Waterplanten van Gambia

Eind november 1998 ging ik met vakantie naar Gambia. Enkele dagen spendeerde ik aan het zoeken naar waterplanten. Dat was een succes.

Jonge Nymphaea micranthaPlanten waarvan het bestaan wel bekend was, maar die nooit geïmporteerd waren, groeien thans in mijn aquarium. Begin november 1999 ging ik opnieuw en verbleef vier dagen in het binnenland. In een toeristenwinkel kon ik een kaart kopen, waarop zelfs alle kleine beekjes stonden. Maar de beekjes die mij het bezoeken waard leken, waren grotendeels onbereikbaar, soms ook tot ver landinwaarts brak. Van veel stroompjes kon ik maar enkele meters zien. Ook de grote soms wel 100 m brede rivier Gambia, waaraan het land zijn naam ontleent, is tot 200 km landinwaarts brak. Verder stroomopwaarts vloeit de rivier snel en bevat weinig planten. De waterhyacint komt er wel voor.

De watertemperatuur is 29° C en het water is arm aan plantenvoedsel. Het bezoeken van de beekjes en watertjes in afgelegen gebieden deed ik met een Afrikaanse gids. De bevolking spreekt Mandinka, maar Engels is de belangrijkste vreemde taal en zelfs de officiële taal van het land.
Over het algemeen weet men vrij veel van planten, maar geen specifieke dingen.

Nymphaea micrantha submers

Planten verzamelen

In eerste instantie zocht ik planten die onder water kunnen groeien. Later keek ik wel of oeverplanten dat ook kunnen. Ze werden verzameld in lege drinkwaterflessen, die ik in de hoteltuin bewaarde. De hovenier vroeg ik om erop te passen. Als alles goed verliep, gaf ik hem een kleine vergoeding en een paar schoenen. Met goede gebruikte schoenen doe je in Afrika wonderen.
Zaden deed ik in een plastic zakje met een stickertje. De nog niet uitgegroeide vruchten, die ik langzaam liet drogen, gaven goed ontkiemende zaden. De beste resultaten kreeg ik door de zaden langdurig te weken. Ook nam ik een kleine hoeveelheid grond mee. Met name voor knollen en wortelstokken is dat belangrijk. Als deze uitlopen verlangen ze dezelfde EC-waarde als in de natuur.

Wettelijke eisen

Ludwigia stolonifera (foto Piet van Wijngaarden.)Het exporteren van waterplanten uit Gambia is vrij. Vaak verpakte ik ze in lege waterflessen en plastic doosjes in de handbagage. Zaden en knollen kunnen in de koffer gedaan worden. Het importeren van waterplanten is ook vrij. Landplanten kunnen echter parasieten hebben, die zich in onze warme glastuinbouw prima handhaven. Moerasplanten liet ik een dag onder water liggen, om insecten geen overlevingskans te geven.
De meeste planten, die ik verzamelde, kwamen uit de natuurlijke stroompjes en plassen. Enkele uitzonderingen zijn Bacopa sp., Nymphaea micrantha en Monochoria sp. Deze groeien als onkruid in de rijstvelden. Veel planten van Gambia verschillen niets met de planten die wij kennen uit de handel; al komen ze ook vaak uit andere gebieden. De planten, die ik meenam, zal ik alfabetisch behandelen.

Alternanthera species

Deze soort kom je overal tegen in de kuststrook. De planten zijn zeer variabel en groen tot roze, soms met grote internodiën. In Gambia heb ik geen Alternanthera-planten onder water zien groeien. De meegenomen stekken groeien ook absoluut niet onder water.

Ammannia species

Deze plant heb ik gevonden aan de oever van de Tanjebeek, nabij het plaatsje Brufut. Om welke soort het gaat, is mij niet bekend. De bladeren zijn in de natuur 2 cm lang. In de kas ontpopte de soort zich als een groot Ammannia-type. Deze plant leek mij te veel op de gekweekte soort en heb ik daarom niet in cultuur gehouden.

