Exotische beplanting buitenterraria

De aanblik van statige wuivende palmen en enorme agaven in de tuin van het vakantie-adres in Zuid-Europa vormt voor de meeste mensen het ultieme bewijs dat ze in een omgeving zijn aangekomen met een warm en een zonovergoten klimaat. Maar weinig mensen zijn zich ervan bewust dat een mediterraan sfeerbeeld realiseerbaar is in buitenterraria waar bijvoorbeeld hagedissen en landschildpadden worden gehouden.

Het toepassen van de beplanting met een exotische uitstraling is uiteraard afhankelijk van de smaak, de ligging van de tuin en de grootte van het verblijf. De doelstelling van dit artikel is om de lezer op enkele verrassende mogelijkheden te wijzen. Het gaat daarbij om planten die zomer en winter in de tuin kunnen blijven.

Buitenterrarium voor landschildpadden met henneppalm (Trachycarpus fortunei) en cactussen (Opunita spec.).Winterhard en vorstbestendig

Voordat er suggesties worden gedaan, is het van belang enkele begrippen te verduidelijken om misverstanden te voorkomen. Een zeeklimaat, zoals dat in Nederland heerst, kenmerkt zich door relatief koele zomers en milde winters. Het behoeft geen nadere uitleg dat deze typering geen vast gegeven is, zoals de koude winters in het verleden (1984/1985 en 1996/1997) dat hebben bewezen. Dit betekent dat planten zich in principe op deze sterk wisselende omstandigheden moeten instellen om te overleven. Met name die fluctuerende omstandigheden in de winter, zoals de combinatie van regen met daarop volgend vorst, vormen een belangrijke hindernis voor het opbouwen van een exotisch ogende tuin.
Van belang is in te schatten of een bepaalde plant winterhard is of slechts vorstbestendig. In bepaalde gevallen zal men dan ook iets van de herkomst van de plant en het aldaar heersende klimaat moeten weten of moet specialistische literatuur worden geraadpleegd. Onder winterhard wordt hier verstaan dat de plant zonder enige bedekking de elementen trotseert. Een aantal plantensoorten is wel bestand tegen lage winterse temperaturen maar verdraagt de combinatie vocht en vorst niet. Dit betekent dat deze planten enige afdekking behoeven in de vorm van glas of lichtdoorlatende golfplaten. De planten zijn dus vorstbestendig maar niet winterhard. Niet onbelangrijk is op te merken dat de mate van hardheid ook afhangt van de groeiplaats. Doorgaans moet een gedeelte van de tuin wordt gezocht met een zonnige ligging en waar beschutting aanwezig is.
Wat verder ook niet moet worden onderschat is dat er zelfs in een klein land als Nederland regionaal grote temperatuurverschillen kunnen optreden. In grove lijnen is het zo dat de temperaturen in kuststreken in de winter milder zijn dan elders in het land. Verder is het zo dat Noord-Brabant en Limburg en delen van Gelderland en Twente de temperatuur in het voorjaar en zomer vaak een paar graden hoger is dan in Groningen en Friesland of Noord-Holland. Verder kan het veel uitmaken of de tuin in een vlak polderlandschap ligt waar de wind vrij spel heeft of in een stad met veel bebouwing, die warmte vasthoudt en beschutting biedt.

Opuntia phaeacantha camanchica Opuntia phaeacantha camanchica in bloei

Geschikte planten

Van verschillende plantenfamilies zullen enkele voorbeelden worden geven, die voor het verfraaien van buitenverblijven in aanmerking komen en waarmee geëxperimenteerd kan worden.

Palmen

Niet ontkend kan worden dat palmen bij de meeste mensen associaties met tropische gebieden oproepen. In het Middellandse-Zeegebied vormen de dadelpalmen de bekendste soort (Phoenix canariensis en Ph. dactylifera). Helaas zijn Phoenix-palmen in ons klimaat alleen geschikt als kuipplant. Wel is het zo dat met name Ph. canariensis voor een korte periode enige vorst kan verdragen (ca -6° C). Langdurige perioden van vorst worden echter niet verdagen. Voor ons doel zijn wij genoodzaakt een keuze te maken uit een beperkt aantal andere soorten, voornamelijk uit het geslacht Trachycarpus. Deze palmen zijn doorgaans herkenbaar aan de harige, vezelige stam, de relatief gladde bladstelen en de handvormige bladeren. Met name de harige stam en de niet-bedoornde bladstelen zijn de belangrijkste verschillen met de Europese dwergpalm (Chamaerops humilis) waarmee het genus Trachycarpus vaak wordt verward. De Engelse benaming voor deze decoratieve palmen is 'Windmill palm'. Het genus telt nu 5 soorten, namelijk T. takil, T. nanus, T. martianus, T. fortunei (en T. f. wagnerianus) en T. sikkemensis (Gibbons).

