Colisa labiosa, spoorloos?

Toen ik op een middag thuiskwam, was ik verbaasd. Ik had geen donkerbruine vis met de kleur van pure chocola in mijn aquarium en toch zat hij erin! Hij zwom levendig rond en verdedigde een klein territorium.

Colisa labiosa, een kweekvorm, bekend onder de naam 'Peach' (foto Frans Maas)Het was Colisa labiosa, die ik ongeveer een jaar daarvoor had aangeschaft. Nog nooit had ik hem zo mooi gezien! De voor het geslacht Colisa zo kenmerkende, tot draden verlengde vinstralen waren prachtig lichtgevend oranje, evenals de rand van de buikvin en rugvin, en wel over de gehele lengte. Wat een metamorfose? Ik kon mij nauwelijks voorstellen, dat dit de vis was, die volstrekt anoniem en onopvallend gekleurd in mijn bak had rondgezwommen en had meegegeten. Dat was 1972 en het moment vergeet ik nooit meer.
Ik was verkocht en hield de jaren daarna diverse malen Colisa labiosa, die toen zeer regelmatig in de handel werd aangeboden en van goede kwaliteit was. Hetzelfde gold toentertijd ook voor de prachtige Colisa lalia, waarvan ik vaak genoten heb van hun prachtige bruidskleed, de vele schuimnesten en ei- afzettingen. Het best kwamen ze tot hun recht in een rustig aquarium zonder druk zwemmende barbelen en zalmachtigen.
Zo rond 1982 ben ik gestopt met mijn aquarium en ben Colisa labiosa volledig uit het oog verloren. Dit jaar (2005) heb ik de oude jaargangen van Het Aquarium geraadpleegd en in de 51ste jaargang (1981) vond ik hem terug. A. van den Nieuwenhuizen verbaasde zich in zijn artikel over het feit, dat er in de toen afgelopen 26 jaar nauwelijks aandacht was besteed aan Colisa labiosa. Hij vond publicaties in jaargang 26 van Het Aquarium (1955), jaargang 40 (1969) en in het oktobernummer van 1971 in de rubriek Voor u geknipt. Daarna verdween deze prachtige vis, naar zijn zeggen, van het toneel om pas weer zeer uitgebreid te worden besproken in de 51ste jaargang door Van den Nieuwenhuizen zelf.

De afgelopen twee jaar kwam ik regelmatig bij diverse handelaren in het oosten van het land, maar nergens werd Colisa labiosa aangeboden. Navraag leerde, dat handelaren ze niet bestelden, omdat ze er niet waren, of omdat er naar hun overtuiging geen vraag naar was. Van het geslacht Colisa lalia en Colisa chuna werden wel allerlei bonte kweekvarianten aangeboden met een onnatuurlijke verschijning, maar daar had ik geen belangstelling voor. Een enkele welwillende handelaar vroeg mij hoeveel C. labiosa ik wilde hebben. Ik vond het begrijpelijk, dat hij bij mijn vier stuks afhaakte.
Werd Colisa labiosa nog wel geïmporteerd en werd de oorspronkelijke variant in Nederland nog wel voor de handel nagekweekt? Ik vermoedde, dat het bij de exemplaren, die ik in de jaren zeventig hield, om wildvang ging dan wel in de tropen nagekweekte dieren. Het waren namelijk bijna altijd volwassen dieren. Ik wist het niet en dacht dat Colisa labiosa verdrongen was door commercieel interessantere soorten. Ieder product heeft zijn lifecycle en Colisa labiosa blijkbaar ook, dacht ik.
Tot die zaterdagmiddag in Zevenaar de verkoopster tegen mij zei: "Tja, meneer, ik werk hier nu al zes jaar en dit is pas de tweede keer, dat we ze hebben." De bak bij deze handelaar was gevuld met een twintigtal Colisa labiosa en ze waren in uitstekende conditie! Een weerzien na ruim twintig jaar. Ik was erg verheugd en kocht meteen een koppel. In de bak van 60 x 30 x 30 cm met veel waterpest, bronmos, pijlkruid (Sagittaria), Myriophyllum en Riccia fluitans (watervorkje) te zamen met enkele zwaarddragers, guppen, vier Indische modderkruipers, voelden ze zich al snel thuis. Binnen twee weken was het mannelijke exemplaar, bij een temperatuur van 25 graden, bezig een schuimnest te bouwen en had hij weer die prachtige chocoladekleur, die ik nog zo goed kende uit de jaren zeventig. Ik heb de ei-afzetting waargenomen, waarbij het mannetje onder het nest, enige centimeters van het wateroppervlak verwijderd, zich met zijn hele lichaam om het vrouwtje rolt en draait, waarbij na enige seconden een wolkje eitjes vrijkomt. Het mannetje verjaagt eerst het vrouwtje, verzamelt dan de eitjes in zijn bek en spuugt ze in het schuimnest uit. Dit ritueel herhaalt zich vele malen, waarna het vrouwtje na uren haar eieren kwijt is en zich wat flets terugtrekt. Van het nest is in het gezelschapsaquarium natuurlijk niets terecht gekomen.

