De oerwouden van de zee

Langs de stranden lopend zien we een overweldigend aantal soorten wieren, in allerlei vormen en kleuren. Dit zien we overal. Niet alleen in Nederland, maar langs alle kusten zijn deze planten te vinden. In onze aquaria zien we ze zo af en toe, maar vanwege de ongebreidelde groei zijn Caulerpa-wieren vrijwel uit onze bakken verdwenen. Toch spreken sommige soorten sterk tot onze verbeelding.

Kelpwouden voor de kust

Naast de bekende Caulerpa-soorten is dat onder meer kelp. Kelp komt met name voor de kust van Californië veel voor en vormt daar een min of meer aparte en bijzondere levensgemeenschap. Kelp is eigenlijk een soort verzamelnaam voor een aantal uitzonderlijke wieren. Het zijn de grootste wieren, die we kennen, en ze zien er eigenlijk meer uit als een plant; zeker in vergelijking met de wieren, die wij vanuit onze bakken kennen. Dit wier staat aan de andere kant van de reeks, die begint met het microscopische fytoplankton en eindigt met deze geweldig grote planten. Hoewel men misschien het idee zou hebben, dat dit wier uit het warme water komt, is dit niet het geval. Kelp is een koudwaterwier en wordt gevonden daar waar de watertemperatuur niet boven de 20 °Celsius uit komt. Kelp behoort tot de bruine wieren en is ondergebracht in de stam (Phylum) Phaeophyta.

Macrocystis integrifolia in het aquarium van MontereyZe komen veelvuldig voor in alle zeeën. Ook bij ons in de Noordzee vinden we leden van deze stam. De grootste soortenrijkdom vinden we echter langs de Noordkust van de Pacific Ocean. Het feit dat ze zelfs aan de kust van Californië veel voorkomen, komt door de koude Californische golfstroom, die hier langs de kust stroomt. De drie grootste soorten die we hier langs de kust vinden, zijn Macrocystis integrifolia in Zuid-Californië (fig. 7), Nereocystis luetkeans in Puget Sound in de baai nabij Seattle in het noorden van Amerika (fig. 2) en ten slotte Laminaria groenlandica, die veel voorkomt in de ijszeeën in het noorden van Canada (fig. 3), hoewel deze laatste ook wel zuidelijker voorkomt. Hoe mooi ze ook zijn, het zijn zeker geen wieren voor onze aquaria. Toch is het een heel interessant wier.

De kelpwouden voor de kust van Californië vormen een zeer aparte levensgemeenschap, waar je onder andere de prachtige en sterk beschermde zeeotters vindt. Tussen de 'bladeren' vinden we grote vissen, die daar vrijwel niet opvallen, bijvoorbeeld Sebastes atrovirens. Deze vis van ruim 40 cm lengte kan zich met zijn borstvinnen aan een blad vastklampen en dan is dit dier vrijwel niet te zien. Het zijn trouwens alleen de mannetjes die dit doen, want het vrouwtje leeft op de bodem tussen de rotsen en heeft een zwartwit gemê- leerde kleur. Een andere, zeer opvallende vis is een 'juffertje', Hypsypops rubicundus, dat in de volksmond Garibaldi wordt genoemd. Die zwemt daar met zijn felrood/oranje kleur als een scherp contrast met de wieren. Onder de juffertjes, die wij in de bak hebben, is dit een reus van 36 cm en mag dan ook wel een 'juffer' worden genoemd.

Garibaldivis, Hypsypops rubicundus (foto H.A. Ring junior)Je hoort van duikers, dat het onderwater een echt woud is, zeker als de zonnestralen als lichtbundels door deze boomachtige wieren schijnen, zoals op de foto te zien is. Dat dit wier tot de verbeelding van veel mensen spreekt, zie je onder andere in de verschillende boeken, die dit wier beschrijven. Je leest dan over de groei, waarbij men speciaal de aandacht vestigt op de snelheid van de groei, die werkelijk enorm is en de snelste groeisnelheid heeft die we tot heden kennen. Ook de uiteindelijke lengte van dit wier spreekt tot de verbeelding. In elk boek vind je dan ook, jammer genoeg, verschillende getallen, zodat ik echt niet weet wat de juiste gegevens zijn. Het betrouwbaarste gegeven, dat ik gevonden heb, is dat de snelst gemeten groei 30 cm per dag is en dat het wier in 120 dagen een hoogte van 25 meter kan bereiken. De vroegere kelpbiologen waren verbijsterd bij de ontdekking hoe dit geweldige wier zijn leven begon.