 'Needlepalm' (Rhapidophyllum histrix)De bekendste vertegenwoordiger is Trachycarpus fortunei. Met deze boom wordt in tuinen in Nederland en elders in Noord-Europa op kleine schaal geëxperimenteerd. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de ervaringen tot nu wisselend zijn. De grootste fout die men kan maken, is toch wel dat men onverschillig of overmoedig wordt. De ervaring leert dat Trachycarpus fortunei zonder enige bescherming temperaturen tot -15° C verdraagt. Desondanks is het raadzaam om bescherming aan te brengen indien de vooruitzichten een aanhoudende strenge vorst aankondigen. Die bescherming kan bestaan uit het bedekken en omwikkelen met rietmatten of zelfs dekens. Het gebruik van noppenfolie is mogelijk, maar verhoogt de kans op rotting of zelfs broei, waardoor de palm beschadigd kan worden. Van belang is dan dat af en toe wordt geventileerd. Deze bescherming dient niet zozeer tegen de kou als wel tegen het uitdrogen.
Belangrijk is dat de kern van de palm in leven wordt gehouden. Alleen dan is de boom in staat eventuele forse winterschade aan de bladeren te herstellen door nieuwe groei. De palm houdt van een humusrijke grond. Gedurende het groeiseizoen is het belangrijk om regelmatig water te geven, aangevuld met meststoffen. Het is soms verbazingwekkend hoe snel Trachycarpus zijn nieuwe bladeren ontvouwt en dus groeit! Naar verluidt schijnt T. takil nog beter bestand te zijn tegen vorst dan T. fortunei (Gibbons). Er is echter nog een andere soort die met recht het predikaat 'winterhard' zou verdienen. Het gaat daarbij om de 'needlepalm' (Rhapidophyllum histrix) (McMillan Browse), een palm uit het oosten van de Verenigde Staten. Helaas zijn ervaringsgegevens nog schaars, omdat hij vrij zelden wordt aangeboden en daarenboven erg kostbaar is. Rhapidophyllum zou in staat zijn zonder bescherming 20° C onder nul te weerstaan!

Trachycarpus en Rhapidophyllum behoren tot de groep palmen die als 'waaierpalmen' getypeerd kan worden. De bladeren hebben een typische vorm: een bladsteel die eindigt in een handvormig blad. Tot deze groep behoren ook de Europese dwergpalm (Chamaerops humilis) en de 'petticoatpalm' (Washingtonia filifera). Uit de groep van de 'veerpalmen', waarvan de Canarische dadelpalm een typische vertegenwoordiger is, zijn minder soorten bekend die vorstbestendig zijn. Deze groep, waarvan de bladeren vedervormig zijn, kent slechts één soort die enige vorst kan verdagen en zelfs in Canada op bepaalde plaatsen gedijt en dat is Butia capitata. Deze Zuid-Amerikaanse soort verdraagt temperaturen tot ca -11° C en zal slechts met de grootst mogelijke zorg in Nederland een experimentele kans verdienen.

Opuntia erinacea utahensis in bloeiAndere planten

Er zijn meer planten die een uitgesproken 'exotische uitstraling' hebben en een standplaats in onze buitenterraria verdienen. Een goed voorbeeld is misschien wel de banaan (Musa basjoo). In 1996 is deze bananensoort voor het eerst op grote schaal in tuincentra aangeboden. Toch is het succesvol cultiveren van deze tropische plant niet echt eenvoudig en van een intensieve begeleiding afhankelijk. In de herfst sterft het bovengrondse deel af zodra de temperatuur onder de 0° C komt. Het is dan ook belangrijk dat het ondergrondse, levende deel van de plant tegen vorst wordt beschermd, zodat de plant zich in het voorjaar kan herstellen.
Doorgaans is het voldoende om een dikke humuslaag om de stam aan te brengen. Een meer bekende en deels ook alledaagse verschijning zijn de Yucca's. In de handel vindt men vaak Yucca flaccida (laagblijvend en met witte draden aan de lancetvormige bladeren) en Yucca gloriosa, waarvan ook een bonte vorm bestaat. Ze worden vaak onder de Nederlandse naam 'palmlelie' aangeboden. Dat is enigszins vreemd omdat het noch een palm, noch een lelie is.
De soort Yucca recurvifolia heeft zijn hardheid de laatste jaren wel bewezen. Deze zeer decoratieve, stamvormende Yucca stelt geen bijzondere eisen aan bodem en standplaats. Bij de auteur gedijt een aantal zelfs in een op het noorden geëxponeerde tuin. Yucca's stellen ook geen bijzondere eisen aan de bodem en handhaven zich in zandgrond alsook in leem.

