De rode koraalklimmer

De familie van de koraalklimmers is met 35 soorten ingedeeld in tien geslachten en is verhoudingsgewijs een kleine groep zeevissen. De meeste soorten bereiken nauwelijks een grootte van meer dan 15 cm. Een uitzondering vormt de reuzenkoraalklimmer Cirrhites rivulatus uit het oostelijke gedeelte van de Grote Oceaan, die een lengte van rond de 60 cm bereikt. Koraalklimmers onderscheiden zich door één of meer haarborstels aan de uiteinden van de rugvinstralen. De cirrhi genoemde haarborstels gaven de koraalklimmers de wetenschappelijke familienaam Cirrhitidae.

Zoals op deze foto te zien is Neocirrhites armatus een vreedzame vis van zijn geslacht; Zebrasoma flavescens heeft van deze baars niets te vrezenAlle soorten koraalklimmers hebben een aan de bodem gebonden levenswijze. Door deze aanpassing ontbreekt een zwemblaas, terwijl de buikvinstralen verlengd zijn, waarmee de vissen zich ondersteunen. De territoriaal levende koraalklimmers prefereren in hun territorium een verhoogde standplaats, waar ze urenlang roerloos kunnen blijven zitten en de kans afwachten hun prooi te kunnen verschalken. Koraalklimmers zijn baarzen en zijn derhalve bij de jagers in te delen en kunnen daarom ook kleine vissen en garnalen als voedsel grijpen - als zich daartoe de gelegenheid voordoet. Daarom is bij de koop van de meeste koraalklimmers van tevoren goed overleg nodig, want er mag wel aan worden getwijfeld of de aquarist erg enthousiast zal zijn als zijn koraalklimmer plotseling een visje of garnaal te pakken neemt.
Om deze ervaring te voorkomen zullen we ons hier uitsluitend met de prachtig gekleurde vis Neocirrhites armatus, de rode koraalklimmer, bezighouden. Deze koraalklimmer, waarvan de grondkleur zeer fraai en vuurrood is, komt met importen uit Hawaii in de handel. Zoals de meeste uit Hawaii komende vissen, is ook de rode koraalklimmer vrij duur. Een zelfde vuurrode kleur vertoont ook de eveneens uit Hawaii komende dwergkeizersvis Centropyge loriculus. De biotoop van de rode koraalklimmer strekt zich niet alleen uit rond de eilanden van Hawaii, maar hij is in het gehele gebied van de Grote Oceaan, vanaf Japan tot Australië aan te treffen. Met een maximale lengte van rond de 10 cm is het een kleinblijvende baars, die door zijn grootte goed voor het rifaquarium geschikt is.

Op grond van zijn geringe grootte van maximaal 10 cm is de vreedzame rode koraalklimmer uitstekend geschikt voor het rifaquariumKoraalbaarzen (en Neocirrhites armatus is geen uitzondering) leven in hun natuurlijk biotoop in kleine groepen samen in een haremstructuur. Een groter mannetje bezit meer vrouwtjes, waarmee hij in de avondschemering regelmatig paart. Bij de koraalklimmers is er sprake van pelagisch legsel, waarbij de eieren en zaadcellen dus vrij in het water worden afgezet. Een broedverzorging is dus uitgesloten. Bij enkele soorten binnen de familie van de koraalklimmers kunnen door de kleur geslachtskenmerken worden vastgesteld. Zo is van de spitssnuitkoraalklimmer Oxycirrhites typus bekend, dat bij de mannetjes bij de staart- en anaalvin een zwarte band zichtbaar is. Bij Neocirrhites armatus daarentegen zijn geen verschillen tussen de geslachten bekend. Weliswaar gaan vandaag de dag (2003) veel wetenschappers ervan uit, dat koraalklimmers de mogelijkheid bezitten van geslacht te veranderen en dat de grootste en sterkste dieren zich in mannetjes kunnen veranderen, ter wijl de overige soortgenoten van een groep van het vrouwelijke geslacht blijven.

