Cichlasoma festae, een mooie sloper

Amphilophus festae is een prachtige cichlidensoort, die zijn herkomst heeft in Zuid-Amerika. Met name in Ecuador, waar hij soms samen met de Aequidens rivulatus voorkomt. Een aantal rivieren, waar hij in voorkomt, zijn de Rio Blanco en de Rio Bobo. Deze soort kan gemakkelijk een lengte bereiken van meer dan 40 cm. Het grootste mannelijke exemplaar dat ik zelf ooit heb verzorgd, was een mannetje van meer dan 35 cm. Ze zijn echter al geslachtsrijp bij een lengte van 15 cm.

De eerste keer dat ik een foto van deze soort onder ogen kreeg, was zo rond 1988 toen ik een jaar of 14 was. Ik wist toen al, dat ik die mooie soort eens een keer zou willen verzorgen en indien mogelijk ook nog eens proberen na te kweken. Helaas stond er ook in elk artikel en boek, dat ik las, dat deze vis extreem agressief was en omdat ik indertijd maar één aquarium bezat van 125 x 40 x 40 heb ik er maar vanaf gezien. Want voor deze vissen is een bak van 200 x 60 x 60 echt een minimum.

Een prachtig uitgegroeid mannetje van Amphilophus festaeToen ik na verloop van tijd op mijzelf ging wonen, kreeg ik wat meer ruimte om te besteden en kon ik een wat groter aquarium kopen. (160 x 50 x 50). Na een aantal dagen het aquarium te hebben laten draaien ging ik op zoek naar geschikte vissen bij een goed adres in Maassluis. Daar was een liefhebber bezig een grote emmer uit te laden om die vervolgens naar de winkel te brengen. Ik vroeg wat er in de emmer zat. Het antwoord dat ik kreeg, was 'een halfwaskoppel festae' (25 cm). Aan deze vis denkend dacht ik meteen aan die artikelen waarin ze beschreven stonden als die extreem agressieve vissen. Ik vroeg dus: "Je ruimt ze zeker op, omdat ze te agressief zijn?" Ik kreeg als antwoord: "Ik ruim ze op, omdat ze worden gesloopt door mijn Vieja synspilus, omdat ze niet van zich af bijten en als ik moet kiezen tussen beide soorten, dan kies ik voor Vieja synspilus."

Een man en een vrouw van Amphilophus festae zijn trouwens vrij gemakkelijk uit elkaar te houden, doordat de vrouwelijke exemplaren in de meeste gevallen een zwarte vlek bezitten in hun rugvin, die de mannelijke exemplaren missen. De mannelijke exemplaren worden groter en hebben (ligt natuurlijk ook aan de variant) over heel het lichaam blauwe puntjes. Ten slotte krijgen sommige mannelijke exemplaren een lichte bultvorming, wat bij de vrouwen geheel ontbreekt.
Een laatste kenmerk is, dat gezonde vrouwen een vollere buikpartij hebben. Nadat ik gehoord had, dat er Amphilophus festae in de emmer zat, gingen de haren op mijn armen overeind staan en ik wist dat ik de vissen voor mijn bakje had gevonden. Normaal zou ik een koppel Amphilophus festae niet durven houden in een bak van 160 cm, maar omdat ik nog een alternatief had, durfde ik het wel aan.

