Waterkevers

Ineens zien we een zwarte kever naar de oppervlakte van de vijver komen. Hij blijft even hangen en gaat dan weer snel naar beneden. We hebben hier te maken met de pikzwarte waterkever, die ook wel de grote spinnende watertor wordt genoemd. De kever komt niet zo vaak voor in onze vijver, maar in de wat grotere vijvers kunnen we ze toch nog wel tegenkomen. Deze kever is beschermd, maar ja, als hij bij u in de vijver komt vliegen, dan kunt u er niets aan doen, want ook deze kever kan vliegen.

Grote spinnende waterkever (foto Lothar Wischnath)Dat deze kevers regelmatig naar de oppervlakte komen, heeft weer te maken met het feit, dat ze leven van atmosferische lucht, die ze aan de oppervlakte moeten halen. Met een speciale inrichting aan de kop komt op een zeer ingenieuze wijze lucht aan de onderzijde van hun borststuk terecht, waar het vastgehouden wordt door fluweelachtige beharing. Ook onder de schilden wordt nog lucht meegenomen. Als we goed kijken, kunnen we wanneer de dieren weer naar beneden gaan, zien dat ze een zilverachtige glans aan de onderbuik hebben.
De meeste van deze kevers zijn planteneters. De voortplanting kan per soort zeer verschillend zijn. Er leven bij ons ongeveer 150 soorten, waarvan er ruim honderd in het water leven. Per soort verschillen ze ook in grootte. Sommige soorten zetten hun eieren stuk voor stuk in het water af, terwijl bij andere de wijfjes de eieren inspinnen met een zijden spinsel, vandaar de naam spinnende watertor. Ze maken daar een soort koker van, waarin de eieren gelegd worden. Er zijn soorten bij, die de koker met eieren aan hun achterpoten vastzetten en daarmee rondzwemmen. Andere soorten bevestigen deze koker aan planten. Weer andere laten de kokers vrij aan het oppervlak van het water drijven, waarbij soms gebruikgemaakt wordt van een stuk plantenblad om het geheel wat te camoufleren. Dit stukje materiaal wordt dan in de koker mee gesponnen.

De spinnende watertor maakt op deze koker een soort schoorsteen om lucht naar binnen te krijgen, want de larven van de tor moeten van lucht worden voorzien zolang ze nog in de koker zitten. De koker is poreus en kan dus aan de oppervlakte drijvend best lucht uit de atmosfeer opnemen. Moeilijker wordt het wanneer er wat golfslag is, dan doet deze mast uitstekend dienst. Indien de kokers geheel en constant onder water blijven zitten, om wat voor reden dan ook, zullen daarin de jonge dieren allemaal een verdrinkingsdood sterven.
Wanneer de larven uit de cocon komen, leven ze in ondiep water, waarbij ze door middel van twee stigma's die aan hun achterlijf zitten, zich van zuurstof voorzien. De larven zijn in tegenstelling met het uiteindelijke imago, de kever, geduchte rovers. Ze zwemmen langzaam en liggen dus steeds op de loer om hun prooi te vangen. De verpopping van de larven gebeurt bij de meeste soorten buiten de vijver aan de oever, waar ze daartoe een holletje graven.

Auteur: 
Joop Brokke