Koraalduivels

Velen zullen zich deze fraaie vissen nog herinneren. In Nederland was het een van de meest geliefde vissen in de jaren zeventig. Nu zult u ze in het Nederlandse zeeaquarium zelden meer aantreffen.

Pterois volitans (synoniem Pterios miles), de rode vorm van de koraalduivelDat komt omdat het aquarium uit die tijd, een haast kale bak met daarin wat gebleekte koraalskeletten, in Nederland binnen de georganiseerde hobby is achterhaald. Anders is dat in de USA. Daar worden ze nog gehouden op dezelfde wijze als wij dat 25 jaar geleden deden. Voor de Nederlandse zeeaquarist is een ontmoeting met dit fraaie dier nu eigenlijk alleen nog mogelijk in openbare aquaria of in het natuurlijk leefmilieu tijdens een snorkeltocht of duik. Daar zie je ze dan, rustig rondscharrelend in de buurt van een pier die schaduw geeft, of wegschietend onder overhangend koraal. Koraalduivels behoren tot de eerste tropische zeeaquariumvissen die werden gehouden. In een rifaquarium met lagere dieren kunt u deze vissen echter niet houden, behalve dan de minder bekende gevlekte Napoleonvis (Amblyapistus binotatos), die op het oog niet direct wordt herkend als een naaste verwant van de koraalduivel. Zoals gezegd, Amerikanen vinden dat het zeeaquarium er aanzienlijk op zou achteruitgaan, wanneer er geen koraalduivels zouden zijn.

Pterois volitans, de zwarte vormDe vissen zijn ijzersterk en hebben bovendien een grote tolerantie voor een minder goede waterkwaliteit (alleen juffertjes kunnen nog beter tegen slechte watercondities). Koraalduivels kunnen bovendien op bijna alle soorten voedsel worden overgewend en zijn uitstekend bestand tegen de meeste visziekten. Daardoor is het voor hen die moeilijk de waterkwaliteit goed in de hand kunnen houden, een van de meest geschikte aquariumvissen. Er is slechts één vervelende bijkomstigheid en dat is de zeer reële kans om je te prikken aan een van zijn giftige stekels wanneer je onvoorzichtig bent. Maar dat dwingt ook een zekere mate van respect af voor deze dieren.

