Culex pipiens, de steekmug

Veel aquaristen voederen hun vissen met muggenlarven. In Nederland en België komen wel 970 verschillende muggensoorten voor. Gelukkig kunnen er daarvan amper een vijftiental steken. Onze bekendste steekmug, uit de zwarte muggenlarf, is er één van. Steekmuggen behoren tot de familie Culicidae. De wetenschappelijke naam van onze steekmug luidt Culex pipiens,, hetgeen in vertaling zoveel als 'piepende mug' betekent en duidelijk verwijst naar het nerveus makende zoemconcert.

Steekmuggen hebben bloed nodig als krachtvoedsel om eitjes te kunnen leggen. Het zijn dus enkel de vrouwtjes die ons lastig vallen, uit de slaap houden en opzadelen met een rode bult en onuitstaanbare jeuk. De mannetjes zijn veel vredelievender. Ze leven alleen van plantaardig voedsel.

Aedes punctor, verwant aan de gewone steekmug en ook behorend tot de Culicidae. Aedes heeft dikkere poten en grotere schubben op de vleugels dan de gewone steekmug. Op de foto is duidelijk te zien dat dit vrouwtje zich vol bloed gezogen heeft.Als een mug steekt, brengt ze haar steekinstrument als een injectienaald in onze huid. Eerst zal ze een gaatje boren, waarna ze speeksel in die opening spuit. Zo wordt het stollen van het bloed tegengegaan en kan het diertje het bloed beter opzuigen. Want als het bloed stolt, zou haar zuigkanaal verstopt kunnen raken. Verder scheidt ze ook nog een prikkelende stof af, die het bloed rijkelijk naar de prikwonde laat toestromen. Zo vergast de mug zichzelf op een rijke maaltijd, waaraan wij een kater overhouden. Immers, enkel deze stof is verantwoordelijk voor de jeuk en de rode bultjes. De stoffen die de mug bij ons inbrengt zijn op zich weinig gevaarlijk, tenzij ze ziekteverwekkende kiemen bevatten. Meestal zijn die ziektekiemen dan afkomstig van personen die ervoor met een muggenbezoekje werden vereerd.
Onze huid is dun en weinig behaard. En vermits muggen ook het gezegde 'waarom moeilijk als het ook makkelijk kan' kennen, zullen zij de mens als doelwit kiezen. Bij gebrek aan deze optimale gasten, willen ze het ook wel proberen bij hoefdieren en vogels. Maar dan echt in uiterste nood! Sommige mensen mogen zich steeds in een muggenbezoekje verheugen, terwijl anderen er weinig of geen last van hebben. Wellicht hebt u zich ook weleens afgevraagd wat daarvan de reden mag zijn. Entomologen vermoeden dat de persoonlijke geur hierin een niet onbelangrijke rol speelt. Maar echt weten doen ze het niet.

Larve van een steekmug, vrijwel zeker een Culex-soort.De muggen voelen zich aangetrokken tot alles wat zwart of donker gekleurd is. Misschien is dat de reden waarom ze nachtridders geworden zijn? Om die reden zullen gebruinde types voor de mug aantrekkelijker zijn dan bleekgezichten. Mensen met een donkere huid hebben volgens sommigen ook eerder last van muggen dan blanken. Overdag zitten de muggen heel stil in hoekjes aan de kant, aan de onderzijde van bladeren of op het plafond. Ze zoeken liefst een plekje op waar het enigszins donker is. Hun hoogtij vieren ze in de warme zomermaanden en de herfst met de warme naweeën. Muggen die in de late zomer of herfst worden geboren, overwinteren meestal in donkere en voor kou beschutte schuilplaatsen.
De paring gebeurt in de lucht, al vliegend. De eieren worden aan het wateroppervlak gelegd.
Een stilstaand watertje, een vijver, een niet afgedekte regenton of zelfs een plat dak waar wat water op staat, wordt vriendelijk geaccepteerd als afzetplaats voor de eieren. Na enkele dagen opent de muggenlarve het deksel van het eikapsel en begint een zwemmend leven vol gevaren. Want zwarte muggenlarven smelten als boter in de muil en zijn een mals boutje voor vele waterbewoners. Als de larve niet aan het wateroppervlak kan komen om te ademen, verdrinkt ze. Het verpoppen tot mug gebeurt in het water, de poppen hangen als dikke komma's aan het oppervlak. Daarna is de mug volwassen en heeft nog een maand te leven. Maar de bevoorrechten die in de late herfst worden geboren, kunnen tot zes maanden oud worden. Deze groep moet immers overwinteren en zo borg staan voor een nieuwe generatie in de komende zomer.

Auteur: 
Tannia Sels
Fotografie: 
Leen van Doorn