Zeegrasvijlvis

Behalve de gangbare naam zeegrasvijlvis kom je voor Acreichthys tomentosus ook namen als gevlekte borstelstaartvijlvis tegen (Patzner & Moosleitner, 1999), die waarschijnlijk van de Engelse naam bristle-tailed filefish wordt afgeleid (Allen et al 2003) of ook namen als Tangfeilenfisch (Thaler, 2000) of groene vijlvis.

Acreichthys tomentosusDe vele gewone namen doen het al vermoeden: Acreichthys tomentosus komt in verschillende kleuren voor, die variëren naargelang de gemoedstoestand. Ik ben tot op de dag van vandaag niet zeker welke kleur de eigenlijke lichaamskleur is.
Barry Hutchins (schriftelijke mededeling 2005) maakte mij erop attent, dat in de Mergus Zeewateratlas, band 6 (Patzner & Moosleitner, 1999) de opnames op bladzijde 710 (aangegeven als Paramonacanthus japonicus) en op bladzijde 714 (boven) en bladzijde 715 allemaal Acreichthys tomentosus afgebeeld worden en telkens met een andere lichaamskleur.
Acreichthys tomentosus toont afhankelijk van de situatie verschillende lichaamskleuren. Dat heeft ertoe geleid, dat men meende met verschillende soorten te doen te hebben.

Het geslacht Acreichthys werd door Fraser-Brunner in 1941 (Taylor & Lange, 1982) in eerste instantie als subgenus van het geslacht Pervagor beschreven, waarin in die tijd alleen maar de soort Acreichthys tomentosus ondergebracht was. In 1977 legde Hutchins (in Tyler & Lange, 1982) het zelfstandige geslacht Acreichthys vast in de familie MONACANTHIDAE.
Momenteel omvat het geslacht Acreichthys drie soorten (ITIS, 2004):
Acreichthys hajam (Bleeker, 1852)
Acreichthys radiatus (Popta, 1900)
Acreichthys tomentosus (Linnaeus, 1758)
Acreichthys hajam wordt echter niet door alle deskundigen als zelfstandige soort geaccepteerd (Hutchins' schriftelijke mededeling 2005).

Acreichthys tomentosus kan zich qua kleur uitstekend aan zijn omgeving aanpassenAcreichthys tomentosus komt in het hele Zuidoost-Aziatische gebied voor (Debelius, 2001), ten oosten van Afrika tot Fidschi, ten noorden noordelijk tot de Riukiu-eilanden, zuidelijk tot New South Wales (Australië). Verder is deze aangetoond in Tonga.
Acreichthys radiatus is echter in de West-Pacific gevestigd, o.a. bij de Riukiu-eilanden, de Filippijnen, Indonesië, Australië en Nieuw-Caledonië. De soort is ook waargenomen voor Papoea Nieuw-Guinea.
Volgens Tyler & Lange (1982) is Acreichthys tomentosus duidelijk te identificeren door een bleke of krijtwitte band, die over de lichaamszijden loopt. Maar Acreichthys radiatus heeft vier of meer bleke of krijtwitte verticale lijnen op de bovenste lichaamshelft vanaf het midden van het lichaam. Een directe vergelijking tussen de beide soorten in beeld bevindt zich bij Allen et al (2003). Maar in het aquarium bij de handelaar is de bij Acreichthys tomentosus genoemde witte band vaak niet te zien. Dan is Acreichthys tomentosus heel moeilijk van Acreichthys radiatus te onderscheiden. Daarom heb ik de verschillen tussen Acreichthys tomentosus en Acreichthys radiatus benadrukt, zodat verwisselingen kunnen worden vermeden. Door Tyler & Lange (1982) wordt de waterdiepte, waarin de zeegrasvijlvis Acreichthys tomentosus voorkomt en die 8 tot 9 cm lang kan worden op 3 meter aangegeven. Hier leeft de soort op zandvlaktes in de zeegrasvelden in de buurt van strand en modderzones met bladeren en takken.