Bacopa crenata

Deze plant vond ik tussen de rijstplanten. Ze bloeit gemakkelijk en maakt opvallende vruchtjes. Helaas is de soort weinig geschikt voor onderwatercultuur. Momenteel worden er wel grote aantallen verhandeld.

Ceratopteris cornuta

Deze varen groeide in de volle zon; voor een varen niet algemeen! Ook vond ik ze op kleigrond, wat je van een varen evenmin zou verwachten.

Ludwigia stolonifera

Deze plant lijkt oppervlakkig erg op bekendere Ludwigia-soorten, maar groeit wel onder water al is het niet graag. Verscheidene leden van de WAP (= Werkgroep Aquatische Planten) hebben de plant uitgeprobeerd. Over de bruikbaarheid waren de meningen verdeeld. Bij de één stierven ze snel af, anderen kregen er stolonen aan, de stengeluitlopers, waarnaar deze soort is genoemd.
De foto van Piet van Wijngaarden toont de plant bij hem thuis in moerascultuur in een miniatuurkasje. Hierin vormt de plant witte 'ademwortels'. Zulke komen ook bij andere Ludwigia-soorten voor. Piet van der Vlugt kon de lichtgele bloemen fotograferen.

Marsilea species, slakkenvoer of geluk?

Marilea species

Deze moeras-klavervaren ontdekte ik op twee plaatsen. Langs de weg nabij McCarty Island groeiden ze in een drooggevallen beek. In de Bulokkreek groeiden ze op een beschutte plaats onder water. De bladeren dreven aan het oppervlak en elk blad had een bijna uitgemeten ruimte om zich heen, een schitterend gezicht. Slakken en insecten zijn verzot op de emerse bladeren van deze plant.

Nymphaea lotus

De grote Afrikaanse waterlelie vormt in Gambia geen uitlopers of knollen, zoals we die zien in de winkel (deze planten komen uit Liberia). Wat de plant gemeen heeft met die uit Liberia, is dat de knol een uitloper vormt met een klein plantje erop. Als je het plantje eraf haalt, volgt er nog een tweede plant.

Blad met stek van een Nymphaea-kruising

Nymphaea micrantha

Als de kleinbloemige West-Afrikaanse waterlelie zich goed ontwikkelt, is ze te groot voor een fors aquarium. Beter is om ze in kommervorm te cultiveren, net als N. lotus. Als de bladeren ondergedoken zijn, hebben ze vier kleuren. Een drijvend blad heeft van boven één kleur, maar is van onderen gestippeld.
Een niet te oud drijvend blad geeft een jonge plant aan het blad, zodra het is losgesneden van de steel. Hoewel de stek behoorlijk groot wordt, is de vermeerdering niet eenvoudig. In de natuur ontwikkelen de stekken zich alleen als de plant in de schaduw staat.
Het is ook gelukt om zaailingen op te kweken. Het eerste blad is een minuscuul grassprietje. Aan het tweede blad is de waterlelie al herkenbaar.

Onbekende planten

Monochoria species, een aanwinst?Er zijn ook nog planten genomen, waarvan de naam nog moet worden vastgesteld. Een Najas-soort bleek moeilijk mee te nemen en kon ook niet duidelijk genoeg gefotografeerd worden.
Van een Monocharia-soort met kleine witte bloemen zijn zaden meegenomen. De zaailingen zijn nog te klein om ze te testen op hun geschiktheid voor aquariumcultuur. Volwassen planten lijken op Eichhornia azurea.
Van een drietal op Ludwigia lijkende planten groeit er één goed onder water.
Een onbekende waterlelie lijkt een kruising tussen N. lotus en N. micrantha. Op de grote bladeren vormen zich enorme planten, die gek genoeg nauwelijks levensvatbaar bleken. Op een blad legde ik een aardappelschilmesje om aan te geven hoe groot het is en maakte een foto.

PS

Het land heet The Gambia. In onze taal wordt dat De Gambia of Het Gambië, maar dit blijkt tot misverstanden te leiden. Vandaar Gambia zonder lidwoord.

Auteur: 
Peter Kettenis
Fotografie: 
Peter Kettenis