Op de ondergrond komt het aan

Bij de vraag welke bodemgrond het geschiktst is voor een bepaald aquarium, moeten we wel eerst hebben vastgesteld, welke vissen gehouden zullen worden. Echte bodembewoners stellen immers heel andere eisen dan vissen uit hogere waterlagen. Zo zullen gravende cichliden andere voorwaarden stellen dan bodemleggende killivisjes.

We onderscheiden daarom
a. Het gezelschapsaquarium
b. Gezelschapsaquaria met uitgesproken bodembewoners
c. Speciaalaquaria

Een zeer geslaagde combinatie van verschillen in bladvormVervolgens stellen we de vraag, wat de functie van die bodem is. Die functie lijkt op het eerste gezicht erg duidelijk. Zonder bodemgrond kunnen planten zich niet goed vasthechten, terwijl de vissen door terugkaatsing van licht van onderen niet goed op kleur zullen komen. Verder maakt die bodemgrond deel uit van het ingewikkelde systeem, dat we gemakshalve maar als 'het biologisch gebeuren in het aquarium' aanduiden.
Het geschiktst is vaak grof zand of fijn grind met een korrelgrootte van ongeveer 3 mm. Tussen de korrels blijven fijne openingen, waarin zich water bevindt en waarin zuurstof en opgeloste voedingsstoffen kunnen doordringen. Zo komen de wortels van de planten ook aan hun trekken. Erg fijn zand heeft de neiging in te klinken en dicht te slibben, waardoor het erg massief wordt. De bodem wordt dan zuurstofarm, waardoor rottingsprocessen in de bodemgrond kunnen optreden. U weet wel hoe de dan ontstane lucht van rotte eieren (zwavelwaterstof) een vertrek soms kan opfleuren als u zo'n bak onder handen neemt. Dus grof zand verdient de voorkeur.
Nu is vastgesteld, dat grof zand het beste materiaal is (zand, zoals in gebruik voor filters van zwembaden en waterleidingen, ook in de handel te krijgen) komt de vraag op naar de samenhang tussen bodemgrond en het gekozen aquarium. De meeste liefhebbers zullen overigens een gezelschapsaquarium bezitten... Desondanks bepalen we ons eerst tot het speciaalaquarium. Zo'n bak kunnen we inrichten met een bodemgrond, waarin leem of klei zit. Daarna laten we de vissen erin los... Binnen de kortst mogelijke keren is het aquarium dan een grauwe, ondoorzichtige toestand geworden. Het zand moet in dergelijke gevallen dan ook grondig worden gewassen. Dat wil zeggen, dat - ook als de volle straal van de waterleiding op het zand wordt gezet - het eraf lopende water kristalhelder moet blijven.

Anders is dit voor killivisjes. Die verlangen vaak een luchtige, zachte bodem, bijvoorbeeld bestaande uit turfvezels. Oók een echt speciaalaquarium dus. Het pure gezelschapsaquarium, dus het aquarium van het gros van de lief- hebbers, stelt andere eisen. Maar daarvoor moet in het kort even iets worden gezegd over de al genoemde algemene biologie van zo'n aquarium.
We kunnen daarbij beginnen met op te merken, dat water onmisbaar is voor elke vorm van leven op aarde. En juist met dat water vullen we de bak. Datzelfde water heeft verschillende eigenschappen, waar we mee te maken kunnen krijgen. Zo lossen er allerlei stoffen in op. Ook in gewoon leidingwater, zoals dat in Rotterdam uit de kraan komt, bevinden zich allerlei opgeloste stoffen. Het zou te ver voeren, alle watergegevens hier op te sommen... Ze zullen trouwens wel op te vragen zijn bij het plaatselijk waterleidingbedrijf. Enkele zaken kunnen echter niet zonder meer worden overgeslagen. De zuurgraad bijvoorbeeld, waarvoor in Rotterdam een pH van 8,3 wordt aangegeven! Een andere belangrijke watereigenschap betreft het gehalte aan diverse zouten, meestal als ionen opgegeven. Chloride bijvoorbeeld, in Rotterdam 112 mg/I. Geen belangrijke stof voor onze aquariumbewoners, maar wel in hoge concentraties schadelijk. Het water wordt min of meer brak naarmate het zoutgehalte of het chloridegehalte in dit geval, stijgt. Nitraten, sulfaten, bicarbonaten, fosfaten en dergelijke dragen bij tot de voedingswaarde van het water. Het zijn uitgesproken voedingsstoffen voor hogere planten. Planten hebben dergelijke mineralen nodig om normaal te kunnen leven en groeien. Er zit echter een adder onder het gras. Als ook maar een van de stoffen, die de plant nodig heeft, verhoudingsgewijs te weinig voorkomt, treedt de wet van het minimum in werking. Dat wil doodgewoon zeggen, dat de groei van de plant wordt geregeld door dat ene stofje, waar zo weinig van is. Hoeveel er van de rest dan ook wordt toegevoegd... het helpt helemaal niets.

