Springstaart

Er is een oppervlakte-insect, dat wel eens op onze vijver voorkomt.

Niet dat het een spectaculair diertje is wat vorm of grootte betreft, want het is amper een millimeter groot. Als enkel dier zie je ze niet, tenzij je er speciaal naar gaat zoeken. De meeste mensen zien ze pas als ze met honderden bij elkaar zitten, dan vormen ze een grijs veldje op het vijverwater. We spreken hier van Podura aquatica of in het Nederlands de springstaart. Dit diertje wordt wel gebruikt als voedsel voor terrariumdieren. Toch is dit een heel bijzonder diertje, want het is een van de oudste dieren, die we kennen. Podura aquatica is een prehistorisch diertje, zelfs van voor de tijd van de dinosauriërs en zoals we weten zijn de meeste dieren uit dat tijdperk al van de aarde verdwenen. Fossielen zijn gevonden in het Devoon (400 miljoen jaar geleden).

Podura aquatica, bovenaanzichtPodura aquatica, onderaanzicht; hier is de plaats van de ventrale tubus te zienSpringstaarten komen overal voor, niet alleen op het water, maar ze zijn zelfs op gletsjers te vinden. Ze leven van allerlei afval, bijvoorbeeld rottende plantdelen. Maar ook zijn er, die leven van stuifmeelkorrels. Het diertje is voorzien van schubben en heeft een slurfachtig orgaantje (ventrale tubus) onder aan de buikzijde van het eerste segment. Dit orgaantje is typisch voor springstaarten. Insecten halen in het algemeen adem via tracheeën (adembuizen, die door het hele lichaam vertakt zijn). Bij de springstaarten echter zijn deze tracheeën amper aanwezig en dan ook nog zeer zwak ontwikkeld. Deze dieren voorzien in hun zuurstofbehoefte door middel van gaswisseling door de huid heen.
Een ander kenmerk is de 'springstaart', waaraan deze diertjes hun naam ontlenen. Deze gevorkte staart zit als een soort aanhangsel achter aan het lichaam. In rust zit dit gedeelte onder het lichaam naar voren geklapt. Daar wordt het door een soort haakje vastgehouden. Als er gevaar dreigt, drukt de springstaart dat gedeelte sterk naar beneden, waardoor het haakje loslaat en het diertje door de veerkracht de lucht in en naar voren geschoten wordt.
Het vrouwtje kan zeker 1.300 eitjes voortbrengen. Het zal duidelijk zijn, dat die heel erg klein zijn.

Auteur: 
J.C. Brokke
Fotografie: 
J.C. Brokke