  
Acreichthys tomentosus toont afhankelijk van de situatie verschillende lichaamskleuren; dat heeft ertoe geleid
dat men meende, met verschillende soorten te doen te hebben

Acreichthys radiatus wordt beschreven als een bewoner van gebieden met weelderige koraalgroei. Daaruit valt te concluderen, dat Acreichthys radiatus eerder dan Acreichthys tomentosus geschikt is om ze samen met koralen te houden en ze te verzorgen.
De verzorging van Acreichthys tomentosus in onze rifaquaria leverde echter geen problemen op. Dit geldt voor zowel de voedselopnamen als voor de gevoeligheid voor ziektes. Ik verzorgde twee dieren in een tijdsspanne van twee jaren en sinds drie maanden opnieuw twee exemplaren. Bij de eerdere exemplaren waren geen ongewone gedragingen waar te nemen. Ik geloof nochtans niet, dat het om een paartje ging, omdat de dieren die ongeveer even groot waren elkaar steeds uit de weg gingen.
Tyler & Lange (1982) geven als onderscheidingscriterium de borstels bij de staartwortel aan. Bij de mannetjes ontwikkelden zich bij het bereiken van de geslachtsrijpheid op genoemde plaats verlengde borstels (stekels). Hoe ouder de mannetjes worden, des te meer neemt de lengte van de borstels toe.
Acreichthys tomentosus eet hartstochtelijk graag glasrozen uit het geslacht Aiptasia sp.; incidenteel worden ook Xeniidenen gegetenBij onderzoek aan in totaal 33 exemplaren van Acreichthys tomentosus viel op, dat van twee exemplaren met een SL (standaardlengte = zonder staartvin) van 24.1 en 24.5 mm niet kon worden vastgesteld tot welk geslacht zij behoorden. Bij meer exemplaren, die een grootte van 32.6 mm tot 40.8 mm hadden, was de geslachtsspecificatie omstreden. Op grond van de lange borstels werd er echter aangenomen, dat het om wijfjes moest gaan. Enige preparaten van gonaden leverden de aanwijzing van een korrelige samenstelling, wat er op kan wijzen dat het vrouwelijke dieren zijn. Elf onderzochte gonaden van de 33 genoemde exemplaren lieten er geen twijfel over bestaan, dat het wijfjes betrof. De dieren waren tussen 37.5 en 80 mm lang. Bij exemplaren tussen 45 mm en 65 mm werden rijpe eieren in de gonaden gevonden. De eieren bij het exemplaar dat 80 mm groot was, waren zonder uitzondering in het stadium van rijpheid. Bij 15 exemplaren kon eenduidig het mannelijk geslacht op grond van de gonadenontwikkeling worden vastgesteld; respectievelijk aan de hand van de toestand van de borstels. De SL van de dieren lag tussen 31.9 en 70 mm.

De verzorging van de zeegrasvijlvis
Ik heb ervaren, dat het beslist mogelijk is twee exemplaren van deze soort te verzorgen; in het bijzonder als ze van verschillende grootte zijn. De dieren hebben talrijke schuilplaatsen nodig, zodat ze elkaar uit de weg kunnen gaan. In mijn aquaria werd aan sterk vertakte lederkoralen (Cladiella sp. en Sinularia sp.) als woonplaats de voorkeur gegeven. Steenkoralen en koralen die qua vorm eerder compact zijn, zoals bijvoorbeeld Sarcophyton sp. waren weinig in trek.
Er bestaan zeegrasvijlvissen, die de vuuranemoon (Feueranemone) Anemonia cf. manjano zouden opeten; alle individuen schijnen dit echter niet te doenDe voedselopname zorgde voor absoluut geen problemen. Naast het verplichte diepvriesvoer werd vooral granulaat gretig gegeten. Ook als vlokken verstrekte Spirulina gold bij Acreichthys tomentosus als lekkernij. Daarnaast viel waar te nemen, dat koralen uit de familie der XENIIDAE werden gegeten. Thaler (2000) beschrijft, dat ook kokerwormen en steenkoralen met een dunne huid, bijvoorbeeld uit de familie TRACHYPHYLLIIDAE, niet versmaad werden. Laatstgenoemde waarneming kan ik niet bevestigen.
De zeegrasvijlvis behoort zeker niet tot de kleurrijkste vissen. Weliswaar verwisselt hij dikwijls van kleur, maar opvallende kleuren mist hij. Omdat het om een vis gaat, die enkele koraalgroepen voor voedsel aanziet, vraagt u zich wellicht af: vanwaar de interesse in deze soort?

