere verlichting. In een door mijzelf uitgevoerd experiment is de zonnestraling van lente, zomer en herfst nagebootst door de voorruit. In overeenstemming met waarnemingen van I. Jarceva (1964) verloopt de fotosynthese bij Phyllophora nervosa intensiever bij hogere lichtintensiteiten: 1.000-1.500 lux. Dit is een bewijs van de duurzaamheid van deze soort en zijn vermogen om zich aan te passen aan verschillende ecologische omstandigheden in verschillende biotopen. De kleine zeewierstruikjes die vlakbij de kust groeien, kunnen beter tegen fel licht dan de dieper voorkomende populaties. In het wild is Phyllophora niet alleen in diepe delen van de zee (10-52 meter) te vinden, maar ook dicht bij de kust in water van ongeveer 1-3 meter diep, maar dan in kleine hoeveelheden. Waarschijnlijk is dit ondiepe water niet de meest optimale biotoop voor deze zeewieren. De exemplaren dicht bij de kust groeien vastgehecht aan rotsblokken. De vrij zwevende vorm is hoofdzakelijk te vinden in de buurt van zandbodems en vormt een zekere hoeveelheid slijm.

Groei

In het aquarium groeit Phyllophora uiterst langzaam. Regelmatige waterverversing stimuleert de ontwikkeling. Uitbreiding van de kolonies geschiedt het beste in grote aquaria. De groei en ontwikkeling van zeer kleine struikjes gaat het snelste; oudere en grotere struiken ontwikkelen zich maar langzaam. De sterkste groei kan worden waargenomen in de lente, hoewel de ontwikkeling doorgaat tot in de herfst. Phyllophora groeit het minst in de wintermaanden, maar in het aquarium is het mogelijk nog een klein beetje groei te bereiken in november, de eerste weken van december en daarna weer vanaf eind februari, begin maart. Deze seizoenvariatie in de groei van Phyllophora hangt vermoedelijk samen met de variatie in watertemperatuur en lichtintensiteit in de natuurlijke biotopen. Aquariumomstandigheden zijn in dit opzicht veelal stabieler dan de natuurlijke omstandigheden.

Temperatuur

Phyllophora nervosa uit de Zwarte Zee is een koudwatersoort. De gebruikelijke temperatuur in de diepe biotoop van deze soort is 1-1,4 °C op de bodem in de winter en ca. 20-24 °C in de zomer, maar nabij de bodem ongeveer 18 °C. Dit zeewier is geheel aangepast aan deze temperatuuromstandigheden. In het zeewateraquarium kan Phyllophora nervosa het beste gehouden worden bij 16-22 °C. Een intensivering van de fotosynthese werd waargenomen bij 19-23 °C, maar de fotosynthese neemt af bij temperaturen boven 23 °C, speciaal bij krachtige verlichting. Deze hogere temperatuur kan de dood veroorzaken van Phyllophora nervosa uit de Zwarte Zee. Speciaal in de zomer is een temperatuurstijging gevaarlijk voor het voortbestaan.

Echter, voor zuidelijke populaties van Phyllophora nabij Afrika gelden andere regels. Zij kunnen zich beter aan hogere temperaturen aanpassen. Dit aanpassingsvermogen zal in de toekomst bestudeerd en onderzocht moeten worden. De zeewieren uit de noordelijke biotopen moeten in de zomer beschermd worden tegen directe zonnestraling in het aquarium. Alleen aan het einde van de herfst en aan het begin van de lente mag het aquarium direct zonlicht ontvangen. Dit hangt natuurlijk samen met de slecht verlichte natuurlijke biotopen in dieper water.

Verzorging

In mijn aquarium leeft Phyllophora samen met kleine Actinia en kleine garnalen en slakken. Deze combinatie stimuleert waarschijnlijk niet de ontwikkeling van het zeewier. Het houden van deze soort apart geeft meer succes, doordat de dieren vermoedelijk het wier verstoren.
Phyllophora nervosa is geen voorbeeld van gemakkelijke en snelle groei, hoewel deze soort waarschijnlijk nog de sterkste en tevens de mooiste is van de hele groep en zich het beste kan aanpassen aan kunstmatige omstandigheden. Daarom kan ik Phyllophora nervosa toch aanbevelen voor toekomstige experimenten in zeewateraquaria. De soort kan lang leven, in vergelijking langer dan de meeste andere zeewiersoorten, getuige een aantal waarnemingen in de Zwarte Zee, waar lagen van dit wier van 15 jaar oud voorkomen. Deze soort kan zich tevens aanpassen aan zeer verschillende omstandigheden. Ik ken een geval waar ze 2 jaar in leven bleven zonder waterverversing, reiniging, beluchting of filtering. In natuurlijk zeewater, dat regelmatig ververst wordt, leven ze langer. Alleen een hoge temperatuur veroorzaakt een snelle verdwijning van deze zeewieren in diepe biotopen. Ter bevordering van pigmentvorming, ademhaling en fotosynthese kan gebruikgemaakt worden van een glucosepreparaat (0,1-0,5 %). Maar pas op, dit kan ook verkeerd uitpakken, doordat glucose de watervervuiling en de massale groei van bacteriën stimuleert en daardoor een bedreiging vormt voor het voortbestaan van het wier.
Voor een intensievere kleur van roodwieren kan ook de toepassing van vitamine B interessant zijn: 1-3 mg B1 en 1 mg B12 per 100 liter per maand. Toevoeging van voedingsmineralen heeft alleen zin bij zwakke verlichting. Bij sterkere verlichting stopt de opneming ervan. In mijn experimenten was de pH 7,8-8,2.

