De hondsvis in Nederland

Lang geleden schreef ik eens een artikeltje in 'Killi Nieuws', het tweemaandelijks verschijnende blad van Killi Fish Nederland, over het Midden-Amerikaanse geslacht Profundulus. In de inleiding van dit artikeltje maakte ik een vergelijking met een visje dat in de omgeving, waarin ik woon, het zuidoosten van Noord-Brabant, in redelijke mate te vinden is, de hondsvis. En zie, in het juli/augustus 2005 nummer van Het Aquarium dook dit visje weer op. Nu in de vorm van een artikel van de hand van Wim Tomey.

De hondsvis, Ohio, Medina, Plumb CreekNu is Wim doorgaans goed tot redelijk goed geïnformeerd als hij schrijft over vissen uit exotische oorden, maar in dit stuk wordt min of meer gesug- gereerd dat de in Nederland voorkomende hondsvis wel eens de Europese hondsvis (Umbra krameri) zou kunnen zijn en niet een allochtone Amerikaanse soort. Zelfs de titel van het artikel moet duidelijk maken dat Umbra krameri tot onze inheemse visfauna behoort.

Amerikaanse of Europese soort?

In het verleden werd in ons land al onderzoek gedaan naar de herkomst van de hondsvissen, die worden gevonden in Noord-Brabant, Limburg en het aangrenzende gebied van België. Klein (1968) bevestigde, dat deze visjes van oorsprong afkomstig waren uit het oosten van de Verenigde Staten en niet, zoals in die dagen ook al werd gesuggereerd, uit het Donaugebied waar de Europese hondsvis leeft. Deze bevinding werd min of meer bevestigd in een genetisch onderzoek, dat werd gedaan door de Tsjechische Academie voor Wetenschappen. Het Tsjechische onderzoek ging echter uit van een in dat land voorkomende populatie van de Amerikaanse soort Umbra pygmaea (Rab, e.a., 2002). Blijft de vraag of de hondsvis in Nederland identiek is aan die in Tsjechië. Het antwoord op deze vraag wordt gegeven in Arnold (1990).

Umbra pygmaea, Griendtsveense PeelAan het einde 19de eeuw, de aquariumliefhebberij was juist in opkomst, werden verscheidene Noord-Amerikaanse soorten in Duitsland ingevoerd en gehouden in aquaria. Hieronder bevonden zich soorten als de zonnebaars (Lepomis gibbosis), de schijfbaars (Enneacanthus chaetodon) en... de hondsvis (Umbra pygmaea). In artikeltjes berichtten Duitse aquariumpioniers met bekende namen als Köhler (1907) en Schreitmüller (1913) over hun ervaringen met deze soort. Gedurende de eerste 30 jaren van de 20ste eeuw speelt de soort in Duitsland een belangrijke rol als aquariumvis. Daarna, door de opkomst van verwarmde aquaria, verdween de interesse voor deze 'koudwatervissen' langzaam. In deze periode werd de soort, zowel onder de namen Umbra krameri, Umbra locustris en Umbra pygmaea, gemeld van watertjes in Schleswig-Holstein en Niedersachsen, in het noorden van Duitsland. Geyer (1940), in een artikel over de Europese hondsvis, gaf duidelijk aan dat de Noord-Duitse populaties alle afstamden van verwilderde aquariumvissen van de soort Umbra pygmaea. In Arnold (1990) wordt min of meer gesteld, dat de soort in Nederland afkomstig is van deze Duitse populaties. De aquariumliefhebberij in Nederland volgde, aan het einde van de 19de en in het begin van de 20ste eeuw, sterk die uit Duitsland. Wat in Duitsland 'in' was, verscheen na enige tijd ook in ons land. Volgens Kleijn (1968) speelde de Heidemaatschappij hierop in en begon met de kweek van onder andere de zonnebaars. Niet duidelijk is of de Heidemij zelf exemplaren uit de Verenigde Staten importeerde, dan wel startmateriaal uit Duitsland haalde. Ook niet duidelijk is of de hondsvis direct door haar werd gekweekt of als 'verstekelingen' tussen de hondsvissen zaten. De kweek werd rond 1895 gestart in de viskwekerijen van de Heidemij te Valkenswaard. Van daaruit moeten exemplaren, van zowel de zonnebaars als de hondsvis, zijn ontsnapt en zich hebben gevestigd in het buitenwater. Feit is dat beide soorten nog steeds tot de visfauna in het zuidoosten van Noord- Brabant behoren en dat de viskwekerij van de Heidemij (nu van de Organisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij, kortweg OVB) midden in het versprei- dingsgebied ligt. Een goed overzicht van het voorkomen van Umbra pygmaea in Nederland is gegeven in De Nie (1996).

