Het miljoenenvisje, de gup

Heel bewust maak ik gebruik van de titel van één van de standaardwerken over guppen 'Over de gup het miljoenenvisje'. Kurt Jacobs schreef dit boek, dat helaas alleen nog maar antiquarisch verkrijgbaar is en dat tot op de dag van vandaag nog niets van zijn kwaliteit verloren heeft. Er bestaat geen betere of fantasievollere titel en u weet toch: 'goed gestolen is beter dan zelf slecht bedacht'.

Het is verwonderlijk hoe dit kleine visje, dat in het begin helemaal niet zo veelkleurig was, haar zegetocht begonnen is. Dit kleine visje heeft de meeste aquarianen tot de hobby gebracht, want we zijn haast allemaal met de zogenaamde 'beginnersvissen' begonnen, maar naar mijn mening bestaan er geen beginnersvissen.

1908 - 2008 - Eén eeuw na de eerste import van guppen

Maar waar komt ze vandaan, hoe kwam ze tot ons en waarvandaan komt haar nog steeds ongebroken populariteit? Over deze zegetocht handelt mijn artikel, zonder dat ik aanspraak wil maken op volledigheid, want die zou het kader van een klein artikel te buiten gaan. Wilt u dus eventuele lacunes door de vingers zien.

De eerste mededelingen over zeldzame levendbarende vissen werden in Europa door een Spaanse astronoom, die voor onderzoekdoeleinden in de nieuwe wereld was, in het jaar 1769 verspreid. Ja, u leest het goed, al op dit zeer vroege tijdstip was bekend dat er zoiets bestond.
De eerste levende uit de familie van de POECILIIDAE zal wel een vis uit het geslacht Poecilia vivipara in de dierentuin in Hamburg geweest zijn. En wel in het jaar 1870.
Paul Matte voerde in het jaar 1898 Kaudis (Phalloceros caudimaculatus) in. Het koppel kostte toentertijd 150,00 goudmark. Een onvoorstelbaar hoge som geld destijds!

Maar terug naar de guppy. In het jaar 1857 ontving het zoölogisch museum in Berlijn een zending vissen uit Venezuela, die door Julius Gollmer gevangen was. Deze werd bewerkt door Wilhelm C.H. Peters, die zijn resultaten in het maandelijkse orgaan (Monatsberichten) van de academie publiceerde. Hier volgt de originele beschrijving:

Poecilia reticulata n. sp.
Bijna iedereen heeft mij wel eens in een aquarium gehadIn het begin waren ze lang nog niet zo veelkleurigZelfs de staart bevat alle kleuren van de regenboogStuk voor stuk zijn het unieke kleurencombinatiesGroenachtig geel met een zwart netwerk, waarvan de mazen evenwijdig aan de randen van de schubben liggen en aan de buik zilverig van kleur. Schubben in 7 lengte- en in 27 dwarsrijen, hoewel enige daarvan doorboord lijken te zijn, is er toch geen duidelijke zijlijn te zien; totaallengte 39, hoogte 9, lengte van de kop 7 mm, voorkomend in Caracas en in de Guayre Flusse door Gollmer verzameld.

Op ons komt deze eerstbeschrijving povertjes over, maar dit was de wetenschappelijke geboorte ven de guppy. Maar hoe kwam de guppy aan zijn volksnaam? Wel, in 1866 ving de Engelsman Robert John Lechmere guppy op het Caribische eiland Trinidad enige dieren en deed ze de leider van het Britse Museum, Albert C.L. Günther toekomen. Deze hield ze voor niet identiek met Poecilia reticulata en benoemde ze ter ere van Girardinus guppy. Zo begon dan de naam guppy uiteindelijk haar zegetocht rondom de wereld.

