Thamnohis-kweek 'nieuwe stijl'

De eerste jaren deed ik niet veel bijzonders om de voortplanting van Thamnophis te stimuleren. Zeker in de beginperiode liet ik mannen en vrouwen het gehele jaar bij elkaar en aangezien de lamp zowel voor licht als warmte zorgde, bleef de hoeveelheid licht-warmte onveranderd. Daarna heb ik een aantal jaren geëxperimenteerd met veranderlijke verlichtingsduur: 's zomers een kunstmatige daglengte van 12 uur en in de winter 4 uur. Daarbij constateerde ik dat bij een toenemende verlichtingsduur de mannen soms seksueel actiever werden. Maar vaak in deze periode had ik vrouwen en mannen het gehele jaar bij elkaar zitten.

Thamnophis sirtalis tetrataenia, vrouwtje

In latere jaren ben ik op een andere manier gaan experimenteren met licht-warmte en winter-zomer. In de zomer liet ik mannen en vrouwen bij elkaar, per dag 12 uur kunstlicht en gedurende vier uur extra bijverwarming met een gloeilamp. Tegen de winter ging de extra gloeilamp uit en ook het terrariumlicht werd in het tijdsbestek van een maand tot nul gereduceerd. Hierbij moet ik wel opmerken dat de dieren al die jaren in de huiskamer werden gehouden.
Dat de dieren onder alle beschreven omstandigheden bijna jaarlijks jongen wierpen duidt er volgens mij op dat deze slangen niet erg gevoelig zijn voor seizoenritme of andere paringsstimuli.

Mijn nieuwe stijl

Op een enkel dier na zijn al mijn slangen nakweek en ik heb de meeste ook zelf opgekweekt.
De slangen worden gehouden in groepen, variërend van vier (212) tot zeven (215) dieren. Afhankelijk van de soort en de ruimte in het terrarium verschillen ze dus meestal in leeftijd. Dat ik meer dieren in een terrarium houd, heeft geen directe reden hoewel ik ondanks beschikbare ruimte het risico om - bij onverhoopte sterfte - geen volwassen dieren achter de hand te hebben zo klein mogelijk wil maken.
Per februari 1995 ben ik met een voor mij nieuwe stijl van kweken begonnen. Deze 'nieuwe stijl' kon, doordat ik vanaf februari 1995 een aparte ruimte tot mijn beschikking heb: er is eind januari een dakkapel op de zolder geplaatst om de dieren te huisvesten. Voorheen had ik geen behoefte om op deze manier te kweken. De reden was dat de dieren altijd in de huiskamer of in een zijkamer waren gehuisvest. Het gedurende kortere of langere tijd kijken naar lege terraria trok mij niet.
Nu mijn dieren niet meer direct in het zicht zitten, heb ik er minder problemen mee om ze in winterrust te laten gaan. Tevens heb ik van deze gelegenheid gebruikgemaakt om een aantal vragen, die ik al enige jaren had, voor mijzelf te beantwoorden. De meningen lopen hierover namelijk nogal uiteen. De vragen luiden:
- is een winterrust zinvol?
- is één paring voldoende?
- wanneer zijn de dieren paringsbereid?
Hieronder zal worden beschreven wat ik zoal heb gedaan, wat de resultaten zijn en of ik op mijn vragen een antwoord heb gekregen.

Winterrust

Alle dieren zijn van eind januari tot eind maart, twee maanden dus, in winterrust geweest. Twee weken voor de winterrust, half januari, ben ik gestopt met voeren, zodat de dieren met een lege maag aan deze periode konden beginnen. De problemen die zich eventueel kunnen voordoen als er voedselresten in de maag achterblijven, kunnen vervelend zijn:
- gasophoping door het rotten van voedselresten, dit kan de dood tot gevolg hebben.
- het uitbraken van de prooi, hetgeen uiteraard ook niet bevorderlijk is voor het dier.
Tijdens de winterrust zijn de dieren in hun eigen terrarium gebleven. Dit vind ik persoonlijk de prettigste oplossing, vooral omdat de controle op de dieren dan gemakkelijker is. Tijdens de rustperiode hebben de dieren continu water tot hun beschikking gehad. De temperatuur in deze periode was tussen de 10 en 15° C. Deze kamer is redelijk koel te houden, alleen op warme dagen ging het kwik soms naar de 17° C.
Sommige dieren waren op die warme dagen redelijk actief, maar gingen weer in rust als het koeler werd. De mannen en de vrouwen zijn gedurende de hele rustperiode gescheiden van elkaar geweest. Eind maart heb ik de dieren weer langzaam uit hun winterrust gehaald en de eerste dieren begonnen begin april alweer te eten.