Colisa labiosa (foto Eric Naus)Regelmatig zetten ze nu eieren af in dit dunbevolkte aquarium en steeds weer treft mij de prachtige combinatie van kleuren: het chocoladebruin over nagenoeg het hele lichaam met een tiental verticale turkooizen strepen op het lichaam en op de turkooizen buik afgezet, met de lichtoranje omzoomde rug- en buikvin en de lichtoranje karakteristieke buikdraden. Modeontwerpers zouden zich moeiteloos kunnen laten inspireren door deze niet alledaagse combinatie van kleuren, die op de catwalk in Parijs niet zou misstaan.
Volgens Hans Frey bevinden zich in de tot buikdraden verlengde vinstralen smaak- en tastcellen. Ik heb regelmatig gezien dat beide colisa's elkaar met deze draden betasten als ze elkaar tegenkomen, hetgeen hierop zou kunnen duiden.
Het mag duidelijk zijn, dat ik bij de liefhebbers een lans wil breken voor deze prachtige vis, de handelaar volgt dan vanzelf wel. Mede met het oog op een in te richten speciaalaquarium voor colisa's blijft er toch nog een aantal vragen voor mij open. Wellicht dat iemand die voor mij kan beantwoorden?

Als verspreidingsgebied worden Birma en Achter-Indië genoemd. Maar hoe ziet de biotoop van Colisa labiosa er nu uit? Denk hierbij onder andere aan beplanting, watersamenstelling, bodemgrond, temperatuur en op welke diepte ze worden aangetroffen. Wat is hun voedselaanbod en welke andere soorten komen in de natuurlijke biotoop voor?
Wat is de invloed van de regentijd op hun (paar)gedrag en de conditie? Wordt Colisa labiosa, maar ook Colisa lalia in Nederland nagekweekt en betreft het geïmporteerde nakweek of hebben we te maken met wildvang? (Cites?)
Hoe komt het toch dat de meeste colisa's, die we in de handel aantreffen, vaak in zo'n slechte conditie zijn? Ik deed vervolgens een oproep aan liefhebbers binnen of buiten de vereniging Aqua Terra om hierover met mij te corresponderen.
Miep Hoogers van Aqua Terra stuurde enige informatie en verwees mij naar W. Tomey. Zijn werk brengt hem al vele jaren naar gebieden waar het geslacht Colisa vandaan komt en hij zou wellicht antwoord kunnen geven op mijn vragen.
Van hem ontving ik binnen enkele weken de antwoorden op bovenstaande vragen, waarvoor ik hem zeer dankbaar ben. Ik geef u zijn schriftelijke reactie weer met enkele eigen opmerkingen.

Ad 1 en 2

Colisa soota (voorheen Colisa chuna): Noordoost-India, Assam en Bengalen, Bangla Desh en de uitgestrekte zijwateren en poelen binnen het Brahmaputra-systeem
Colisa fasciata: Noord-India, Bengalen, Assam, Bihar, Myanmar
Colisa labiosa: Midden- en Noordoost-India
Colisa lalia: India, Sumatra, Borneo en mogelijk nog verder verspreid

Natuurlijke biotopen

Ondiepe, meestal traag stromende wateren met verbindingen naar de hoofdrivieren en verder poelen en plassen, die hun verbinding met de bron verloren en daardoor in de zomer hoge temperaturen bereiken en in de winter kunnen afkoelen tot 18 graden!
Dit laatste is heel opmerkelijk. Dit zou betekenen dat wij Colisa niet het gehele jaar op ongeveer dezelfde temperatuur dienen te houden, maar de wisseling van de seizoenen moeten nabootsen. Voor nakweek zou dit laatste echter minder spelen. Bovengenoemde poelen, die de verbinding met de bron verloren, kunnen in de zomer ook geheel uitdrogen, waardoor de dieren sterven.
Colisa zijn ook vaak te vinden in irrigatieslootjes van rijstvelden, omdat die worden bevloeid met water afkomstig uit permanent gevulde bronnen. Deze slootjes zijn vaak niet breder dan 50 cm en maximaal 40 cm diep. De permanente bronnen, waar ze voorkomen, zijn aanmerkelijk dieper.