Europese en Amerikaanse hondsvissen

Zoals geschreven, is de Europese hondsvis (Umbra krameri) in de ver-spreiding beperkt tot het Donaugebied. We kunnen het visje dan ook tegenkomen in alle landen gelegen aan de Donau, met uitzondering van Duitsland. In geen van deze landen is de vis algemeen en op veel plaatsen is ze zelfs al of bijna uitgestorven. Dientengevolge werd de soort opgenomen op de rode Lijst van de International Union for the Conservation of Nature (IUCN) en kent daardoor een internationale bescherming. In zoverre had Tomey in zijn artikeltje gelijk. Aan Umbra krameri is niet eenvoudig te komen en het houden en verzorgen van deze soort is aan strikte regels gebonden. Dit in tegenstelling tot de Amerikaanse hondsvis (Umbra pygmaea) , die als exoot in ons land geen enkele bescherming kent. Het vangen, vervoeren en houden van deze soort is dan ook volledig vrij. Tomey had ze al eerder kunnen fotograferen, als hij niet lang had gewacht en stil had gezwegen door (samen met mij?) een keer de Peel in te trekken.
Daar komt de soort plaatselijk massaal voor en is op veel plaatsen zelfs de enig aanwezige soort. Dit laatste is een gevolg van de enorme tolerantie voor de kwaliteit van het water van het visje. In het zure veenwater van de Peel houdt geen andere vis het uit, alleen de hondsvis kan hier overleven en zich zelfs vermeerderen. Het voorkomen van een vogelsoort als de roodhalsfuut in het Nationale Park De Grote Peel is helemaal gebaseerd op het voorkomen van de hondsvis in dit voormalige turfgebied. Dat houdt niet in dat Umbra pygmaea alleen in de Peel te vinden zou zijn. Op veel andere plaatsen in de Peel en de Kempen, ook buiten de veengebieden, kan de soort worden gevonden. Door de concurrentieslag die daar geleverd moet worden met andere vissoorten zijn ze daar nooit algemeen.
Ik schrijf hier weliswaar over de Amerikaanse hondsvis, maar feitelijk zijn er twee Amerikaanse hondsvissen van het geslacht Umbra. De hier beschreven Umbra pygmaea, in Amerika de eastern mudminnow genoemd en Umbra limi, de central mudminnow. De populaire Amerikaanse namen zeggen al iets over hun natuurlijke verspreiding. Umbra pygmaea is een vis van de Amerikaanse oostkust en kan gevonden worden van de staat New York tot in het noorden van Florida. Zelf vond ik ze eens bij een bezoek aan het park de Pine Barrens in New Jersey. In geen enkel opzicht verschilden de diertjes van daar met de exemplaren die ik kende van de Peel. Als tweede is er nog Umbra limi, die zijn verspreiding grofweg heeft rond de grote meren op de grens met Canada en het noordelijke deel van het Mississippibassin. Ook deze soort verzamelde ik in gezelschap van een aantal leden van de American Killifish Association in de Plumbcreek bij Medina in Ohio.

Umbra limi, Medina, OhioDan is er nog een nauwe verwant aan de westkust van de Verenigde Staten, Novumbra hubbsi of olympic mudminnow. Deze soort kent slechts een klein verspreidingsgebied, dat is beperkt tot het Olympic-schiereiland van de staat Washington. Voor een goed overzicht van de Noord-Amerikaanse vissen verwijs ik naar Lee, e.a. (1980).
Het voorkomen van het geslacht Umbra, zowel in Europa als op het Noord-Amerikaanse continent lijkt op het eerste gezicht vreemd. Beide continenten waren echter tot zo'n 100 miljoen jaar geleden met elkaar verbonden. Deze lange verbintenis is nog terug te vinden in de verwantschap van talloze organismen in beide continenten. Zo kan onze snoek, Esox lucius, overigens een verwant van Umbra, in beide continenten worden gevonden en ook onze forel, Salmo trutta, leeft aan beide zijden van de Atlantische Oceaan. Dit zijn slechts twee voorbeelden, maar er kunnen er ongetwijfeld meer worden genoemd. Zowel in Europa als in Noord-Amerika leven de hondsvissoorten in vergelijkbare typen water. Doorgaans zijn dit stilstaande of langzaam stromende sloten of beken, doorgaans met een modderige bodem en veelal voorzien van een zware begroeiing met waterplanten. Zoals al eerder aangehaald, is de kwaliteit van het water niet van belang, wel een goede dekking. Daar het beslist geen snelle zwemmers zijn, vallen ze zonder schuilmogelijkheden eenvoudig ten prooi aan roofvissen.

Voor de liefhebbers van het koudwateraquarium zijn alle soorten hondsvissen goed te houden en ook in vijvers misstaan ze zeker niet. Bedenk wel, dat het zelf ook roofvissen zijn, die het nodige aan jongbroed van andere soorten in de vijver zullen verorberen.

Auteur: 
Ruud Wildekamp
Fotografie: 
Ruud Wildekamp
Literatuur: 
Arnold, A. 1990. Eingebürgerte Fischarten. Die Neue Brehm- Biücherei, Wittenberg Lutherstadt.
De Nie, H.W. 1996. Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen. Media Publishing, Doetinchem.
Geyer, F. 1940. Der Ungarische Hundsfisch (Umbra locustris). Zeitschrift für Morphologie und Ökologie der Tiere, 36.
Kleijn, L.J.K. 1968. Identificatie van de in Nederland voorkomende soort van het genus Umbra Walboum, 1792 (Hondsvissen). Natuurhistorisch Maandblad, 57 (3).
Köhler, W. 1907. Hundsfische. BIätter fiür Aquarien- und Terrarienkunde, 18.
Lee, D.S., Gilbert, C.R., Hocutt, C.H., Jenkins, R.E., McAllister, D.E. & J.R. Stauffer, 1980. Atlas of North American Freshwater Fishes. North Carolina Biological Survey.
Rab, P., Crossman, E.L., Reed, K.M. & M. Rabova, 2002. Chromosomal characteristics of ribosomal DNA in two extant species of North American mudminnows, Umbra pygmaea and Umbra limi (Euteleostei: Umbridae). Cytogenetics and Genome Research, 98 (2-3).
Schreitmüller, W. 1913. Die Zucht des Amerikanischen Hundsfisches im Aquarium. Wochenschrift fiür Aquarien und Terrarienkunde, 10.