Kousenbandslangen zijn dankbare pleegkinderen (foto Luuc Bauer)

Licht

In mijn terraria gebruik ik SL-spaarlampen. Dit zijn energiezuinige lampen (jampotmodel), die voldoende licht geven. Begin januari, twee weken voordat ik stopte met voeren, ben ik met het afbouwen van de lichtduur begonnen. Dit hield in dat ik in een periode van ca een maand het kunstlicht terugbracht van 10 uur naar 0 uur. Helaas heb ik niet genoteerd wanneer en op welke tijdstippen de verlichtingsduur werd aangepast.
Gedurende de hele winterrust is het kunstlicht uit geweest en was de enige lichtbron het buitenlicht. Het afdekken of donker maken van de terraria, wat sommige liefhebbers wel doen, wordt door mij niet gedaan, omdat ik het niet nodig acht. Ook hierdoor wordt de controle op de dieren makkelijker.
Aan het einde van de winterrust wordt het licht in een maand tijd weer opgevoerd tot 10 uur. Het opbouwen van de daglengte gebeurt, net zoals bij het afbouwen, in blokken van twee uur per keer. Hieronder volgt een overzicht wanneer en op welke tijdstippen ik de verlichtingsduur heb opgevoerd.
- 03-03-95 licht twee uur aan (12.00-14.00 uur)
- 08-03-95 licht vier uur aan (12.00-16.00 uur)
- 16-03-95 licht zes uur aan (10.00-16.00 uur)
- 25-03-95 licht acht uur aan (10.00-18.00 uur) [tevens de tijdschakelaar naar zomertijd]
- 02-04-95 licht tien uur aan (09.00-19.00 uur)
De gehele zomer zal deze lichtduur zo blijven, totdat de dieren weer in winterrust gaan. Bij de volgende winterrustperiode begint het hele ritueel weer van voren af aan.

Warmte

De terraria worden niet apart verwarmd. Wel is het zo dat de SL-spaarlampen een geringe warmteafgifte hebben, waardoor het in de terraria toch ca drie graden warmer is dan in de kamer waar de terraria staan. De ruimte zelf wordt vanaf het eerste moment dat de dieren uit winterrust komen, verwarmd door een cv-radiator, die de kamer dag en nacht niet beneden de twintig graden Celsius laat komen.
Als in de zomer de temperatuur buiten stijgt, zal ook de temperatuur in de hobbyruimte mee omhooggaan. Dit houdt uiteraard in dat de temperatuur in de terraria stijgt. Hieruit zult u begrijpen dat de temperatuur in de terraria zowel 's nachts als overdag niet beneden de twintig graden Celsius komt, maar dat de hoogste temperatuur zeer variabel kan zijn. De afgelopen zomer werden overdag zelfs waarden van vijfendertig graden gemeten. Op zulke dagen wordt de verlichting in de terraria uitgeschakeld om toch de temperatuur niet al te hoog doen oplopen.

Paringen

In de maand april en mei zijn de mannen bij de vrouwen gezet en hebben er paringen plaatsgevonden. De paringen duurden, afhankelijk van de activiteit van de mannen, 30 tot 90 minuten. Indien er geen of nauwelijks interesse was, werd de man weer verwijderd en na een paar dagen opnieuw bij de vrouw geplaatst. Dit werd zo vaak herhaald tot bijna alle dieren hadden gepaard. Helaas waren sommige vrouwen niet paarwillig. Na eind mei stopte ik met het plaatsen van een man bij deze vrouwen.
Hieronder zal ik de paringen beschrijven, zoals ik die heb waargenomen.

- Thamnophis sirtalis sirtalis 'Black'
De paringen bij Thamnophis sirtalis sirtalis 'Black' waren zeer fel en duurden ca 30 minuten.
Bij twee van de drie paringen waren de vrouwen net verveld. Bij de vrouw die niet was verveld, duurde het iets langer, voordat ze paringsbereid was. De dames in kwestie hielden in alle drie de gevallen hun staart omhoog, zodat hun cloaca open ging staan en de hemipenis van de man gemakkelijk naar binnen kon.

- Thamnophis sirtalis similis
Bij Thamnophis sirtalis similis daarentegen verliep de paring rustig en daar is mij ook niks bijzonders opgevallen, zij het dat de man al het werk moest doen. De medewerking van deze vrouw was niet zo enthousiast als bij Thamnophis sirtalis sirtalis 'Black'.
De andere vrouw weigerde te paren, voor zover ik het kan inschatten moet zij sperma hebben opgeslagen van 1994 om te kunnen werpen.

-Thamnophis sirtalis parietalis
De mannen zijn diverse malen bij de vrouwen gezet, maar er was nauwelijks seksuele activiteit. Het maakte ook niet uit of ze net waren verveld of niet.

- Thamnophis sirtalis semifasciatus
Bij Thamnophis sirtalis semifasciatus heb ik van twee vrouwen net na de vervelling een paring gezien, waarbij de ene vrouw bereidwilliger was dan de andere. De derde vrouw is wel bij mannen geweest, maar daarbij heb ik geen paring waargenomen.

