Huidje uit, huidje aan

Bijna overal op aarde komen spinnen voor. Er zijn circa 35.000 (andere bronnen spreken zelfs van 40.000) soorten bekend. Daarvan leven er z'n zeshonderdtwintig in Nederland en België. Bah?!

Ja, ook al vinden velen van ons deze diertjes eng, vies, en zijn er onder ons meesters in het vinden van de meest ingenieuze middelen om ze te doden, toch moeten we toegeven, dat die 'harige griezels' tot één van de nuttigste dieren ter wereld behoren. Omdat op hun menu insecten en allerlei andere vieze beestjes staan, zijn spinnen natuurlijke insectendoders en worden ons gratis aangeboden, ouderwets efficiënt en bovendien milieuvriendelijk. Zij zorgen er immers voor, dat onze woning en omgeving vrij van insecten blijven. Geleerden durven wel te beweren, dat op vele plaatsen dierlijk en menselijk leven slechts mogelijk is dank zij de aanwezigheid van deze achtpoters. Vogels zouden het heus niet in hun eentje kunnen klaren om onze oogst tegen zo een massa insecten te beschermen!

Spinnen behoren - samen met insecten en schaaldieren - tot de stam van de Arthropoda of de geleedpotigen. Deze stam is - met meer dan één miljoen vertegenwoordigers - meteen de grootste van de dertig stammen, die het dierenrijk telt. Samen met mijten, teken en hooiwagens behoren spinnen tot de klasse van de Arachnida of de spinachtigen.
Alle leden van deze stam zijn invertebraten of ongewervelden. Dat betekent, dat ze niet over inwendige botten beschikken, maar een uitwendig pantser hebben, bestaande uit chitine. Deze chitinehuid, ook exoskelet genoemd, beschermt het dier als een flexibel harnas tegen geweld, maar heeft het nadeel dat het niet kan groeien. De spin zelf groeit echter wel. Zo komt het dat - naarmate de spin door voedselopneming groter wordt - het exoskelet almaar vaster gaat zitten. En op een bepaald moment zit het chitinepantser zo strak, dat de spin prompt in hongerstaking gaat. Dan wordt het tijd om te vervellen. Want alle invertebraten zijn tot vervellen gedoemd.

Webspinnen vervellen ondersteboven hangend aan een draadje. Jachtspinnen doen het op een vervellingswebje.

Het vervellen gebeurt in drie fasen
Onder de oude huid wordt een nieuwe gevormd met alles erop en eraan.

  1. In de eerste fase wordt het bloed van het abdomen (het achterlijf) naar de cephalothorax (het kopborststuk) gestuwd, zodat de inwendige druk daar zodanig stijgt, dat
  2. In de tweede fase- het exoskelet aan de rugzijde van de cephalothorax openscheurt. Het luikje gaat open en het kopborststuk komt vrij.
  3. In de laatste, derde fase bevrijdt de spin haar achterlijf, en uiteindelijk haar poten uit de oude huid.

Omdat er tussen de oude en de nieuwe huid een dun laagje vloeistof wordt afgescheiden, kan de spin zich uit de oude huid bevrijden. Droogt die laag echter vooraleer ze zich helemaal heeft bevrijd, dan gaan de oude en nieuwe huid aan elkaar kleven en komt de spin in een hachelijke situatie terecht, die zelfs haar dood kan worden.
Na de vervelling neemt de cephalothorax snel in volume toe, terwijl het achterlijf wordt verkleind. Dat is de eigenlijke groei. Omdat de chitine aanvankelijk nog week is, is de spin zacht en weerloos, zodat ze moet rusten en zich verborgen houden voor vijanden. Zodra de nieuwe huid echter hard is geworden, stopt de groei en kan de spin weer voedsel opnemen. Afhankelijk van de frequentie en de hoeveelheid van de maaltijden, neemt het abdomen (= buik) snel of langzaam weer toe, totdat uiteindelijk een nieuwe vervelling noodzakelijk wordt.

Wie vogelspinnen houdt, is in staat om alles van het begin tot het einde te volgen. Op deze foto's ziet u het vervellingsproces van een nog kleine Brachypelma smithi (= Mexicaanse roodknievogelspin). Duur van de vervelling: tussen 19.55 uur en 23.15 uur. Let ook op de grootte van de vogelspin. Ter vergelijking: de steen heeft een lengte van 32 millimeter.

Zodra de chitine hard genoeg is geworden om het lichaamsgewicht van de spin te dragen, gaat ze weer op de poten staan. Ze zal nog een hele tijd blijven rusten en gedurende dagen alle voedsel weigeren. Later haalt ze haar schade in! Vergelijking: grootte steen (32 mm) en de spin.