In het jaar 1908 importeerde Carl Siggelkow uit Venezuela de eerste levende guppy's naar Duitsland. Spoedig werden de dieren in de aquaria nagekweekt. De prijs voor een paartje bedroeg in het jaar 1909 tachtig goudmark. Johann Paul Arnold, de eerste kweker beschreef zijn nakweek in een artikel enthousiast en meende, 'dat meerdere kleuren van het zonnespectrum vertegenwoordigd zijn'. In hetzelfde jaar berichtten kwekers (Max G. Finck) over zwaardvormige verlengingen van de staartvin. Reeds in het jaar 1914 berichtten diverse kwekers over aanzetten tot sluier- en waaierstaarten, evenals over staartvinnen 'die met lange vlaggen met de mooiste kleuren getooid zijn'. Abrupt maakte de eerste grote ramp van de eeuw, de Eerste Wereldoorlog een eind aan de verdere ontwikkeling van de guppy.
Direct na het einde van de oorlog werd in 'der Wochenschrift' een artikel afgedrukt met afbeeldingen van de gup met de vinvormen spatelstaart, rondstaart, speerstaart en bovenzwaard. Een jaar later konden de kwekers op de eerste guppententoonstelling na het einde van de oorlog deelnemen en wel in Beuthen.
Weer een jaar later was er de eersten standaard, opgesteld door de zeer bekende vereniging Nymphea, Leipzig. Deze standaard werd tot in de jaren dertig van de vorige eeuw gebruikt.

Wat gebeurde er in de jaren twintig en dertig nog meer? Een korte samenvatting toont, hoe snel de guppy Europa en de Verenigde Staten veroverde. De genetische wetenschap was gefascineerd door onze kanjer en regelmatig werden nieuwe inzichten (Winge) gepubliceerd. In Zweden, Holland en Oostenrijk ontstonden guppenkweekclub; de eerste mutaties doken op (Zweden) en de vinstandaards werden vaker en beter beschreven.

Hebt u al eens de stralende kinderogen gezien bij de geboorte van een gup?In het jaar 1941 was er in Berlijn een tentoonstelling, die de mooiste gup opleveren moest. Dat zou niet verder vermeldenswaard zijn, maar hier werd voor het eerst de standaard die betrekking heeft op 100 punten gebruikt. Dit puntenaantal wordt tot op de dag van vandaag gebruikt. De niet-te-bevatten schrik van de Tweede Wereldoorlog maakte ook volledig een eind aan de guppenkweek. Terwijl al in 1946 een boek over de gup in Engeland verscheen en in Oostenrijk een jaar later een guppententoonstelling plaatsvond, duurde het tot 1952 voor er een 'Bundes Guppy tentoonstelling' plaatsvond. De definitieve doorbraak echter beleefde de kanjer door één internationale guppententoonstelling van het Bundesgebied in het jaar 1954 in Hannover. Paul Hähnel, de Amerikaan van Duitse afkomst had per luchtvracht enige van zijn waaierstaarten op de tentoonstelling ingezonden. Het is onvoorstelbaar dat alleen de transportkosten al 350 DM moeten hebben bedragen. Deze dieren waren een tot dan toe niet vertoonde sensatie. Algemeen geldt Hähnel als de grondlegger van de veredeling, maar al in 1934 toonden twee Amerikaanse kwekers op tentoonstellingen al waaierstaartguppy's. Henry Kissel in New Jersey en E. Visel in Brooklyn hadden de grootte en de vorm van de hedendaagse waaiergup dichtbij gebracht. Ze waren commerciële kwekers en vroegen voor een paartje 5 $ en haalden op tentoonstellingen veel prijzen. Niettemin blijft de prestatie van Hähnels volledig onbetwist.

