Monochoria vaginalis (moeras)

De familie van de Pontederiaceae is vrijwel geheel aquatisch.Eichhornia, Heteranthera en Zosterella zijn voor aquaristen de bekendste genera van deze de familie, terwijl de vijverliefhebber vooral met Pontederia vertrouwd is. Het geslacht Monochoria heeft tot nu toe minder aandacht gekregen. Deze planten zijn ideaal voor moerasaquaria, maar in een gewoon aquarium zal de plant zich snel in de lichtkap vestigen.

Sommige willen alles nauwkeurig wetenIn de natuur zijn het soms eenjarige planten maar afhankelijk van de natuurlijke omstandigheden kunnen ze ook meerjarig zijn. In ondiep water groeien ze snel boven water uit. De dan daarop spoedig verschijnende bloeiwijze staat naast het einde van de steel en wordt vergezeld door één groot blad en onderaan omhuld door een spatha. De naam Monochoria betekent: 'één is verschillend'. Dit heeft betrekking op de meeldraden, waarvan er één aanzienlijk langer is dan de overige en waarvan het helmklokje ook anders gekleurd is, namelijk paars. De gele kleur van de helmklokjes en het stuifmeel van de overige (korte) meeldraden zou hierbij slechts als functie hebben het lokken van insecten, die dat stuifmeel verzamelen en eten, waarbij ze en passant met hun lichaam langs de grotere meeldraden strijken en zo het stuifmeel daarvan opnemen en meevoeren naar een volgende bloem. De eerste keer dat ik de plant zag was in het binnenland van Gambia in Afrika. Daar groeien ze in rijstakkers. Ze lijken erg op Eichhornia. Hier bloeide een soort met witte bloemen. Een blauw bloeiende soort komt voor in Burkina Fasso.

Zaailingen in fijn zandIn Goa (India) kwam ik opnieuw in contact met Monochoria. Het ging om de soort Monochoria vaginalis, die daar bloeit met blauwe bloemen; op elk trosje zes à zeven stuks. Tijdens de eerste bloeidag gaat ongeveer de helft daarvan open, de volgende dag de rest, maar een erg klein trosje bloeit in één keer. Bij gespreide bloei komen eerst de bovenste bloemen van een trosje aan de beurt. We noemen dit middelpuntvliedende bloeiwijze. De planten zijn vaak zeer talrijk in aantal. In november, als de rijst geoogst is, kan zo'n akker er opvallend blauw uitzien. Op één plek kon ik de plant in zijn natuurlijke omgeving goed van nabij bekijken. De waterdiepte was circa 50 cm en er lagen wel zo'n twintig bladeren aan de oppervlakte. Her en der staken de bloemtrosjes boven het water uit. Een juweeltje van een waterplant!

Eetbaar onkruid

Voor de rijstboer is de plant een vervelend onkruid. Het gewas produceert zeer vele kleine zaden, die jarenlang kiemkrachtig blijven. Ook jonge planten kunnen al zeer snel gaan bloeien en die lijken dan erg veel op jonge rijstplanten! Een voordeeltje is echter wel: ze zijn eetbaar, al werden ze in Goa niet gegeten.

Cultuur

Uit de bobbel komt de bloemIk kon de plant uit Goa gemakkelijk meenemen en de overgang van natuur naar cultuur verliep bijna probleemloos. AI spoedig had ik verscheidene planten in bloei, maar de bloemen bleken helaas niet geurend te zijn. Het gevormde zaad viel massaal in het water. Bij een lage luchtvochtigheid vond er geen bevruchting plaats. Een aantal zaden kiemde meteen, andere ontkiemden eerst, nadat ze een droge periode hadden ondergaan. Zo'n pas ontkiemde zaailing zette ik in een potje met fijn zand. Onderin ging wat vuil zand met extra voeding. Na vijf à zes bladeren onder de waterspiegel verschenen de eerste drijvende exemplaren en spoedig daarna de forse, emerse exemplaren met bloemen. Daarna verschijnen spoedig de forse exemplaren met bloemen. De ondergedoken bladeren lijken wel wat op die van watersterren (Eichhomia diversifolia), maar zijn wel wat langer. Voor een voortgezette cultuur heb je een een diepere bak nodig. Een kennis had een mooi plekje voor de plant in zijn aquarium gegeven. Toen ik enige maanden later informeerde, moest ik meteen komen. Er zaten zo'n 30 bladeren... in de lichtkap! De plant was duidelijk veel te groot geworden. Door het verijderen ervan bewoog de hele zandbodem. Op de wortelstok zaten vier grote zijscheuten, maar daarentegen was er nauwelijks stengelweefsel gevormd. Op zoek dus wer naar nog een diepere bak. De plant kwam toen terecht in een aquarium van 70 cm waterdiepte. Later hoorde ik, dat de plant ook daar de lichtkap was ingegroeid. Wat heeft de Werkgroep Aquatische Planten nog een hoop te onderzoeken.
 

Auteur: 
Peter Kettenis
Literatuur: 
Lurquin, G. Snoekkruid. Het Aquarium, jaargang 69 - 4 april 1999, pag. 130