Een halfwas, vrouwelijk exemplaar. Op deze foto is de donkere vlek in de rugvin goed te zien. Als de vrouw niet in broedkleur is, is ze te herkennen aan dit kenmerk. Ook van deze soort zijn er verschillende kleurvarianten (geel, oranje, rood). De mooiste zijn echter naar mijn mening die met de felrode variant. Ook de mannelijke exemplaren komen voor in verschillende kleurvarianten, de meest voorkomende is de variant met de groenachtige grondkleur, maar er zijn ook geeloranje mannetjes. Wat de meeste mannelijke exemplaren wel delen, zijn de mooie, blauwe stippen op hun lichaam.Om de Amphilophus festae wat tegenstand te geven had ik ervoor gekozen om ze samen te houden met een volwassen koppel Jack Dempsey (Nandopsis octofasciatum). Deze vissen staan er immers ook bekend om, dat ze niet echte doetjes zijn. Inmiddels ben ik er een voorstander van om vissen bij elkaar te houden, die in de natuur ook bij elkaar voorkomen. Zo kun je Amphilophus festae zeer goed samenhouden met Aequidens rivulatus; ze noemen deze soorten niet voor niets de 'rode en groene terror'. Deze vissen zijn overigens alleen goed te houden als je ze een bak kunt geven van minstens 200 x 60 x 60 en dan nog mogen veel schuilgelegenheden niet ontbreken! Thuisgekomen heb ik de inrichting nog een beetje aan moeten passen, een aantal schuilgelegenheden gemaakt met grove stukken wortelhout en grote platte stenen.
De verlichting die ik voor deze soorten had gekozen, bestond uit Grolux en tritonlampen. Naar mijn mening geven deze lampen een mooie blauwe gloed over de vissen, waardoor de natuurlijke kleuren goed naar voren komen. Na rustig wennen aan het verse water van het nieuwe onderkomen liet ik de 2 koppels in de bak en wachtte gespannen af. De vissen wilde ik rond de 28 graden houden, maar door de hoge temperatuur eten ze veel en samen genomen met het feit dat er een wekelijkse waterverversing van 1/3 van de bak plaatsvindt, groeien ze als een speer. Het koppel Jack Dempsey voelde zich al gelijk thuis en had ook al een plaatsje bemachtigd. De Amphilophus festae daarentegen waren vrij rusteloos en zwommen zonder te stoppen van zijkant tot zijkant.

Een dag later merkte ik op, dat de festae-man een ontzettend onverdraagzaam gedrag liet zien. De Jack Dempsey's en de festae-vrouw werden geheel en al door de bak gejaagd. Normaal gesproken is de Jack Dempsey een soort, die er niet voor terugdeinst om veel grotere vissen uit zijn buurt te jagen, maar voor de festae-man waren ze geen partij. Diep teleurgesteld en na het nog maar even te hebben aangekeken heb ik de Dempsey's er maar uit gevangen, voordat ze helemaal geen vinnen en schubben meer overhadden.
Het festae-vrouwtje had gelukkig een onderkomen gevonden en liet zich dan ook alleen zien als er werd gevoerd. Ze moest zich dan ook snel uit de voeten maken om een genadeloos pak rammel te vermijden van haar eega. Net als bijna alle vertegenwoordigers van het geslacht Amphilophus sta je er trouwens versteld van hoe snel deze vissen tijdens het voeren hun bek volproppen. Zo asociaal zelfs, dat ze er zuurstofgebrek van krijgen. Een maand ging voorbij en het klikte nog steeds niet tussen het koppel en mijn humeur werd steeds slechter, zodat ik me ging afvragen of de eigenaar ze niet had opgeruimd om een andere reden. Gelukkig had ik nog wat achter de hand. Ik was in die tijd vrijwilliger bij een verzorgingstehuis en onderhield daar een aquarium van 4 meter lang, 60 hoog en 75 diep, waarin ik grote koppels Midden-Amerikaanse cichlidensoorten verzorgde, zoals Amphilophus managuensis, Vieja synspilus, Parachromis dovii en Vieja hartewegi. Een andere soort, waar Amphilophus festae vrij vaak mee wordt verward, is 'Cichlasoma' urophthalmus. Deze soort komt echter voor in Midden-Amerika, namelijk Guatemala, Mexico en Belize.
Omdat ik het niet over mijn hart kon krijgen om ze weg te doen heb ik ze uiteindelijk bij mijn grotere Midden-Amerikaanse geplaatst in de bak van 4 meter. Na een week tijd zwommen de man en de vrouw van de Amphilophus festae bij elkaar en hadden zelfs een plaatsje bemachtigd in de hoek achter een grote vlakke steen. Het vrouwtje had een totaal andere kleur gekregen, prachtig felrood met diepzwarte banden. Het mannetje had nu inmiddels ook een aantal zwarte banden aangenomen, maar de grondkleur was zeegroen in plaats van het mooie rood van de vrouw.