Een fraai voorbeeld van een architectonische onderwatertuin

Zo'n plant groeit op een gegeven moment, mits de voorwaarden gunstig zijn. Koolzuurgas of daaruit gevormde producten worden opgenomen. Met behulp van lichtenergie, afkomstig uit de lampen of uit zonlicht, zet de plant deze koolstofverbindingen om in zetmeel. Als bijproduct komt dan zuurstof vrij. Een deel daarvan lost in het water op en komt weer ten goede aan de vissen, die op hun beurt weer koolzuurgas produceren, waar de plant weer wat mee kan doen. Vissen leveren naast koolzuurgas ook andere afvalproducten. Bovendien blijven er vaak voedselresten in de bak over. Zowel dat overgebleven voedsel als de afvalproducten van de vissen worden door de in en op de bodem levende bacteriën omgezet in mineralen, zoals nitraten en sulfaten. Deze mineralen lossen goed op in water en komen via het water weer terecht bij de plant, die ze op kan nemen als voedsel.
In dit verband is het misschien de moeite waard te vermelden, dat een aquariumhouder een aantal jaren geleden een proef nam om na te gaan hoe een plant nu eigenlijk groeit. Hij vulde een aquarium met schoon zand. Daarin zette hij een tiental potjes met in elk potje een andere bodemsamenstelling. In elk potje stond eenzelfde soort plant. Na een jaar bleek de ontwikkeling van de verschillende planten nauwelijks te verschillen. Alleen bleek bij de planten, die op schoon zand waren gehouden het meeste vuil te zijn opgehoopt. Kennelijk hadden hun bladeren om aan voedsel te komen vuil aangezogen. Overigens zijn ook landplanten vaak heel goed in staat om voedsel op te nemen via de bladeren. Bladbemesting vindt dan ook algemeen plaats bij kamerplanten.

Licht of zwaar?

Reeds eerder is gemeld, dat in een luchtige bodemsamenstelling water vrij toe kan treden tot de plantenwortels. Dat water, waarin zuurstof en voedsel zijn opgelost, zorgt er zo voor, dat de planten ook via de wortels voedsel op kunnen nemen. Met dit betoog wordt dus aangetoond, dat een zware voedingsbodem echt niet per se noodzakelijk is. Het is echter wel van belang, dat bij een schrale bodemgrond - even gespoeld zand met daarover een laag goed gewassen zand - niet al te pijnlijk nauwkeurig die bodem wordt af geheveld. Vooral tussen groepen planten kan dat vuil beter wat blijven liggen. Dit om bacteriën de gelegenheid te geven organisch afval om te zetten in voor de plant nodige meststoffen van anorganische aard. In mineralen dus.
Mochten er planten zijn, die nog meer voeding verlangen, dan kan dat heel gemakkelijk in de vorm van gedroogde balletjes rode pottenbakkersklei. Dergelijke balletjes worden tussen de plantenwortels gedrukt. Deze klei bevat onder meer ijzerverbindingen en verder nog andere nuttige elementen als kalium en magnesium.

Het is natuurlijk mogelijk, dat er mensen zijn, die zweren bij een zware voedingsbodem. Ze zullen die nodig vinden voor een goede plantengroei. Hopelijk komt er ook eens een artikel van zo'n zwarebodemaanhanger, waarin die zijn/haar gedachten uiteenzet en verdedigt. Uit bovenstaand verhaal valt immers alleen maar te concluderen, dat een zware voedingsbodem niet nodig is. Mits de belichting voldoende is, het plantenbestand goed is en de vissenbevolking ook binnen bepaalde grenzen blijft. Vanzelfsprekend wordt ook niet al het bodemvuil pijnlijk nauwkeurig verwijderd! Als aan deze voorwaarden wordt voldaan, dan zal een aquarium zeker ook een goede plantengroei laten zien. Al wil dat niet zeggen, dat wat hierboven staat alleenzaligmakend is. Integendeel vermoedelijk zelfs... Hoewel zo'n 20 jaar ervaring in dezen er toch wel enig gewicht aan geeft...

Auteur: 
C. van Sliedregt