Aanhechting van de kelp aan de rotsenEen van hen ontdekte kleine capsules aan het wier, waardoor kennelijk de verspreiding plaatsvindt. Deze capsules, of 'sori', zitten aan de rand van de bladeren. Maar de verrassingen waren nog niet van de lucht, want deze sori, die op zaad leken en al heel klein waren voor zo'n enorme wier, bleken niets anders te zijn dan een sporendoos voor nog veel kleinere sporen, 16 tot 64 stuks. Dit aantal bleek altijd een veelvoud van 2 te zijn, maar varieert per soort. Deze microscopische sporen worden zoösporen genoemd, want ze kunnen zwemmen, waarbij ze gebruikmaken van zweephaartjes (flagella). Ook bleken er mannelijke en vrouwelijke planten te zijn. Bij de vrouwelijke planten hangen de sporen ook aan de bladranden, waar ze ter plekke bevrucht worden en meteen begint dan de deling. De jonge plant blijft daar zitten, totdat hij op een gegeven moment loslaat en dan verder drijft, waarbij hij een onderdeel vormt van het fytoplankton. Vervolgens daalt hij naar de bodem, alwaar de nieuwe plant zijn eigenlijke leven begint. Opvallend is dan hoe het wier zich vasthecht aan de rotsbodem: het doet dit met een wirwar van op wortels lijkende structuren.

Kelpblad vol met heremietkreeftjes in slakkenhuizen

Zoals iedereen heeft ook kelp vijanden. Dit is niet alleen de storm, waardoor de kelp op het strand terechtkomt en waar je dan erg goed de drijfelementen als blazen aan de bladvoet kunt zien zitten. In de kuststrook worden de bladeren door vele dieren gegeten. Op de foto is een blad te zien, waarop honderden heremietkreeften zitten, zodat alleen de vorm van het blad te herkennen is. Het zijn geen slakken, maar al de huisjes waren bewoond door deze kreeften, hoewel ook slakken zich te goed doen aan deze bladeren. De grootste vijand (naast de mens) zijn zee-egels en met name de rode Strongylocentrotus franciscanus en de paarse S. purpurotus. Deze zee-egels vreten complete wieren aan, vooral waar deze dieren massaal voorkomen en dat is juist op die plekken, waar de zeeotter verdwenen is. De zeeotter eet deze zee- egels graag en heeft dus altijd de populatie in toom gehouden. Maar ja, veel van de zeeotters zie je nu als bontkleding gedragen door mensen met veel geld. Gelukkig zijn ze nu beschermd en zijn er projecten gestart om de zeeotter te vermeerderen.

Macrocystis integrifolia Laminaria groenlandica Nereocystis luetkeona

Een andere vijand van de zee-egel, met name de rode zee-egel (Strongylo- centrotus francisconus), is de mens, want hij staat als delicatesse op het menu in gerenommeerde restaurants. Hoe tegenstrijdig het ook moge klinken, het is jammer, dat op dit moment de paarse zee-egel (S. purpuratus) nog niet ergens op het menu staat. Er zijn nu namelijk bepaalde delen in de zee, waar de rode exemplaren worden gekweekt. Op deze kweekgronden worden deze dieren gevoerd met kelp, die op een andere plaats is geoogst. De kelp wordt tot kleine stukjes vermalen en onder water door duikers met een slang tussen de zee-egels gespoten. Zodoende worden ze opgekweekt tot een commercieel aantrekkelijke grootte. Het blijkt, dat - als de dieren voldoende te eten hebben - ze geen enkele behoefte hebben om zich te verplaatsen. Dus slaat men twee vliegen in één klap: zee-egels voor de consumptie en de kelpwouden blijven verschoond van deze dieren. Bij het oogsten van de kelp wordt alleen het bovenste gedeelte van ongeveer 1,5 meter gebruikt. Met een grote maaimachine, die op een schip staat, wordt deze wier geoogst. De geoogste kelp wordt niet alleen voor de opfok van zee-egels gebruikt, maar vindt ook het zijn weg naar de cosmetica- en levensmiddelenindustrie. Op plekken in zee, waar de kelpwouden verdwenen zijn, poogt men door middel van nieuwe aanplant (enten op andere stammen van een andere soort, die er reeds staat) weer een kelpwoud te laten ontstaan. Het laat zich aanzien, dat men redelijk op tijd is om dit prachtige stukje natuur, dat we de kelpwouden noemen, te behouden.

Auteur: 
H.A. Ring
Fotografie: 
H.A. Ring
Literatuur: 
John L. Culliney, 1976. The forest of the Sea, Sierra Club Books San Francisco.
Eugene N. Kozloff, 1983. Seashore Life of the Northern Pacific Coast, University of Washington Press, Seattle and London.
Daniel W. Gotdhall, 1989. Pacific Coast Inshore Fishes, 3rd Edition, Sea challengers, Monterey, California.