Taxonomie

De orde van de schorpioenvisachtige (Scorpaeniformes) of pantserwangige bevat onder meer de familie van de schorpioenvissen (Scorpaenidae). Deze familie wordt weer opgedeeld in een aantal onderfamilies. Dat zijn onder andere de steenvissen (Synanceiinae) en de koraalduivels (Pteroinae). De familie van de schorpioenvissen is een voor de mens erg belangrijke familie, die een groot aantal consumptievissen levert en ook vissen die van belang zijn door hun productie van toxinen. Niettemin zullen we ons hier beperken tot die soorten die als aquariumvis kunnen worden gehouden.
Pterois volitans, zoals hij in de Rode Zee zwemtDit zijn uit de onderfamilie Pteroinae de geslachten Pterois, Dendrochirus en Nemapterois. De soorten van het eerste geslacht (Pterois) worden beschouwd als de echte koraalduivels. Ze kenmerken zich door onvertakte vinstralen, waartussen zich tot op zekere hoogte vliezen bevinden. De andere twee geslachten worden meestal als dwergkoraalduivel verkocht. Ze vertonen kleinere vertakte borstvinstralen met volledige vliezen tussen de vinstralen. Wist u dat de donderpadden Cottidae tot dezelfde orde Scorpaeniformes behoren? Deze vissen zijn niet altijd giftig. Slechts enkele soorten donderpadden leven in zoet water. De meeste soorten komen in zee voor. Vele horen in brak water thuis en migreren dan in het zoete water, waar ze niet permanent verblijven. Tot de brakwatervissen behoren overigens ook de Luna-koraalduivel Pterois lunulata en de rode koraalduivel Pterois antennata, die zich in de lagunen ophouden, terwijl ook de jongen van de echte koraalduivel Pterois volitans (synoniem Pterois miles) in riviermondingen worden gevonden. De bekendste koraalduivel is wel Pterois volitans, die door de meeste kenners als de echte koraalduivel wordt beschouwd. Deze worden in de V.S. dan ook het meest in de handel aangeboden. Zo kennen we hem, met zijn lange borst- en rugvinstralen. Wat zijn ze mooi van kleur met hun rode banden met zwarte rand die wordt afgewisseld met crèmeachtig wit. Dat rood kan dan tot op het zwarte af zijn. Laat u niet in de war brengen. Zwart of rood, dat is dezelfde soort. Pterois lunulata wordt vaak verward met de rode P. volitans. Deze soort mist echter de fraaie franjes boven de ogen, terwijl de kop ook ronder is. Let maar eens goed op wanneer u de vissen nog eens tegenkomt. De meeste vinstralen van de Luna-koraalduivel P. lunulata zijn voor ongeveer tweederde deel met elkaar verbonden door een vlies van weefsel, terwijl dat bij de koraalduivel P. volitans volledig ontbreekt. Dit is ook op de foto duidelijk te zien. De Luna-koraalduivel is egaal roodbruin tegen een crème achtergrond, soms met prachtige, blauwachtig groen gekleurde puntjes op de einden van de ongepaarde vinnen. De rode koraalduivel P. antennata is de derde koraalduivelsoort die wel wordt verward met de Luna-koraalduivel P. lunulata en de echte koraalduivel P. volitans. P. antennata heeft geheel andere borstvinstralen. Ze zijn lang, zo dik als een potloodstift en helder wit. De naam antennata wijst op de huidflappen boven de ogen. Kenmerkend zijn ook een zestal duidelijk zichtbare vlekken op de kop van de rode koraalduivel. P. sphex komt endemisch voor bij Hawaii. Deze worden in de USA vaak verkocht als P. antennata, waar zijn borstvinnen wel wat op lijken. P. sphex is echter korter, veel minder kleurrijk en meer gedrongen van uiterlijk. De sierlijke koraalduivel P. radiata is erg knap in het wisselen van kleur. Dan tooit hij zich in een scala van in elkaar overvloeiende groene tinten met zwart en schakeringen van rode tinten contrasterend tegen het witste wit. Het markantste identificatiekenmerk van deze soort is de tekening op de staartwortel die uit een tweetal horizontale strepen bestaat. Dwergkoraalduivels van de geslachten Dendrochirus en Nemapterois blijven een stuk kleiner en vertonen een meer sedentair gedrag. Dat is de voorkeur voor een vaste verblijfplaats, waarbij ze hun kostje op de bodem opscharrelen. De gestreepte dwergkoraalduivel Dendrochirus zebra is de bekendste dwergkoraalduivel, die in veel opzichten lijkt op P. sphex en P. antennata. De gestreepte dwergkoraalduivel Dendrochirus zebra kun je echter herkennen aan de witte ronde vlekken op de staartwortel. De gewone dwergkoraalduivel Dendrochirus brachypterus is zeldzamer. Hij is robuuster, vaak getooid met gele tinten, waarop bruin met groen en een rode tekening. Hij is gemakkelijk te herkennen aan de erg lange borstvinstralen met de meestal verborgen puntjes. Het is een zeer karaktervolle zoutwatervis, die spontaan reageert op de aanwezigheid van zijn baasje. Met de oogvlekkoraalduivel, Dendrochirus biocellatus (synoniem Nemapterois biocellata), kan men zich niet vergissen. Hij heeft twee opvallende oogvlekken op het achterste deel van de rugvin en bakkebaarden op de onderkaak.

Pterois antennata, de rode koraalduivel. Zo zwom hij bij Moorea, Frans Polynesië.

Gevaarlijk

Koraalduivels zijn geen dieren om zonder handschoenen aan te pakken, omdat je gemakkelijk gestoken kunt worden. Dat is gevaarlijk en doet afschuwelijk zeer. Of koraalduivels echt agressief zijn tegenover mensen of niet, wordt door recente auteurs druk bediscussieerd. Sommige hebben zo hun eigen ervaring. Zij zijn als aquariumliefhebber uitgedaagd, waarbij het dier met de kop naar beneden en met opgezette stekels in een duikvlucht aanviel. Of het nu een geconditioneerde reflex is als reactie op voedsel of een vorm van territoriumgedrag, is niet bekend. Maar het is een feit dat ze op je af komen, zodra je je arm in het aquarium stopt. Houd ze daarom in de gaten en kijk elke keer als je in het aquarium aan het werk moet met één oog naar je koraalduivels.