- Thamnophis marcianus
Van Thamnophis marcianus hebben de beide mannen gedurende de maanden april en mei bij de vrouwen gezeten, maar ik heb helaas geen paringen kunnen waarnemen. De mannen toonden al die tijd weinig belangstelling voor de vrouwen.
Op Thamnophis marcianus na dit kon ik niet controleren, had ik bijna alle vrouwen een keer laten paren. Onder een succesvolle paring versta ik een paring, waarbij de man met een hemipenis vastzit aan de vrouw en na het loslaten geen belangstelling meer heeft.

Nakweek

(foto Luuc Bauer)Bijna alle vrouwen hebben in 1995 gejongd, ook enkele vrouwen die niet hadden gepaard. Deze vrouwen moeten dus wel gebruikgemaakt hebben van spermaopslag. Alle vrouwen en mannen waren geslachtsrijp en volwassen. De leeftijd van de vrouwen en mannen was twee jaar of ouder. Hieronder volgen de kweekresultaten over 1995.

- Thamnophis sirtalis sirtalis 'Black'
Vrouw 1) 02-07-95 05 jong, 08 ei, 07 doodgeboren
Vrouw 2) 07-07-95 10 jong, 05 ei, 01 doodgeboren
Vrouw 3) 10-07-95 01 jong, 07 ei, 00 doodgeboren

- Thamnophis sirtalis similis
Vrouw 1) 21-01-95 14 jong, 03 ei, 07 doodgeboren
Vrouw 1) 20-07-95 08 jong, 10 ei, 01 doodgeboren
Vrouw 1) heeft twee keer geworpen in 1995.
Vrouw 2) 04-08-95 19 jong, 00 ei, 01 doodgeboren

- Thamnophis sirtalis semifasciatus
Vrouw 1) 15-06-95 01 jong, 00 ei, 00 doodgeboren
Vrouw 1) 18-06-95 32 jong, 00 ei, 00 doodgeboren, deze vrouw heeft in twee etappes geworpen
Vrouw 2) 11 jong, 04 ei, 01 doodgeboren 01 mismaakt.
Vrouw 3) 15 jong, 00 ei, 00 doodgeboren

- Thamnophis sirtalis parietalis
Vrouw 1) 01 jong, 00 ei, 00 doodgeboren
Vrouw 2) niet geworpen.
Vrouw 3) niet geworpen.

- Thamnophis marcianus
Vrouw 1) 01-07-95 07 jongen, 03 ei, 00 doodgeboren
Vrouw 2) 13-07-95 07 jongen, 00 ei, 07 doodgeboren
Vrouw 2) bij de dode jongen zat een albino-exemplaar.
Vrouw 3) 14-08-95 05 jongen, 00 ei, 09 doodgeboren

Conclusie

De paringsdrift van de mannen en de paarwilligheid van de vrouwen is nogal wisselend, maar over het algemeen zijn de dieren direct na de winterrust paarlustig. Hierbij wil ik wel opmerken dat de vrouwen die net verveld waren, de meeste paringsbereidheid toonden en de mannen waren dan in de meeste gevallen actiever om te paren.
Eén paring is voldoende om nakweek te krijgen, maar het aantal jongen was iets lager is dan voorgaande jaren. Dit kan komen door omstandigheden waarop ik geen invloed heb, zoals de zeer hoge zomertemperatuur. Het aantal onbevruchte eieren was niet anders dan in andere jaren, maar het aantal dode of niet goed ontwikkelde jongen was wel iets hoger.
Het aantal paringen bij Thamnophis marcianus was niet te controleren.

Tot slot

Hierna is voor mij duidelijk dat een winterrust voor de bovenstaande Thamnophis-soorten niet echt noodzakelijk is. Maar ik wil wel opmerken dat dit een verslag is over een enkel seizoen en dat de uitslag over meer seizoenen anders uitvalt.
Enkele mannen hebben in sommige gevallen twee of drie vrouwen bevrucht. Dit heeft misschien te maken met de kwaliteit van het sperma. Het is opvallend dat een paring, in sommige gevallen zelfs spermaopslag, voldoende is om nakweek te krijgen. Dit geeft maar aan dat er met de bovenstaande Thamnophis-soorten en misschien wel alle Thamnophis-soorten relatief makkelijk te kweken is, maar dan ga ik er wel van uit dat de dieren goed worden verzorgd en gehuisvest.
In 1996 en 1997 heb ik soortgelijke resultaten gehad, maar het bijhouden van een dagboek is er op een gegeven moment bij ingeschoten. Omdat ik tegenwoordig ook andere slangen verzorg, heb ik mijn liefde voor kousenbandslangen beperkt tot twee vormen, namelijk de San Fransisco-slang Thamnophis sirtalis tetrataenia en de zwarte Thamnophis s. sirtalis 'Black'.
Zijn er nog vragen of opmerkingen omtrent dit artikel, dan sta ik hiervoor open.

Auteur: 
J. van het Meer