Waterflora

Waterlelieachtigen, Limnophilo, Najas, Potamogeton-achtigen, Hygrophila. Vaak dichte beplanting, veel drijfbladeren, waardoor in het water een sterk gefragmenteerd lichtniveau heerst. Mijn ervaring is dat Colisa zich inderdaad zeer op het gemak voelt in aquaria met getemperd licht en veel drijfplanten, zoals Riccia of gewoon eendenkroos. Dit sluit blijkbaar aan op de natuurlijke biotoop.
De watersamenstelling wisselt sterk, afhankelijk van de plaats. Weinig wateren in hun natuurlijke biotoop ontkomen aan de invloed van kunstmest ten behoeve van de agricultuur.
Natuurlijke wateren zonder vervuiling van buitenaf kennen een pH van net onder de 7 en een DH van ongeveer 6.

Bodemsamenstelling

Zand afgedekt met een sliblaag. In sawa's is de bodemgrond van onbepaalde kwaliteit door toevoegingen ten behoeve van de rijstcultuur.

Temperatuur

Sterk wisselend, zoals hiervoor reeds opgemerkt, en afhankelijk van de seizoenen. In de hoogzomer oplopend tot 32 graden. In de winter in wat diepere wateren een terugval tot wel 18 graden. De lage temperaturen zijn van grote invloed op de voortplanting. De rustperioden zijn namelijk noodzakelijk voor het aanmaken van eieren en homvocht.

Verblijf

In ondiepe wateren komen ze voor tot op de bodem en komen naar het oppervlak voor hun labyrintademhaling. In diepere wateren blijven ze meer nabij de oevers onder aquatische en overhangende landbegroeiing met voldoende schaduw.

Gezelschap

Diverse Barbus-soorten als Barbus Gelius, Barbus canius, Barlis sp. en Ctenops nobilis.

Ad 3

Voor Colisa lalia, Colisa labiosa en Colisa soota treffen we in de Nederlandse handel eigenlijk altijd geïmporteerde nakweek aan en slechts een enkele keer wildvang. Het is dan ook zeer moeilijk om hier aan te komen. Colisa fasciata, die moeilijker te kweken is in lokale kwekerijen op locatie, is vrijwel altijd wildvang. Ruim 40% van de wereldhandel in siervissen komt uit Singapore, zo ook veel Colisa.

Ad 4

De slechte conditie, waarin we veel Colisa aantreffen in de handel - mager, apathisch, zeer bleek en met de rug- en buikvin bijna geheel tegen het lichaam gedrukt, stram, wat schommelend zwemmend - wordt veroorzaakt, doordat bij de nakweek de seizoenen niet worden geïmiteerd en de dieren in een feitelijke stresstoestand komen. De dieren verkeren permanent in een verhoogde staat van activiteit, waardoor ze komen tot premature voortplanting, die weer leeftijdsver- kortend werkt. Daarnaast zou er in de kweekstations in Singapore en elders ook regelmatig inteelt voorkomen, wat per definitie zwakkere dieren oplevert. Veel Colisa lalia leven hierdoor in ons aquarium niet langer dan éé jaar, terwijl wildvangexemplaren wel zes jaar oud kunnen worden.

Erik Naus van de NVL (Nederlandse Vereniging voor Labyrintvissen) berichtte mij, dat Colisa gekweekt wordt bij hoge temperaturen, zodat ze erg snel groeien. Daarnaast 'staan' ze gedurende de commerciële opfok permanent in de medicijnen; om uitval te voorkomen. Door deze kweekwijze komen er veel dieren in de handel met onderontwikkelde organen en dieren, die zeer gevoelig zijn voor ziekten. Vaak worden ze bij het eerste contact met andere vissen al geïnfecteerd met de slopende ziekte tbc. Dit resulteert in de langzame vermagering van de dieren met uiteindelijk de dood tot gevolg. Zijn advies is dan ook om de aangeschafte dieren zo snel mogelijk na te kweken. De zelf goed nagekweekte dieren zijn sterker en leven langer. Ook de handelaren hebben belangstelling voor goede Colisa.

Auteur: 
Bergen en Henegouwen
Fotografie: 
Frans Maas en Eric Naus
Literatuur: 
Het Aquarium van A tot Z, Hans Frey
Het Aquarium, jaargang 51, artikel Arend van den Nieuwenhuizen
Elseviers Aquarium Encyclopedie onder redactie van J.D. van Ramshorst