 Aan het vrouwelijke exemplaar kun je goed zien, dat het er niet zo zacht aan toe gaat. Het betreft hier een koppel, dat al meer keren een nest jongen heeft gehad. Voor dit vrouwtje heeft hij al 3 andere vrouwtjes gesloopt en op dit moment (eind 2002) heeft hij de vrouw op de foto ook afgemaakt.

Van veel agressie in de bak was geen sprake meer, maar dat is ook wel heel goed te begrijpen gezien de grotere ruimte, die ze nu tot hun beschikking hadden. Na een paar weken hadden ze zelfs afgezet op een grote platte steen, die in hun territoria lag. Bij een temperatuur van 28 graden kwamen de eitjes na 3 dagen uit. De witte, beschimmelde eitjes waren echter onbevrucht en werden er door de ouders tussenuit gegeten. Het komt vrij veel voor, dat jonge koppels van deze soort de eerste legsels niet bevruchten. 'Ze moeten het nog een beetje onder de knie krijgen.' De grootte van het legsel ligt aan de grootte van het vrouwelijke exemplaar, maar doorgaans zijn legsels van 800 eitjes geen uitzondering. Helaas kwam niet veel terecht van de verzorging van het jongbroed in de grote bak, want zelfs Amphilophus festae kan zijn jongbroed niet beschermen tegen een hoeveelheid volwassen cichliden. Nu (einde 2002) een aantal jaren later en een aantal ervaringen met deze mooie soort verder kan ik zonder twijfel zeggen, dat dit één van de mooiste cichliden is, die je maar kunt verzorgen. Een keerzijde van de medaille is echter, dat je ruimte tot je beschikking moet hebben, want ik heb festae-mannen verzorgd, die twee tot drie verschillende vrouwen hebben afgemaakt en nota bene dezelfde, waarmee ze een nest jongen hadden! Hieruit kun je concluderen, dat de paarbinding slecht is en dat er een groot risico bestaat dat als je een te kleine bak hebt je meestal eindigt met een enkele festae-man. Daarbij is het zo goed als hopeloos om een losse vrouw te zoeken.

Tot slot

 Kopprofiel van een festae-man. De bek verraadt eigenlijk al dat deze vissen niet warm lopen voor wat vlokkenvoer. Wil men deze vissen zo goed mogelijk houden, voer ze dan grof en krachtig voer, zoals meelwormen garnaalachtigen, mossels, kleine visjes.Deze prachtige vissoort raad ik beginnende cichlidenliefhebbers af of ze moeten natuurlijk beschikken over een voldoende grote behuizing voor deze mooie monsters. Ook ben ik tot de conclusie gekomen dat er onder de Amphilophus festae niet echt standvastige, goede koppels te vinden zijn. Van tijd tot tijd moorden de mannen doodnormaal hun eega's uit. De agressie van deze vissen is ook terug te vinden in andere soorten, zoals Parachromis dovii, Amphilophus trimaculatus en Cichlasoma umbriferum en met deze vis is hij waarschijnlijk dan ook goed samen te houden. Het mooiste is, dat u een koppel bezit, waarvan de man een fors stuk groter is dan de vrouw, waardoor op die manier het makkelijker voor de vrouw is om schuilplaatsen te maken, waar de man niet bij kan komen. Mocht u echter wel een goed harmoniërend koppel bezitten, wees daar dan ontzettend zuinig op, want dan hebt u met recht een zeldzaamheid zwemmen. Hebt u de ruimte en het geduld om deze prachtige juwelen te houden, dan raad ik het zeker aan, maar - een wijze raad - wees dan verstandig en begin met een aantal jonge dieren bij elkaar te zetten om deze samen op te kweken. Hierdoor kunnen ze alvast aan elkaar wennen. Op deze manier (met mazzel) houd je een paar vrouwen over met een man.

Auteur: 
Ilona Blom
Fotografie: 
Nico Spierenburg