Sommige soorten nemen tot enkele dagen of weken voor de vervelling geen voedsel meer. Vlak voor het begin van de vervelling maken ze een (groot of klein) matje van zijde. Boombewoners sluiten zich op in een vervellingscocon. Zo beschermen ze zichzelf tegen insecten en schimmels op de bodem en eventuele predatoren.
Als de tijd is gekomen, gaat de spin op haar rug op het zijdebedje liggen. Eigenlijk gaat ze niet meteen liggen, maar verstijft ze en kantelt geleidelijk van zij- naar rugligging. Urenlang kan de spin onbeweeglijk als voor dood op de rug blijven liggen. (Een dode spin ligt meestal met ingetrokken poten onder het lichaam en niet op de rug met gestrekte poten. In het laatste geval gaat ze enkel vervellen.)

foto:1 Naarmate het proces van de vervelling vordert, stijgt de druk in het kopborststuk. De spin helt meer en meer zijwaarts.Sommige spinnen, zoals de kleine Brachypelma smithi op de foto's, vervellen in zijligging om pas na de vervelling op de rug te belanden. In deze eerste fase - die begint bij de verstijving - wordt het bloed van het abdomen naar de cephalothorax geperst (foto 1), zodat de inwendige druk daar zodanig stijgt tot eindelijk de carapax - in de tweede fase - scheurt en het lichaam vrijkomt.
Dan wurmt de spin zich - in de derde fase - naar buiten en trekt haar poten met langzame ritmische contracties los (foto's 2, 3).

foto 2: Hier is de vervelling volop in de derde fase. De spin trekt moeizaam haar pootjes uit het oude harnas. Hier is duidelijk hoever ze is: de (rode) knieën zijn reeds zichtbaar. foto 3: Ongeveer tien minuten later. Enkele pootjes zijn nu helemaal vrij. De spin is intussen zodanig in de schuinstand gegaan, dat ze bijna op de rug ligt.

foto:4 De vervelling is volledig. De spin zal nu met regelmatige tussenpozen de poten ritmisch samentrekken. Dat doet ze om te voorkomen, dat haar gewrichten bij het hard worden van de chitine zullen verstijven.Uitgeput blijft ze nog een tijdje op de rug liggen drogen, terwijl ze regelmatig al haar poten beweegt om de gewrichten soepel te houden (foto 4). Als de chitine sterk genoeg is geworden, kan de spin weer op haar poten staan. Ze keert zich dan bliksemsnel om. Toch zal ze - afhankelijk van de grootte en de soort - nog enkele dagen tot een week (of langer) blijven vasten om daarna haar schade weer ruimschoots in te halen. Bij een vervelling krijgt de spin alles nieuw tot de spintepels, cheliceren, de ogen en zelfs de haren toe. De laatste foto geeft een beeld van hoeveel groter de spin is geworden (vgl. met de steen van 32 mm op de eerste foto). Eens weer op de poten verzorgt de spin zich grondig. Ze neemt elke poot tussen de cheliceren, die zich openen en sluiten, en trekt de lange pootverbindingen ertussendoor. De poten worden ook over het lichaam gewreven, zowel langs boven als langs onder, en dan terug gereinigd. Zo komen de haren, die het lichaam en de poten bedekken, in de goede richting te liggen. Dat is belangrijk, omdat de haren op haar poten zintuigharen zijn. De spin kan ermee proeven, ruiken, luchtstromingen en trillingen waarnemen.

Een opname van het moment, dat de spin haar poten volledig introk. Het (rode) deel aan het kopstuk is de mondopening. Het is duidelijk, dat de (licht gekleurde) chitine nog week is.

Uit het voorgaande kun je besluiten, dat vervellen veel energie vraagt en niet altijd vlekkeloos zal verlopen. Soms - wanneer de vochtlaag tussen beide huidjes opgedroogd is voor de vervelling is beëindigd - kan de spin zich niet meer uit de oude huid bevrijden. Bij oudere vogelspinnen in gevangenschap wordt de vervelling daarom levensgevaarlijk, omdat ze dan kunnen sterven. Meestal loopt het minder erg af en breekt er slechts een deel van of een hele poot af. Spinnenpootjes zijn immers lang, dun en broos. Dan is de spin één of meer poten kwijt.
Maar het regeneratievermogen is groot. Binnen het exoskelet wordt er een nieuwe poot aangemaakt. Bij de eerste vervelling is de nieuwe poot nog zeer dun, maar bij de daaropvolgende vervelling zet hij uit tot hij na maximum de derde vervelling weer zijn voormalige afmetingen heeft bereikt.
Dat regeneratievermogen komt goed van pas als de spin vlucht voor een vijand. Ze laat dan gewoon één of meer poten achter en redt zo haar leven. Bij deze zelfamputaties breekt de poot op een speciale plaats tussen het eerste en tweede gewricht af, zodat het bloedverlies minimaal is.

Auteur: 
Tannia Sels
Fotografie: 
Tannia Sels