Koraalduivels hebben elf tot dertien rugvinstralen, drie anaalvinstralen en twee buikvinstralen. Aan de basis van de voorste rugvinstralen liggen gifklieren, die zich als een complex systeem uitstrekken in de groeven, die in de harde vinstralen zijn gelegen. Het gif wordt mechanisch getransporteerd, anders dan wanneer de vis pompende bewegingen maakt. Dit laatste doen de dieren als ze bij het zwemmen worden gehinderd. Hoewel ze niet zo giftig zijn als de steenvissen, waaraan ze verwant zijn, moeten koraalduivels dus bloedserieus worden genomen. Na een prik zijn zwelling, hevige lokale pijn, ademhalingsmoeilijkheden en hartklachten bekende symptomen. Advies: neem zo snel mogelijk contact op met een arts en vertel dat u door een koraalduivel bent gestoken. Bij een allergische reactie moet u antihistamine hebben. Mogelijk moet ook de vaccinatie tegen tetanus worden herhaald. Verder moet u de steekwond zo snel mogelijk onderdompelen in zo heet mogelijk water, zo dat u het nog net kunt verdragen. Daar kan het gif namelijk helemaal niet tegen.

Biotoop en verspreiding

Zoals in de tabel is te zien, komen koraalduivels in het algemeen voor in de tropische delen van de Indische Oceaan, de Stille Oceaan en de Rode Zee. Ze worden daar gevonden op diepten tussen drie en dertig meter. Hoe groot de dieren worden, is om praktische redenen ook in de tabel vermeld.

Naam Grootte Waar
Dendrochirus biocellatus 14 cm zie bij synoniem Nemapterois biocellata
Dendrochirus brachypterus 17 cm Rode Zee, Indische Oceaan, Stille Oceaan
Dendrochirus zebra 20 cm Indische Oceaan, Stille Oceaan
Nemapterois biocellata 14 cm Malediven, Japan, Filippijnen,
Indo-Australische regio
Pterois antennata 20 cm Indische Oceaan, Stille Oceaan
Pterois lunulata 30 cm Indische Oceaan, Stille Oceaan
Pterois miles 37 cm Rode Zee, Indische Oceaan, Stille Oceaan
Pterois radiata 25 cm Rode Zee, Indische Oceaan, Stille Oceaan
Pterois sphex 15 cm endemisch rond Hawaii
Pterois volitans 37 cm zie bij synoniem Pterois miles

Selectie voor aanschaf

Er is een duidelijk onderscheid te maken tussen goede en gezonde dieren en vissen die dat niet zijn. Vissen die zich vlak bij de bodem of bij de oppervlakte in een hoekje verstoppen zijn meestal niet gezond, net als vissen die niet op kleur zijn of rode vlekken laten zien. Hetzelfde geldt voor vissen die rafeIige vinnen hebben en een versnelde ademhaling.
Koraalduivels horen te schitteren, alert te zijn en belangstelling te hebben voor hun omgeving. Dat wil zeggen dat ze, als het goed is, u continu in de gaten houden. Let vooral ook op de aanwezigheid en de vorm van de antennes boven de ogen.

Aquariumcondities

De koraalduivel behoort behoorlijk veel ruimte tot zijn beschikking te hebben. Dat betekent dat u per volwassen individu toch over minstens honderdvijftig liter zeewater moet beschikken. Geef ze de nodige schuilplaatsen, maar ook veel open water. Niet alle soorten zijn dagactief. P. volitans en P. lunulata schuilen overdag tussen en onder koralen of in spleten. Dit heeft consequenties voor de inrichting van het aquarium. Zorg voor donkere hoeken, schuilplaatsen en rotsformaties. Omdat het schemerdieren zijn, moet de verlichting niet te fel zijn.

Dierencombinatie

Hier moeten we maar meteen zeer duidelijk zijn. Ze eten zelfs poetsvissen. Daarom kunnen ze niet samen met kleine vissen worden gehouden. Voor P. antennata en P. radiata is het verhaal niet veel anders. Dieren van de schemering. Erg agressief zijn ze niet, ook niet tegen soortgenoten. Maar ze kunnen alleen worden gehouden in gezelschap van vissen, die minstens net zo groot zijn.