De eerste guppen met sluierstaarten werden na 1914 gepresenteerd De definitieve doorbraak kwam voor mij vanaf 1954 In bijna alle Europese landen werden vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw guppenkweekverenigingen opgericht Zelfs tot de kleinste details is er een schitterend kleurenpatroon te ontwaren

In bijna alle Europese landen werden guppykweekverenigingen opgericht en zo kwam het in het jaar 1980 tot de oprichting van de IKGH, met inbegrip van de Oost-Europese landen. Dit was ten tijde van het 'IJzeren Gordijn' een belangrijke prestatie. Het IKGH (Internationaal Curatorium voor Guppy Hochzucht) organiseert jaarlijks de Europese kampioenschappen van de guppykwekers. (Hochzucht = stamboekkweek). In Duitsland is er daarnaast het Duitse kampioenschap en diverse clubkampioenschappen. In mijn club, de GKR (Guppy Club Rheinland) berust het clubkampioenschap op de resultaten van de DM tentoonstellingen! Inmiddels hebben zich grote Duitse verenigingen gevestigd. Zo is het kweekgebeuren in Duitsland goed geregeld. Hoe zou dat in Duitsland ook anders kunnen zijn?

Maar waarin ligt nu de aantrekkingskracht van de guppy, waarom staat hij in de meeste lijsten van de bestverkochte vissen nog steeds helemaal bovenaan?
Op de eerste plaats geldt ze nog steeds als beginnersvis, wat ze al lang niet meer is. Wilt u een robuuste en resistente guppy? Probeert u het eens met Endler's guppy of wilde guppy's. Stamboekkweekguppen zijn zeer gevoelig, schenk dus grote aandacht aan het behandelen van de dieren. Hun kweek en verzorging behoren tot de 'hogeschool van de aquaristiek'. U gelooft me niet? Probeert u het maar eens snel; u zult wanhopig worden, want alleen het houden al is zeer problematisch.

In 1908 werden ze voor het eerst geïmporteerd uit Venezuela naar DuitslandMaar de werkelijke oorzaak van haar populariteit ligt in haar grote genetische verscheidenheid. Iedereen die over de kennis beschikt en tijd en geduld heeft kan zijn eigen stam kweken, die zich van alle andere onderscheidt. Zo zijn vele wondermooie kweekvormen, veel kleuren en veel standaards ontstaan. De grote verscheidenheid verbaast zelfs de oude kwekers steeds opnieuw. En alles zit genetisch in de kleine wilde guppy. Zet men echter stamboekkweekguppen uit dan zijn ze in korte tijd weer wilde guppy's geworden. Voorbeelden zijn er ook in Duitsland (afwateringskanaal bij Keulen) genoeg. Voortdurend is werk van de kweker nodig om de kwaliteit op peil te houden.

Hebt u al eens de stralende kinderogen gezien, die juist getuige waren van de geboorte van een guppy (hopelijk hebben ze geen kannibalistisch vrouwtje betrapt)? Zonder twijfel is de manier van vermeerdering een heel belangrijke reden voor haar eeuwigdurende aantrekkingskracht. Er zijn nog een hele rij redenen, die deze topper zo onweerstaanbaar maken. Ik denk aan zijn baltsgedrag, haar levendigheid, de onvergelijkbare kleurenrijkdom enz. enz. Maar de belangrijkste reden is als vanouds: ik mag haar gewoon, dag in dag uit verrast ze mij met nieuwe maar helaas vaak ook negatieve dingen. Maar vervelend wordt het om met haar bezig te zijn nooit!

Auteur: 
Hans - Peter Neuse
Fotografie: 
Chris Lukhaup
Vertaling: 
Frans Maas
Literatuur: 
Jacobs, K. (1976) Vom Guppy dem Millionenfisch, Band 1, Hannover
Jacobs, K. (1977) Vom Guppy dem Millionenfisch, Band 2, Hannover
Kempkes, Michael (1996) Der Guppy, Stuttgart
Meyer, Wischnath und Förster(1985) Lebendgebärende Zierfische, Melle Petzold, H.-G.(1988) Der Guppy, Wittenberg
Kempkes, Michael(1998) DGLZ Rundschau 2/98, Solingen