Het geslacht Clepticus | Nederlandse Bond Aqua Terra

Het geslacht Clepticus

Met meer dan 600 soorten en meer dan 60 geslachten zijn de lipvissen (LABRIDAE) een van de grootste visfamilies in zee. Het geslacht Clepticus bestond tot voor enkele jaren uit slechts één enkele soort in het Caribisch gebied, maar toen werden er twee andere soorten uit Brazilië en São Tomé beschreven. De aanpassing aan het leven in het vrije water en aan het voedsel, zoals plankton, heeft voor de lichaamsvorm van Clepticus voor enige voor lipvissen ongewone wijzigingen gezorgd. Zo is de bek ver vooruitgestrekt en het lichaam gestroomlijnd.

Bij Bonaire nodigt een mannetje van Clepticus parrae met wijd uitgestoken bek een grondelpaartje uit om te poetsen... ... en dat wordt verhoord

De kreolenlipvis (Clepticus parrae) wordt zo'n 25 cm lang. Hij leeft in de westelijke Atlantische Oceaan voor Noord-Carolina tot het Caraibisch gebied op een diepte van 8 tot 100 meter. In het Caribisch gebied is hij een van de meest voorkomende vissoorten. De kreolenlipvis trekt meestal over het koraalrif, vaak samen met anderen planktonetende vissen, zoals Chromis en Abudefduf. Veel Braziliaanse zeevissen zijn de laatste jaren als nieuwe soorten beschreven. Een nauwkeuriger kijk heeft aangetoond, dat er toch steeds verschillen zijn in uiterlijk van dezelfde soort in het Caribisch gebied.

De Braziliaanse kreolenlipvis, Clepticus brasiliensis, gefotografeerd bij Guarapari Espitito SantoDe Amazone, die een enorme hoeveelheid met modder vermengd zoet water in zee vrijlaat, werkt als een barrière tussen de Caribische en Braziliaanse populaties.

In zijn manier van leven, lichaamsgrootte en lichaamsvorm lijkt de Braziliaanse kreolenlipvis (Clepticus brasiliensis) inderdaad op de Caribische soort. Beide onderscheiden zich echter duidelijk in kleur en ook heeft de Braziliaanse soort bovenste en onderste langere staartvinstralen. De soort komt van Recife Manuel Luis in het noorden tot voorbij São Paulo in het zuiden, doorgaans niet zelden voor.

Tijdens de balts straalt het mannetje van Clepticus parrae in lichtende kleurenNog langere staartvinstralen heeft de eveneens duidelijk verschillend gekleurde Afrikaanse kreolenlipvis (Clepticus africanus). De grondkleur van de dieren is bruinzwart. Bij baltsende mannetjes wordt de rug en het voorste gedeelte van het lichaam goudkleurig. Deze soort is tot nu toe alleen bij São Tomé en Principe bekend en bij twee eilanden in de Golf van Guinea in de buurt van de evenaar; circa 350 km voor de kust van West-Afrika. Het is echter wel aan te nemen, dat de Afrikaanse kreolenlipvis bij het nog verder weg in de Atlantische Oceaan liggende eiland Annobon voorkomt.
Plankton etende zeevissen zijn in de regel niet eenvoudig in het aquarium te houden. De Middellandse Zee-monniksvis, die een precies eendere levenswijze vertoont, is doorgaans wel te houden, maar Clepticus-soorten zijn dubbel zo groot.

De Caribische kreolenlipvis wordt in het internet voor 8 tot 25 dollar aangeboden. Heeft iemand ervaring met het verzorgen van deze vis?

Auteur: 
prof. dr. Peter Wirtz
Fotografie: 
prof. dr. Peter Wirtz
Vertaling: 
H. Alblas