Waarom uitgerekend die grauwe baarsjes..?

Waarom toch die grauwe vissen? Zijn dat nou prachtcichliden? was de vraag van mijn familie, toen ze in een dierenwinkel de toekomstige bewoners van ons aquarium hielpen uitzoeken. Daarmee wilden ze zeggen, dat er toch veel attractievere vissen in de bakken aanwezig waren. Met deze vaststelling hadden ze op het eerste gezicht zelfs gelijk. Daarom was het ook niet zo gemakkelijk hier direct iets overtuigends tegen in te brengen.

Apistogramma agassizii, paartje van een gekweekte vormOok onderweg keken ze nog geringschattend naar de 'grijze muizen' in hun transportzakjes en mompelden zelfs iets over weggegooid geld. Mij restte niets anders dan een diepe zucht en diep berouw om deze adviseurs te hebben meegenomen. Met mijn besluit om territoriale cichliden te gaan verzorgen had ik overigens nog meer onheil over me afgeroepen, want een groter aquarium was al besteld! Toen dat aquarium afgeleverd werd, ontstond een echtelijke onenigheid, de eerste in ons huwelijk. Het kwam er op neer dat ik de titel 'hardnekkige stijfkop' kreeg en er werd hardop vastgesteld dat ik voor zulke kleine vissen beslist geen groot aquarium nodig zou hebben. Bovendien bleef er nu geen plaats meer over voor de oude naaimachine, het huwelijkscadeau van tante Frieda!
Maar ik wist van geen wijken en beloofde meer dan me lief was en we verenigden ons weer in harmonie. Weldra was alles nu voor elkaar, de bak stond op zijn plaats en werd ingericht met veel schuilhoeken. Dus zou hopelijk ook de interesse wel ontkiemen.

Dwergcichliden - territoriaal gedrag

Toen kon alles beginnen met de abc-soorten. Dat zijn Apistogramma agassizii, A. borellii, A. cacatuoides. Aan de keuze van deze dwergcichliden verbond ik de hoop toch nog wat sympathie te wekken - bij mamma, zoon en tante Frieda. En werkelijk, de rekening ging op. Op een dag, bij het voeren, flitste een kleine gele duivel in de bak heen en weer, terwijl hij de watervlooien bewaakte. Nu moest ik doortastend optreden. Toen ik zoonlief naar het aquarium haalde, riep deze snel de anderen bij elkaar om te tonen dat één enkele kleine vis alle watervlooien wilde opeten. Maar het toppunt was, dat de andere veel grotere vissen samen in een hoek stonden en uit angst met hun vinnen leken te sidderen. Door deze eerste waarneming en wat er mee samenhing werd de ban gebroken. Dag na dag werd iets nieuws ontdekt. Zo stelden we vast dat de dapper vechtende mannetjes bij het verdedigen van hun territorium steeds kleuriger werden. En onze moeder had al ras in de gaten dat die kleine rovers voor hun vrouwtjes ook echt aardig konden zijn. Daarbij vertonen ze zich trots als een pauw en volkomen verliefd - hetgeen, voor wie ook het tegendeel zag, hier alleen maar aan liefde kan tippen.
Met zachte stootjes in borst- en buikpartij van de vrouwtjes en tevens met opvallend vertoon van contrastrijke lichaamsdelen lokken ze ten slotte de uitverkorene ergens in een holletje. Dit verstoppertje spelen was vooral voor onze zoon zeer interessant. Waarschijnlijk omdat ook kinderen het zo graag doen.

Eiafzetting - jongen

Nu kon ook het moedertje zich niet meer aan het veelzijdige sociale gedrag onttrekken. Want echtelijk geluk en moederliefde liggen ook hier dicht bij elkaar. De echte sensatie moest echter nog volgen. Van elke soort van de voormalige 'grijze muizen' had nu, na een gedeeltelijke waterverversing, een paartje eieren afgezet en furieus verdedigden ze hun gebied. Na ongeveer een week waren dan ook hun gezinnen compleet en onder hoede van de ouders verscheen telkens een schare jonge vissen in beeld. Nu bekommerden zelfs oma en tante Frieda zich om het welzijn van die nietige wezentjes met hun nog kleinere ogen, mond en vinnen. Een echt wonder der natuur!

Apistogramma cacatuoides, mannetje van een wilde vormDe voor iedereen zichtbare opoffering van de vissenouders liet alle ergernissen verdwijnen. Van de vroege ochtend bij het uitzwermen om voedsel te zoeken tot het avondlijke naar bed brengen waren we liefst niet meer van het aquarium geweken. Zo snoezig is het verzamelen van de treuzelaars en dat van de weglopers.

Maar laten we terugkeren naar de zonnige vrede ten huize van een aquarianenfamilie - en laten we de balans opmaken. Door de demonstratie van een dergelijke gang van zaken werd geleerd om iets van de natuur te begrijpen, om die natuur te waarderen en veel ervan lief te hebben. Hoe zou men anders ook kunnen begrijpen dat zo'n voormalige oude bruut nu als lief en betoverend beoordeeld moet worden. Nu was er ook nog maar weinig overtuigingskracht nodig dat kleine vissen in grote bakken veel minder inzet vragen dan grotere soorten. Daarbij komt het haast als van zelf regulerend vermogen van veel ingewikkelde scheikundige, natuurkundige en biologische processen die moeten dienen om de pleegkinderen te laten gedijen. Dit haast aan den lijve ondervinden en van het nabij meebeleven is ons nu al lang dagelijkse kost. Maar het is steeds weer nieuw met nieuwe soorten, die inmiddels verschillende aquaria bezet houden en zich daarin voortplanten.

Bodem

Het begrip van de familie gaat nu al zo ver dat de hoge bakken worden geruild voor langgestrekte met groter bodemoppervlak. Onze op de bodem georiënteerde cichliden kunnen daarin verschillende weinig overzichtelijke territoria bezetten, hetgeen de vrede in het stamverband ten goede komt.

Verder is onze ervaring dat fijnkorrelig zand met een korrelgrootte van niet meer dan 3 mm eveneens voordelen heeft. Daarin kunnen zich veel minder bezinkende deeltjes ophopen. Met een laag van niet meer dan 2 cm op een zo groot mogelijk oppervlak wordt aan de belangrijke eis van alle Zuid-Amerikaanse dwergcichliden voldaan: water met weinig afvalstoffen onder controle houden.
Daarentegen neigen grovere bodems, vooral bij dikke lagen, er snel toe dat daarin afgezonken deeltjes - zinkende stoffen - snel tot ware stinkende stoffen worden. Die worden dan na een hoognodige waterverversing ook weer gemakkelijk uit de bodem in het verse water opgelost, waardoor de opname van afvalstoffen door organismen haast onverminderd wordt voortgezet.
Hieruit volgt dat verlies door ziekte eigenlijke voorgeprogrammeerd is, want achtergebleven bodemprut blijft een duurzame bron van nieuwe infecties. Zelfs het beste filter kan alleen een beetje uitstel van de volgende epidemie bereiken.

Auteur: 
Lothar Zenner
Fotografie: 
Lothar Zenner
Vertaling: 
Lucas Bauer