Watersamenstelling

Zoals dat geldt voor alle brakwatervissen, die zich dan weer in zee en dan weer in lagunes en riviermondingen ophouden, is de tolerantie ten opzichte van verschillende zoutconcentraties groot. Uiteraard moet u erom denken dat het nitraatgehalte in uw speciaalaquarium met koraalduivels niet te hoog wordt. Dan gaat uw alkalireserve eraan. Bewaak de pH daarom zorgvuldig. Beneden pH 7,6 gaan de vissen geforceerd ademen. Dan verschuilen ze zich ook. Zover mag het natuurlijk niet komen. Water verversen, algenfilters, eiwitafschuimers en kalkwaterdosering bieden voldoende mogelijkheden om het water in goede conditie te houden.

Voortplanting

Hoewel een aantal vertegenwoordigers van de schorpioenvissen eierlevendbarend is, zijn de vertegenwoordigers van het geslacht Pterois eierleggend. De eieren worden aan het wateroppervlak afgezet, waar ze zich verspreiden. Het mannetje en het vrouwtje hebben een simpele balts, die uit steeds vaker omhoog zwemmen bestaat. Op het moment dat ze dan vlak onder de wateroppervlakte ondersteboven zwemmen, stoten ze hun geslachtsproducten uit. Er zijn helaas geen gegevens over de kweek en de opfok bekend.

Pterois radiata, de sierlijke koraalduivel in de bak van een aquariumwinkel Dendrochirus diocellatus (synoniem Nemapterois biocellata ), de oogvlekkoraalduivel

Voedsel

Geef bij voorkeur levend voer, vooral in het begin. Kleine visjes, bijvoorbeeld guppen, en kleine kreeftachtige zoals Mysis. Later zullen ze ook dood voedsel accepteren, zolang dat in het water zakt. In dat geval kan een wat hoog aquarium voordeel bieden. Iemands aparte methode wil ik u hier niet onthouden. Hij voerde eerst levende garnalen en daarna dezelfde garnalen uit de diepvries. De dieren herkenden deze garnalen toen als hetzelfde voer. Soms leren Dendrochirus brachypterus en Pterois volitans zelfs wel dood voedsel van de bodem te eten. Het is een uitdaging voor de liefhebber om zijn dieren te geven wat ze nodig hebben, maar een waarschuwing voor overvoeren is zeker op zijn plaats.

Ten slotte

Eigenlijk is het jammer dat deze prachtige dieren uit de Nederlandse liefhebberij zijn verdwenen. Maar wie weet. Als u bent uitgekeken op het rifaquarium, dan moet met de kennis en de techniek van nu wel wat moois zijn te maken van met wieren begroeide stenen. Vooral als u kans ziet ze zo te groeperen, dat ze op het oog op natuurlijke rotsen en spelonken lijken.

Auteur: 
Robert Fenner (San Diego, USA)
Fotografie: 
Robert Fenner (San Diego, USA)
Vertaling: 
Gerrit Janse
Literatuur: 
Bolle M. de. 1984. Het Zee-Aquarium '84 /2: 37 - 39
Campbell, D. 1984. Pterois volitans. FAMA 9/88
Emmens, C.W. 1983. Spotlight: Lionfishes. TFH 4/83
Graaf F. de. 1976. Encyclopedie van tropische zeeaquariumvissen. Strengholt, Bussum p. 448
Romaine, D.S. 1978. The lionfish: Mr. Personality. TFH 5/78
Walker, S.D. 1984. Pterois radiata, the fireworks fish. FAMA 8/84
Mayland, H.J. 1975. Lionfish, beautiful but dangerous. Marine aquarist 6(2): 75
Modlin, J. R. 1982. The lion tree. FAMA 3/82
Nelson, J. S. 1978. Fishes of the world, 3rd ed. John Wiley and Sons, the World
Kizer, K.W., H. Mckinney & P.S. Averbach. 1985. Scorpaenidae envenomation: A five year poison centre experience. TFH 7/85
Kendall, J.J. 1990. Further evidence of cooperative foraging by the turkeyfish, Pterois miles, in the Gulf of Aqaba, Red Sea, with comments on safety and first aid. Diving for Science. Univ. of S. Fla., St. Petersburg: 209 - 223