De spitssnuitkoraalklimmer Oxycirrhites typus is door de zwarte zoom bij het mannetje zowel bij de staartvin alsook bij de anaalvin goed te onderscheidenAangezien de rode koraalklimmer een kleinblijvende vertegenwoordiger van zijn familie is, moet de aquarist(e) beslist drie tot vier dieren van deze soort aanschaffen, waarbij hij/zij erop moet letten dat slechts een van de dieren groter is dan de overige. Op deze manier verkrijgt hij/zij de gewenste groep, waarin de dieren moeten worden gehouden. De verzorging in het aquarium is bij de meeste koraalklimmers eenvoudig, aangezien ze gedurende de acclimatiseringsperiode noch problemen met de voedselopneming geven, noch bijzonder kwetsbaar zijn voor ziekten. Een uitzondering vormt hier echter de rode koraalklimmer. Juist de kwetsbaarheid voor ectoparasieten is mij opgevallen in het rifaquarium. Als oorzaak hiervan kan naar mijn mening het netelgif van de sterk netelende ongewervelden worden genoemd. Dit gif beschadigt de slijmhuid van de koraalklimmers en daarmee de permeabiliteit jegens ectoparasieten. De gevoeligheid voor netelgif is daaraan te wijten, dat veel in een rifaquarium gehouden neteldieren uit de Indische Oceaan stammen en voor de rode koraalklimmer onbekend zijn. Deze gevoeligheid voor het netelgif is echter begrensd, want na ongeveer 14 dagen zijn de parasitaire symptomen verdwenen, hetgeen op een aanpassing van de slijmhuid wijst jegens het netelgif. Tot dit punt is echter de verzorging riskant te noemen, alhoewel de vis het aangeboden voedsel niet weigert. Vervolgens veroorzaakt de rode koraalklimmer meestal geen problemen meer. Desondanks is er zonder twijfel van de kant van de koraalklimmer een zekere vitaliteit nodig om de 14 dagen te doorstaan. In het aquarium moeten er geen vissen aanwezig zijn, die Neocirrhites armatus opjagen of bedreigen, want dit zal tot een belasting van de lichamelijke weerstand van de vis leiden en hem nog meer ontvankelijk maken voor ectoparasieten. Welke vissen ten opzichte van de koraalklimmer agressief reageren, kan niet ondubbelzinnig worden beantwoord.

Het zal u misschien verbazen, maar in mijn aquarium kan Paracirrhites arcatus van geslacht worden onderscheiden; de felle kleuren zijn sprekend voor het vrouwtjeIn principe komen echter andere koraalklimmers en eender gekleurde vissen hiervoor in aanmerking. Dat het menigmaal tot verrassingen kan komen bij dergelijke inschattingen toont de waarneming, dat de anemoonvis Premnas biaculeatus de koraalklimmer opjaagt, zodra die hem in de gaten krijgt. De oorzaak hiervan is niet bekend, aangezien de vermelde anemoonvis al 9 jaar in mijn rifaquarium leeft en die tijd heb ik geen slechte ervaring met rood gekleurde vissen gehad. Afgezien van dit onverwachte gedrag van de kant van de anemoonvis hebben andere vissen tegenover Neocirrhites armatus nooit enige agressie getoond. Ook belangrijk zijn goede schuilmogelijkheden en holen voor het welzijn van de vis, waarin hij zich volledig kan terugtrekken. Aan deze eisen wordt in de regel bij een goede, decoratieve inrichting wel voldaan.

Als voedsel voor de koraalklimmer is alle kost geschikt, dat door de handel in diepgevroren vorm wordt aangeboden, maar ook vlokkenvoer wordt niet versmaad. Met betrekking tot de roofzuchtige levenswijze kan worden vermeld, dat de vrees niet is uitgekomen, dat kleine vissen zoals Assessor flavissimus en de poetsgarnaal Lymmata amboinensis door de 5 cm grote rode koraalklimmer werden aangevallen. De lievelingsplaats van Neocirrhites armatus bevindt zich op een steenkoraal van het geslacht Favia. In zijn natuurlijk biotoop geeft de rode koraalklimmer de voorkeur aan de steenkoralen van de geslachten Pocillopora en Stylophora.
Het geslachtsverschil kan slechts door middel van genetisch onderzoek worden vastgesteld, terwijl de meer flets aandoende kleur eerder aan het mannetje moet worden toegekendTot slot kan worden gezegd, dat het houden van de rode koraalklimmer in een rifaquarium kan worden aanbevolen. De vis is zeker niet voor de beginner geschikt en is slechts voorbehouden aan de ervaren zeeaquarist. Nu blijft ten slotte nog de vraag waarom door mij momenteel een dier van deze soort wordt verzorgd, terwijl die hier in 'de niet aanbevolen groep' wordt geplaatst. De oorzaak hiervan ligt in het feit, dat ik 2 dieren in de eerste 14 dagen heb verloren. Ze vielen ten offer aan de anemoonvis Premnas biaculeatus, die de vissen in die periode heeft aangevallen en opgejaagd. Door uitputting was hun vitaliteit verminderd. Deze ervaring onderstreept nogmaals de belangrijkheid van gezonde en vitale koraalklimmers.
De aanvankelijke kwetsbaarheid ten opzichte van ectoparasieten doen Baensch & Debelius (1992) in de Zeewater-Atlas tot de slotsom komen:
'Hoewel hij (Neocirrhites armatus) een zeer mooie en dure aquariumvis is, kan hij maar moeilijk gewennen en heeft hij zuurstofrijk, bewegend water nodig en is uiterst kwetsbaar. Men moet daarom van de vangst en het houden ervan in een aquarium afstand nemen.'

Auteur: 
Joachim Frische
Fotografie: 
Joachim Frische
Vertaling: 
H. Alblas