Volgens onderzoek van de Universiteit van Odessa kan dit zeewier enige tijd flinke zonnestraling verdragen van 22.500-130.000 lux, maar het voelt zich beter bij een lagere lichtintensiteit, evenals de meeste andere roodwieren.
De fotosynthese van Phyllophora kan voortgaan in licht zonder de rode en blauwe straling uit natuurlijk licht. In tegenstelling tot de vele soorten groenwieren en bruinwieren kunnen roodwieren het groene deel van het lichtspectrum benutten. Vooral de populaties uit diep water kunnen zich tijdelijk aan groen licht aanpassen.
In zoet water zal Phyllophora snel doodgaan. Snelle wisselingen in het zoutgehalte zijn af te raden, in het bijzonder daling van het zoutgehalte tot brak water. In openbare zeeaquaria kan een prachtige compositie voorkomen van een wijnrode laag Phyllophora nervosa met verschillende grotere groenwieren als Cystoseira barbata en Cystoseira crinata en het zeegras Zostera marina. Maar in een huiskameraquarium levert deze combinatie snel problemen op, doordat het water snel vervuild raakt door opgeloste kleurstoffen en de kleuren van de zeewieren zullen vervlakken, doordat hun ecologische eisen eigenlijk onvoldoende overeenkomen. Phyllophora kan beter samen gehouden worden met soorten, die in de natuurlijke biotopen ook te zamen worden aangetroffen, zoals Cladophora dalmatica en andere soorten van dit geslacht, en de bruinwieren Ceranium, Sphacelaria, Chondria en andere. Ze vertonen een zeer variabele kleurenpracht in het aquarium, maar helaas leven vele van deze soorten maar kort in een huiskameraquarium, doordat ze niet zijn aangepast aan de hoge kamertemperatuur en doordat ze in de natuur vaak alleen in de zomer groeien en in de winter verdwenen zijn. De voor het aquarium geschiktere kleinere zeewiersoorten, die zich in grote hoeveelheden vasthechten aan schelpen en stenen, kunnen weer de ontwikkeling van Phyllophora afremmen als niet Phyllophora deze kleinere wieren in hun groei belemmert. Misschien wordt het probleem in de toekomst nog eens opgelost hoe men een combinatie van verschillende zeewiersoorten in één aquarium kan houden.

In de natuur

De andere Phyllophora-soorten (P. brodiaei, P. traillii en P. pseudoceranoides) uit de Zwarte Zee zijn extreem aangepast aan het koude water. We boeken op dit moment nog geen successen met aanpassing van deze soorten aan het normale huiskameraquarium van boven 17-18 °C.
Het verschepen van deze zeewieren is geen probleem maar het verzamelen ervan is niet eenvoudig, doordat ze in het hele verspreidingsgebied in een geringe dichtheid voorkomen. Alleen in het noordelijke deel van de Zwarte Zee nabij Odessa bevindt zich een grote concentratie Phyllophora nervosa in het diepe deel van de zee, bekend als het Phyllophora-veld van Zernov. Daar komt dit wier in de netten van schepen terecht.
De laatste tijd echter wordt dit veld ernstig bedreigd door een nieuw gevaar: de algemene olievervuiling en andere giftige industrieproducten van de nabije kust. De massale ontwikkeling van planktonische algen verstoort de normale gaswisseling en ontwikkeling van Phyllophora. De toekomst van deze zeewieren ziet er niet rooskleurig uit. Phyllophora pseudoceranoides is inmiddels reeds opgenomen in het Red Data Book van bedreigde en beschermde planten van Oekraïne.

Verwante geslachten

Voor aquaristen kan ik nog de aandacht vestigen op andere geslachten van de familie PHYLLOPHORACEAE, bijvoorbeeld Gymnogongrus, dat 40 soorten omvat. Anders dan Phyllophora houden zij meer van warmte. Ze komen in zuidelijkere zeeën met warmer water voor. Slechts drie soorten Gymnogongrus zijn beschreven voor de Zwarte en de Japanse Zee als het noordelijkste deel van hun verspreidingsgebied. Daardoor kunnen zij zich wat gemakkelijker aan huiskamertemperaturen aanpassen. Voor het overige vertonen zij sterke overeenkomsten met Phyllophora. Hopelijk is het in de toekomst mogelijk, dat levende zeewieren wat algemener worden in zeewateraquaria.

Auteur: 
George Mamonov, Kiev
Fotografie: 
George Mamonov, Kiev
Literatuur: 
Jarceva, I., 1964. The physiology and biochemistry of Phyllophora nervosa from Black Sea. Odessa University Publ. (dissertatie in het Russisch).
Kalugina Gutnik, A., 1975. Phytobentos of Black Sea. Nankova Dumka Publ., Kiev (Russisch).
Pogrebnjak, I. & P. Ostrovchuk, 1968. Enjoy growing and reproduction of Phyllophora nervosa (D.C.) Grey, in het boek The Biological Sciences in Universities and Pedagogical Institutes of Ukraine in 50 years. Kiev (Russisch).