De oorzaak ligt daarin, dat Acreichthys tomentosus glasrozen (Aiptasia sp.) eet. Dit doet hij met een toewijding, die ver van die van Chelmon rostratus of Lysmata cf. wurdemanni af ligt. Aan de garnalen kan het zeker ook liggen, omdat men nooit precies zeggen kan of werkelijk de goede garnaal werd gekocht (Anker & Frische, 2004). Om nu te verwachten dat alle glasrozen opgeruimd zouden worden, zou al te optimistisch zijn. Op verborgen plaatsen, die door vijlvissen niet kunnen worden bereikt, kunnen zich altijd nog glasrozen ophouden.
Nadat (vanwege een verhuizing) de tot dan toe verzorgde Acreichthys tomentosus aan een bevriende aquarist waren gegeven (het nieuwe aquarium is kleiner dan het oude), duurde het echt niet lang of de eerste glasrozen staken hun tentakelkronen uit de oude verplaatste stenen, wat er uiteindelijk toe leidde, dat ik ten langen leste drie maanden terug twee nieuwe zeegrasvijlvissen in het aquarium zette. De gehoopte vergaande vernietiging van de glasrozen volgde binnen korte tijd.

Ook wordt Acreichthys tomentosus aanbevolen voor de bestrijding van Anemonia cf. manjano. Ikzelf kan daarover geen informatie geven, omdat mijn brandanemonen al voor de koop van Acreichthys tomentosus door Chaetodon xanthurus (Frische & Finck, 2003) vernietigd waren. Hebbinghaus (2004) kon dit gewenste eetgedrag niet waarnemen, zodat het de vraag blijft of alle Acreichthys tomentosus vuuranemonen van de soort Anemonia cf. manjano eten.
 

Auteur: 
Joachim Frische
Fotografie: 
Joachim Frische
Vertaling: 
Frans Maas
Literatuur: 
Anker, A. & Frische, J. (2004): Garnelen der Familie HIPPOLYTIDAE. Teil 1 bis Teil 4. Das Aquarium 38(4) bis 38(7).
Allen, G. R. & R. C. Steene & P. Humann & Deloach, N. (2003): Reef Fish Identification Tropical Pacific. New World Publications, Inc. Jacksonville, 486 S.
Debelius, H. (2001): Riff-Führer Südostasien. Jahr Verlag. Hamburg, 322 S.
Frische, J. & Finck, H. (2003): Chaetodon xanthurus - Ein Falterfisch, der die Feueranemone, Anemonia cf. manjano, frisst. Das Aquarium 37(6), 52-59.
Frische, J. & Finck, H. (2004): Mini-Atlas der Meerestiere Band 1. Bede-Verlag, Ruhmannsfelden. 336 S.
Frische, J. & Finck, H. (2006): Mit rauer Haut und scheuem Wesen - Feilenfische. Teil 1-3. DATZ, 59(3), 59(5), 59(6).
Hebbinghaus, R. (2004): Die Erben der Glasrosen - Teil 2. DATZ. 57(3), 14-19.
Patzner, R. A. & Moosleitner, H. (1999): Meerwasser Atlas Band 6. Mergus Verlag, Melle, 1150 S.
Thaler, E. (2000): Einer für zehn! DATZ 53(10), 28-33.
Tyler, J. C. & Lange, M.D. (1982): Redescription of the Indo- Australien Filefish Acreichthys radiatus (Popta) (MONACANTHIDAE, Tetraodontiformes). American Museum Novitates. No. 2727, 1-14.