Het speciaalaquarium voor zeepaardjes van John Cuperus

John Cuperus houdt zich bezig met zeewater en wel met een speciaalaquarium voor zeepaardjes. Het aquarium is 125 cm lang, 50 cm diep en 45 cm hoog. Onder het aquarium staat een biologisch filter, dat 70 cm lang, 30 cm breed en 30 cm hoog is. Dit filter bevat vier compartimenten. In het aquarium, dat met levend steen is gemodelleerd tot een rifaquarium, zijn verscheidene dieren en wieren ondergebracht.

 

  Niet-sessiele dieren
Aantal Soort
2 kappersgarnalen Stenopus hispidus
2 pitvisjes Synchiropus ocellatus
3 zeepaardjes Hippocampus kuda
  Sessiele dieren (vastzittend op de ondergrond)
Plaats Soort
1 en 2 korstanemoon Zoanthus species
3 groen sterpoliep Clavularia viridis
4 blaasjeskoraal Plerogyra sinuosa
5 en 6 lederkoraal Sarcophyton species
7,8 en 9 oren Actinodiscus species
  Wieren
Plaats Soort
10 Gracilaria verrucosa (roodwier)
21 Caulerpa racemosa
22 Caulerpa sertularioides
  verder wat ongewenste draadalg

 Plattegrond van het aquarium (de nummers verwijzen naar de plaatsnummers hierboven van sessiele dieren en wieren)

In de bak zeepaardjes. Hier het vrouwtje. De ingetrokken legbuis is duidelijk te zien.

Waterwaarden

Temperatuur 26° C
KH 8,5
pH 8,2
Nitraat niet aantoonbaar
Nitriet niet aantoonbaar
Fosfaat niet aantoonbaar
Calcium 300 mg/l
Dichtheid 1,023 maal 10³ kg/m³
Zoutgehalte 35‰

In de rechter achterhoek van het aquarium is een kleine eiwitafschuimer ondergebracht. Op de bodem bevindt zich koraalzand. In het filter is uitsluitend schelpengrit als filtersubstraat toegepast. Het water wordt door het filter gevoerd met een 1000-literpomp. Verder is er nog een circulatiepomp van 1400 liter/uur in de linker achterhoek aanwezig. Op het aquarium is een automaat aangesloten, die het verdampte water via een druppelmethode vervangt door kalkwater.

Verlichting

1 Sylvania 36 watt 'daglicht' van 8 tot 23 uur
1 Sylvania 36 watt 'daglicht' van 10 tot 21 uur
1 Blue moon 36 watt van 11 tot 20 uur
1 Osram 11 36 watt van 12 tot 19 uur

De buizen liggen in steuntjes en zijn spatwaterdicht afgewerkt. Er zijn geen dekruiten.

Het draadalgprobleem

Wat betreft de draadalg had John al zijn hoop op mij gevestigd. Draadalg kan niet goed tegen het normale calciumgehalte van zeewater. Wanneer dat op peil is, zal de draadalg verdwijnen. Hij begreep niet hoe het mogelijk was, dat het calciumgehalte in het water zo laag bleef. In zeewater is dat normaal 424 milligram per liter. Daarvan is 91% meetbaar als vrije ionen. De rest is opgelost calciumsulfaat. Het was ook voor mij een raadsel. Er zijn nogal wat publicaties over dit probleem. Onder meer in het septembernummer van Het Zee-Aquarium 1988 en het februari- en meinummer van Aquariumwereld 1998. Geen van alle geeft echter een kant-en-klare oplossing. Hoewel Peter Wilkens in zijn Niedere Tiere een duidelijke aanwijzing geeft.
Wat ging er nu fout, waar bleef die kalk die wel werd toegevoegd en daarna niet meer meetbaar was? Het antwoord is zo simpel dat ik het eerst over het hoofd had gezien. Kalkwater is verdunde kalkloog [Ca (OH)2]. Deze is zeer reactief ten opzichte van zuren en zure oxiden. John had de doseerinrichting zo gemonteerd, dat die zich boven het wateroppervlak bevond. De lucht bevat kooldioxide, dat met water koolzuur vormt en daarom ook koolzuurgas wordt genoemd. Dit gas reageert onmiddellijk met het kalkwater als het druppelsgewijs in het water valt.
Het gevormde calciumcarbonaat (CaCO3) is zeer slecht oplosbaar in niet-zuur water. Zeewater is niet zuur, maar basisch. Tegelijkertijd bevat zeewater niet echt vrij koolzuurgas, wel ionen: het bicarbonaation (HCO3-), 0,11 gram per liter en het carbonaation (CO32-), 0,021 gram per liter. Om neer te slaan heeft het kalkwater het carbonaation nodig.