Opuntia erinacea utahensis (l), O. fragilis (m), O. phaeacantha camanchica 'Albispina' (r)Uit de cactus- en agavenfamilie zijn sommige soorten zeer geschikt voor het 'aankleden' van een buitenterrarium, waarin ze een semi-woestijn of een mediterraan landschap moeten accentueren. De auteur heeft zelf een combinatie gemaakt met Trachycarpus fortunei en diverse soorten vijgcactussen (Opuntia spec.) in een verblijf voor Griekse landschildpadden en Breedrandschildpadden. Van het geslacht Opuntia zijn meer dan 108 soorten, variëteiten en hybriden bekend die als winterhard of vorstbestendig bekend staan (Bruekers)! De ervaring leert dat uit de agavenfamilie een aantal soorten weliswaar vorstbestendig genoemd kan worden, maar niet het predikaat 'winterhard' verdient. Slechts zelden lukt het om agaven meer jaren achtereen in de open lucht te cultiveren. Voor het overwinteren moet men die agaven uitgraven en in een onverwarmde kas droog overwinteren.
Bij de meeste vetplanten is het een vereiste om een zonnig, goed gedraineerd deel van het buitenterrarium te kiezen met een schrale (voedselarme) grondsoort. De planten moeten optimaal kunnen profiteren van de zon (licht en warmte).

Opuntia phaeacantha discataDe meeste cactussen blijven bescheiden van omvang, maar binnen de soort Opuntia phaeacantha vinden we variëteiten die, eenmaal goed geworteld en geacclimatiseerd, schijven van wel 30 cm doorsnede kunnen produceren.Soorten die wel eens worden aangeboden zijn (w = winterhard; v = vorstbestendig): Opunita fragilis (w), O. humifusa (w), O. erinacea-utahensis (w), O. phaeacantha camanchica (w), O. ph. c. 'Albispina' (w), O. ph. discata (w), O. polyacantha (w), O. basilaris (v), O. violacea (v), O. (Cylindropuntia) imbricata (v).
Agaven: Agave parryi (3 ondersoorten) (v), A. utahensis (6 tot 7 ondersoorten) (v), A. tomeyana (v), A. (palmeri) chrysantha (v).
Houders van Noord-Amerikaanse hagedissen, zoals halsbandleguanen, woestijnleguanen, haagleguanen en wellicht padhagedissen, die deze dieren tijdelijk in een buitenterrarium huisvesten kunnen dat verblijf verfraaien met vorstbestendige, kleinblijvende bolcactussen van het geslacht Echinocereus of Escobaria. Van deze cactussen worden de variëteiten van Echinocereus triglogidiatus en E. viridiflorus wel eens in de handel of door liefhebbers aangeboden. Voor dit genre geldt in elk geval dat ze naast een beschutte, droge standplaats ook absoluut droog overwinterd moeten worden en dus winterdekking nodig hebben.

Tot slot

De doelstelling van dit artikel was om u een indruk te geven wat er op het gebied van 'exotisch tuinieren' realiseerbaar is. De voorbeelden die zijn aangehaald, zijn zeker niet volledig. De laatste jaren wordt intensiever met allerlei planten geëxperimenteerd. Het is waarschijnlijk slechts een kwestie van tijd voordat er meer verrassende mogelijkheden bekend worden.
 

Auteur: 
Jaco Bruekers
Fotografie: 
Jaco Bruekers
Literatuur: 
Bruekers, J., 1997 Winterharde vijgcactussen en agaven; privé-uitgave; 48 blz.
Gibbons, M., 1997 Trachycarpus - The Latest from London; Hardy Palm International (29) February-issue: pag. 8-10
McMillan Browse, Ph., 1993 Palms; Trebah Enterprises Ltd., Cornwall; 43 blz.