Overwinteren waterplanten | Nederlandse Bond Aqua Terra

Overwinteren waterplanten

In een natuurvijver met weelderige groei van moeras-, drijf- en water- planten ziet de vijverliefhebber al vroeg in de herfst dat spoedig de winterrustfase begint. Terwijl de meeste plantensoorten al rijpende of rijpe zaden bevatten, bloeien de laatste moeras- of vochtminnende planten nog. De meeste bestanden van drijf- en waterplanten worden wat dunner, wat erop wijst dat het merendeel van hun stengels en bladeren al afsterft. Vele sterven volledig af en vormen in het voorjaar uit zaad weer een nieuwe generatie.

Drijfplanten, zoals kroossoorten (familie Lemnaceae), zinken in de herfst naar de bodem om te overwinteren en stijgen in het voorjaar weer op naar het wateroppervlak. Een uitzondering daarop vormt het wortelloos kroos, Wolffia arrhiza: dat kan in niet al te koud water overleven. De meeste drijfplanten bezitten korte, in het water afhangende wortels, die in de regel niet in de bodem doordringen. Drijfplanten die in ondiep water wel in de bodem wortelen overwinteren ten dele ook wel als rizoom (rizoom = wortelstok = onderaardse stengel met de functie van opslagplaats voor reservevoedsel). Bovendien vormen de planten onderwaterbladeren die zich in een soort rustfase bevinden en pas in de volgende groeiperiode naar het wateroppervlak groeien en dan drijfbladeren worden. Dit is vooral te zien bij de in vijvers populaire waterlelie Nymphaea en gele plomp Nuphar.

 
De eenjarige Trapa natans, die tegenwoordig in Nederland niet meer in het wild voorkomt. De waternoot overwintert alleen in de vorm van zaden: harde steenvruchten met meestal vier stekels.

De eveneens in vijvers graag gehouden waternoot Trapa natans sterft als drijfplant in de herfst volledig af, nadat ze haar nootachtige vruchten gevormd heeft. Deze zinken naar de bodem en overwinteren daar, om in het voorjaar te ontkiemen. Wanneer deze plant gehouden wordt in een ondiepe, moerasachtige vijver, die tot de bodem kan bevriezen, dan dient men de vruchten van de waternoot in koud water in een vorstvrije ruimte te laten overwinteren.
Van de onderwaterplanten blijven in onze klimaatzone enige soorten ook in de winter groen, zonder in bestand af te nemen. Enige voor de vijver aan te bevelen soorten zijn het bronmos Fontinalis antipyretica, het voorjaarssterrenkroos of klein sterrenkroos Callitriche palustris en andere Callitriche-soorten, zoals het moerassterrenkroos of gevleugeld sterrenkroos C. stagnalis, het herfststerrenkroos C. hermaphroditica, een minigewasje, dat zacht/zuur water vereist en bovendien erg zeldzaam is, en het haaksterrenkroos C. humulata.

De Canadese of brede waterpest, Elodea canadensis, is in Europa ingeburgerd en komt vooral voor in voedselrijk zoet water, hier gefotografeerd in een aquarium.Van de waterpestachtige uit de geslachten Elodea, Egeria en Hydrilla blijven de brede of Canadese waterpest Elodea canadensis en de smalle waterpest Elodea nuttallii 's winters groen. Deze en vertegenwoordigers uit de geslachten fonteinkruid Potamogeton en boterbloemen Ranunculus kunnen voor de vijver aanbevolen worden. Van de laatstgenoemde soorten overwinteren sommige d.m.v. winterknoppen of turionen. De meeste Potamogetons overwinteren echter d.m.v. rizomen en hebben geen winterknoppen. Ook bv. de fijne waterranonkel Ranunculus aquaticus vormt een uitzondering en zal bij ons vaak als lange groene scheuten overwinterend worden aangetroffen. De vorming van winterknoppen speelt bij aquatische planten op onze breedte een wezenlijke rol. Tegen het einde van het groeiseizoen verdikken zich de stengeltoppen, slaan hierin voedingsstoffen op, maken zich los van de plant en zakken naar de waterbodem, terwijl de plant zelf afsterft. In het voorjaar, bij stijgende watertemperatuur, sluiten de winterknoppen hun rustfase af en groeien weer uit tot dichte plantenbestanden.
Een interessante plant voor de vijver is het kranswier Nitella flexilis, een algensoort uit de familie der Characeae. In ondiep water is de plant eenjarig en kiemt in het voorjaar opnieuw uit sporen. In diep, vorstvrij water overwintert deze soort als groene plant.

Het bronmos, Fontinalis antipyretica, groeit in bosjes van wel 50 cm lang, die op een klein oppervlak zijn vastgehecht.Van de planten die zowel moeras- als onderwatervormen hebben, dienen nog de volgende genoemd te worden: naaldwaterbies Eleocharis acicularis, penningkruid Lysimachia nummularia, witte waterkers Nasturtium officinale, beekpunge Veronica beccapunga. Van de moerasplanten die geen onderwatervorm maken en de winter groen overwinteren is het dwergkalmoes Acorus gramineus vermeldenswaard. Als deze plant in de zomer in ondiep water gehouden wordt, zal ze de winter des te beter groen overleven als in de herfst de waterstand zover verlaagd wordt, dat haar standplaats droog komt te liggen. Enige russen (Juncaceae) blijven ook groen, bv. de pitrus Juncus effusus en de zeegroene rus J. inflexus. Als de hoogopgaande moerasplanten, zoals de lisdodde Typha, riet Phragmites en kalmoes Acorus calamus hun bladeren al geel verkleurd hebben, begint in de vijver de winterse rustperiode. De rizomen (wortelstokken) van deze planten kunnen representatief genoemd worden voor de soorten die bij verlaagde waterstand ook in tijdelijk bevroren bodem de winter zonder schade overleven. De tuinliefhebber, die een vijver gaat aanleggen of beplanten of de beplanting wil wijzigen, kan ik aanraden water- en moerasplanten uit te kiezen, waarvan zeker enige soorten ook gedurende de winterrust groen blijven.

Tags: 
Auteur: 
Lothar Wischnath
Vertaling: 
Leo van den Berkmortel