De sessiele dieren en wieren vormen een schitterende leefomgeving voor de zeepaardjes.Dit ion is echter niet beschikbaar, omdat het sterker met natrium en kalium is geassocieerd. Met andere woorden, de natrium- en kaliumionen beletten het (CO32-) om zich aan het calcium te binden. Dit betekent dat het kalkwater, wanneer het eenmaal in het zeewater is, slechts moeizaam het onoplosbare kalksteen (CaCO3) vormt. Het doseren van kalkwater moet daarom in het aquarium zelf geschieden, dus onder water. Let wel, ook niet in het filter, waar het nog voor het zich verder in het zeewater heeft verdund in een dunne waterfilm over een cascade wordt geleid. Dan zou het kalkwater onmiddellijk een verbinding met koolzuurgas (CO2) uit de lucht aangaan. Pas daarbij ook op met een kalkreactor, waardoor vaak een overmaat van koolzuurgas in het aquarium terechtkomt. Ik zal u maar niet vertellen hoe vaak ik bij gebruikers van dat apparaat een pH van 7,8 en nog lager heb gemeten. De overmaat aan koolzuurgas (CO2) zou ervoor zorgen dat uw kalkwater te snel wordt geneutraliseerd. Bedenk daarbij ook dat kalkwater [Ca(OH)2] samen met calciumbicarbonaat [Ca(HCO3)2], dat door de kalkreactor wordt gemaakt, het onoplosbare calciumcarbonaat, met andere woorden kalksteen (CaCO3) vormt. Daarom gaan een kalkreactor en kalkwaterdosering niet samen. Sommigen adviseren om calciumchloride (CaC12) toe te voegen. Omdat de chloorionen de calciumionen beletten om beschikbaar te zijn, heeft dit geen enkele zin.

Wat er beter kan

Het samen houden van groene sterpoliep Clavularia viridis met blaasjeskoraal Plerogyra sinuosa is een uitstekend idee. Beide zijn sterk lichtminnend. Bovendien hebben de dieren een sterke waterbeweging nodig. De combinatie van deze twee neteldieren met zeepaardjes is echter minder gelukkig.
Het roodwier Gracilaria verrucosa komt in de Middellandse Zee voor en verder in de Oost-Atlantische Oceaan tot het Kanaal van Dover. Eigenlijk is het een subtropisch wier. Om die reden zou ook dit wier eigenlijk niet in een speciaalaquarium met gele zeepaardjes thuishoren. Daar trekt het betreffende zeewier zich trouwens niets van aan. Het voelt zich kennelijk goed thuis in de bak van John. En wees eerlijk, hoe kom je aan een goede vervanger uit de Indische Oceaan? Daar komt bij dat ook de zeepaardjes zich weinig van de opmerkingen van de keurmeester aantrekken; ze zijn mooi op kleur en hebben het reuze naar hun zin. Dit dankzij de uitstekende verzorging, die de dieren genieten. Altijd levend voer als Neomysis integer en pekelkreeftjes Artemia sp.

Kweek, kweekstelling en opfok

Omdat het mannetje van de zeepaardjes, die John verzorgt, aan de lopende band jongen baart - dat wil zeggen één maal in de twee weken - heeft John besloten een kweekstelling te bouwen. Deze bestaat uit een viertal bakjes van elk 45 liter. In de kweekbakjes is een royale hoeveelheid wieren aanwezig, waar de jonge zeepaardjes zich heel prettig bij voelen. Onder de kweekstelling bevindt zich een biologisch filter met een inhoud van 70 liter. De vier kweekbakjes zijn voorzien van een systeem dat het water via het koraalzand, dat de bodem bedekt, afzuigt.

Bodemafzuiging: 1 = kweekbak, 2 = koraalzand, 3 = holle kunststofschrootjes, 4 = extra glaswand en 5 = weg die het water volgt.

