Duikerwants

Oppervlaktewantsen zijn de dieren, die we bij de vijver het meeste zien, omdat ze op het water leven. Van de dieren die onder water leven zien we meestal niet zoveel; ze zijn er echter wel degelijk. Om die goed te zien moet je als het ware op je buik voor de vijver liggen. Dan zie je pas hoeveel dieren er in je vijver leven, zoals de larven van de libellen en beekjuffers, maar ook zien we daar onderwaterwantsen, waarvan de meest voorkomende familie die is van de duikerwantsen (Corixidae).

Een duikerwants, die zich vasthoudt aan een stuk hout.

Van deze familie komen we nog wel eens een soort regelmatig tegen in de vijver, maar dan alleen uiteraard onder water. Hoewel dit dier ook zijn voorraad zuurstof aan het wateroppervlakte halen met als nadeel de grote hoeveelheid lucht, die het mee naar beneden moet worden genomen. Het probleem is dan om niet als een kurk weer naar boven te stijgen. We zullen dan ook zien, dat deze dieren zich onder water altijd ergens aan vast moeten houden. Meestal doen ze dit aan plantenstengels of takjes, die op de bodem liggen. De lucht wordt meegenomen onder de vleugels, maar ook wel onder het lichaam vastgehouden door de dunne haartjes, zoals we dat bij veel onderwaterinsecten tegen komen. De middenpoten van de duikerwants zijn uitgerust met een klauwtje, waarmee het dier zich onder water ergens aan kan vastgrijpen. Opmerkelijk voor deze dieren is, dat ze de lucht niet met hun achtereinde van hun lichaam halen, maar met de kop en een gedeelte van de borst, die ze boven het wateroppervlak uitsteken en zo de lucht meenemen, waarbij vermoedelijk de lucht via het voorste borststuk opgenomen wordt.
Het voedsel van deze dieren zijn eencellige algen en detritus, die ze op de bodem bijeen scharrelen, waarna ze het als een bolletje opeten. Ook zijn er soorten, die met name draadalgen aanboren om daar het chlorofyl uit te zuigen. Het zijn echter geen dieren, waarvan je zou kunnen zeggen, dat ze een vijver draadalgvrij kunnen krijgen.
Deze dieren zijn ook uitzonderlijk goede vliegers. Ze laten onder water een plant of takje los en met een paar roeislagen schieten ze als het ware ineens uit het water naar boven en vliegen dan naar een andere plaats. In het voorjaar kun je ze tijdens het paringsritueel wel eens horen. Mannetjes van enkele soorten sjirpen dan vrij luid en na de paring worden de eieren afzonderlijk aan waterplanten vastgehecht, waar na verloop van tijd de larven uitkomen. Deze larven vervellen meestal vijfmaal, voordat het imago tevoorschijn komt. De wants overwintert als imago.

Auteur: 
J.C. Brokke
Fotografie: 
J.C. Brokke