Hierdoor wordt voorkomen dat de jonge zeepaardjes het filter in worden gezogen. Dit filter is gemaakt van kunststof wandschrootjes. Deze zijn van binnen hol. Aan één kant heeft John daar een groot aantal gaatjes in gemaakt. Met de andere zijde zijn ze vervolgens op de bodem gelijmd. Daarbij is aan één kant een ruimte van vijf cm opengelaten. Vervolgens is een extra glaswand aangebracht op vijf cm afstand van de zijwand en aansluitend op de kunststof schrootjes op de bodem. Zo stroomt het water door het koraalzand en de holle ruimten in de schrootjes achter die tweede glaswand omhoog. Het water verlaat dan via een overloop de bak en gaat via een slang naar het filter. Daar komen alle afvoerslangen samen.
In het filter zijn vijf compartimenten aangebracht. Deze zijn gevuld met koraalzand. Eén en ander is zo gemaakt dat het water van onderen naar boven door de compartimenten stroomt. Hierdoor slibben de compartimenten minder snel dicht. Vervolgens wordt het water teruggepompt naar de verschillende kweekbakjes. Het water in de vier kweekbakjes is dus van dezelfde kwaliteit, omdat de vier kweekbakken via het filter met elkaar in verbinding staan. Bovendien is er zo, indien nodig, een behoorlijke buffervoorraad water. Het water blijft op die manier ook stabiel van kwaliteit. Dit heeft volgens John een aantal voordelen. Wanneer hij de zeepaardjes op grootte sorteert, kan hij ze zo naar een andere bak overzetten. Dat sorteren is nodig om de opgroeiende dieren voedsel van het juiste formaat te kunnen aanbieden. Dat voeren begint met Artemia- naupliën. Daarna met de Artemia zelf.
De jonge zeepaardjes moeten letterlijk in het voer staan. Dat betekent dat je eigenlijk een continue pekelkreeftjeskweek moet opzetten. Na zes weken zijn de jonge zeepaardjes al zo'n 20 mm. Dan wordt er overgeschakeld op een menu van jonge Mysis. Na vier maanden kunnen ze dan vier tot vijf cm groot zijn. Door deze verandering van voedsel kun je voorkomen dat de dieren door te eenzijdige voeding alsnog in groten getale overlijden. "Je ontkomt er niet helemaal aan," zegt John. Hij is blij als er van een legsel van zeventig een stuk of zes overblijven. Al doende leert men, het gaat steeds beter. Nu experimenteert hij met tabletten, gemaakt van gedroogd fytoplankton en zoöplankton.

Het hoogzwangere mannetje met zijn duidelijk zichtbare broedbuidel heeft genoeg aan zichzelf. Om dat roodwier in de bak maken de zeepaardjes zich echt niet druk.

Een deel van de kweek speelt zich gewoon in het aquarium in de huiskamer af. Daar vinden de balts en de paring plaats. En zo is het ook met de broedtijd in de broedbuidel. Wanneer de jongen ongeveer twee weken na de paring op het punt van vrijlaten staan, doet John een dot grove watten voor het aanzuigrooster van het filter. Als hij dan van zijn werk thuiskomt, zitten de jonge zeepaardjes daar al bijna allemaal in vast. Per keer kan hij uit die watten zo'n zeventig jongen in een kweekbakje overzetten. Ze lijken dan al natuurgetrouwe kopieën van hun ouders, hoewel ze nog maar 10 mm groot zijn. Dat overzetten levert verder geen problemen, maar met het bevrijden van de jongen uit de watten is hij wel een halfuurtje zoet. John heeft ook geprobeerd om het zwangere mannetje voor de bevalling in de kweekbak over te brengen "maar daar kreeg het heimwee," aldus John. Na een dag of vijf komt er een kritieke fase. Dan gaan er meestal een stuk of tien jongen verloren. De oorzaken zijn vaak divers, zo merkt John op. Er zijn er die mogelijk per ongeluk de eierschalen van de Artemia hebben opgegeten. Dat moet je dus proberen te voorkomen. Ze kunnen daar beslist niet tegen. Andere jongen raken bekneld tussen de korrels van het koraalzand en een aantal wordt gewoon ziek. Na de eerste kwetsbare periode gaat het snel. Met zes tot zeven maanden zijn de jonge zeepaardjes geslachtsrijp. Dan staat de nieuwe generatie klaar om het schitterende speciaalaquarium van John te gaan bevolken.

Na vier maanden kunnen de jonge zeepaardjes vier tot vijf cm groot zijn.

Auteur: 
Gerrit Jansen
Fotografie: 
Gerrit Jansen
Literatuur: 
Achterkamp. H. 1988. Het Zee-Aquarium, sept. NBBZ. pp. 178 - 180
Batist, P. 1997. Aquariumwereld, febr. BBAT. pp. 54 - 55
Batist, P. 1997. Aquariumwereld, mei. BBAT. pp. 136 - 137
Wilkens, P. 1987. Niedere Tiere. Steinkorallen, Scheiben- und Krustenanemonen. Pfriem Verlag, Wuppertal. p.p. 13